donderdag 1 juli 2010 / Internationale Samenwerking /

Columns & opinie / Column: Chef Globalisering

Gratis geld

Elke maand belicht Evert Nieuwenhuis in het tijdschrift Internationale Samenwerking een actuele, mondiale kwestie.

Wat gebeurt er als je arme mensen geld geeft? Dus geen hulpprojecten of ziekenhuizen, maar gewoon een stapel bankbiljetten? Iedereen krijgt dan een basisinkomen – rijk en arm, man en vrouw, jong en oud – en mag zelf bepalen wat hij of zij met het geld doet. Worden mensen dan lui en afhankelijk? Of stijgt de welvaart en ontstaat economische groei?
Dat laatste is het geval, blijkt uit een een experiment in Namibië. In het dorp Otjivero-Omitara kreeg elke inwoner jonger dan zestig jaar twee jaar lang honderd Namibische dollar (ongeveer tien euro) van een consortium van ngo’s. Otjivero-Omitara was een dorp zoals er vele zijn in Namibië, geplaagd door aids, armoede en alcoholisme. Maar na twee jaar gratis geld is er veel veranderd. Zo nam de kinderondervoeding af (van 42 naar tien procent), krompen de misdaadcijfers met 37 procent en daalde de werkloosheid van zestig naar 45 procent. Ook scholen en ziekenhuizen werden drukker bezocht. Al met al nam de extreme armoede af van 97 naar 43 procent (gecorrigeerd voor migratie, want het dorp werd een trekpleister voor gelukzoekers) en – wat mij betreft het meest interessante cijfer – stegen de inkomens gemiddeld met 29 procent, exclusief het basisinkomen. Met andere woorden: elke geschonken dollar veranderde in 1,29 dollar.
Hoe kan dat? Omdat de inwoners van Otjivero-Omitara met het geld deden wat elk zinnig mens in hun situatie zou doen: investeren in een beter inkomen. De een heeft nu geld voor buskaartjes en kan zo naaiwerk in een nabijgelegen stad verkopen, de ander breidde het assortiment in haar bakkerswinkel uit, inclusief mobiel beltegoed en een derde verkoopt meer bakstenen omdat mensen hun huis kunnen opknappen.
De hoofdprijs is dat de Namibische regering het project overneemt en landelijke uitvoert. Dat zou jaarlijks 160 miljoen euro kosten (drie procent van het bruto nationaal product), bijvoorbeeld op te brengen door belastingen. Het basisinkomen is geen panacé voor alle problemen, maar zelden hoopte ik vuriger dat een experiment breed navolging vindt.