vrijdag 1 april 2011 / Internationale Samenwerking /

Columns & opinie / Column: Chef Globalisering

Djenné als openluchtmuseum

Elke maand belicht Evert Nieuwenhuis in het tijdschrift Internationale Samenwerking een actuele, mondiale kwestie.

Van wie is Djenné? Van de mensen die er wonen, zou je zeggen. Deze Malinese stad staat echter op de Werelderfgoedlijst van Unesco, en dan geldt een andere logica. Strikte regels die het historische karakter van deze eeuwenoude stad moeten bewaren, staan ontwikkeling in de weg.
In de New York Times doet Abba Maiga zijn beklag. Zijn 150 jaar oude huis, opgetrokken uit leem, heeft zoveel historische betekenis dat hij het niet mag renoveren. De gepensioneerde Maiga wil graag een douche en een stenen vloer. ‘Wie wil er nou wonen in een huis met moddervloer?’
Niemand. Maar het moet van Unesco. De regels verbieden verbouwingen die op substantiële wijze het origineel veranderen. Djenné is wereldberoemd vanwege zijn eeuwenoude leemarchitectuur. Met name de Grote Moskee siert menig poster die toeristen naar een van ‘s werelds armste landen moet trekken. Ook het lemen stadscentrum dient behouden te worden. Een Nederlands team restaureert een deel van de tweeduizend oude huizen. Tot ongenoegen van Elhajj Diakaté. Hij wordt er doodmoe van te moeten bukken om zijn huis te betreden en zijn vrouw wil graag een kledingkast. De oplossing is om binnenmuren te slopen. Dat mag niet, want dan kan het huis instorten (wat soms ook gebeurt).
Wat is belangrijker? Ontwikkeling en het recht op een kledingkast of behoud van eeuwenoude cultuur? Nederland vindt ontwikkeling belangrijker. Wij plaatsen windmolens op de dijk bij Urk, ook als het stadsaangezicht van deze toeristische topper wordt aangetast. Amsterdamse grachtenpanden hadden vroeger geen inbouwkeukens of douches, en toch staat de grachtengordel op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
De problemen van Djenné staan niet op zichzelf. Ook St. Louis in Senegal of het Keniaanse eiland Lamu zijn gegijzeld door de regels van Unesco. Misschien willen toeristen of de restaurateurs van Unesco in huizen wonen waar de tijd heeft stilgestaan. Maar dan zijn deze Afrikaanse schatten niet meer ‘authentiek’ en blijven toeristen thuis. Unesco ontkomt er niet aan om haar strenge regels te veranderen. Behoud van cultuurhistorische waarden is belangrijk maar niet zaligmakend – zeker niet achter de voordeur. De wereld verandert, en dat is maar goed ook. Dat heet ontwikkeling.