donderdag 18 november 2010 / IDFA Catalogus 2010 /

Columns & opinie

Green screen: groene documentaires op IDFA

IDFA organiseert dit jaar voor het eerst de competie Green Screen. Geven de films een goed beeld van de mondiale milieucrisis en de mogelijke oplossingen?

Als de laatste feestganger op het slotfeest van IDFA 2010 het licht heeft uitgedaan, begint aan de andere kant van de wereld de zestiende klimaatconferentie van de Verenigde Naties. Vertegenwoordigers van zo goed als alle landen zullen in de Mexicaanse badplaats Cancún twee weken onderhandelen over een nieuw verdrag – de opvolger van Kyoto – dat klimaatverandering binnen de perken moet houden. De conferentie wordt zo goed als zeker een mislukking. 

Zouden de onderhandelaars tot een andere uitkomst komen als ze de twaalf Green Screen-films hebben gezien? Alleen naïevelingen durven zoiets te hopen. Laten we de vraag anders stellen: geeft Green Screen 2010 een goed beeld van de ernst en omvang van de mondiale milieucrisis en de mogelijke oplossingen?

Het is in ieder geval te hopen dat de onderhandelaars de films The broken moon en There once was an island zien. De gevolgen van klimaatverandering voor arme landen vormen een van de grote thema’s in Cancún. Heet hangijzer is de vraag hoe rijke landen meebetalen aan de schade in arme en opkomende landen. Het zijn immers vooral de rijke landen die de afgelopen anderhalve eeuw broeikasgassen hebben uitgestoten tijdens hun lange mars naar welvaart. Arme landen betalen daar nu deels de rekening voor.

In The broken moon zoekt een Tibetaanse nomadenstam op 4.800 meter hoogte tevergeefs naar water. De nomaden leven nauwelijks anders dan hun voorvaderen honderden jaren geleden, toen de stoommachine nog moest worden uitgevonden. Door een ‘plotselinge verandering van het klimaat’, zoals de Braziliaanse regisseur Marcos Negrão het verwoordt, vallen de rivieren droog en veranderen de valleien in woestijnen. Stamoudste Sonam probeert zijn zoon te weerhouden de trek naar de stad te maken, want wat heeft een nomadenzoon daar te zoeken?

Ook in de Stille Zuidzee dreigt een cultuur te verdwijnen als gevolg van een veranderend klimaat. There once was an island brengt het Polynesische eilandje Takuu in beeld. Takuu ligt een meter boven de zeespiegel en de vloedlijn schuift langzaam maar gestaag op. Wat moeten de vierhonderd bewoners doen? De regering in Bougainville biedt grond op vastere wal aan, maar als de Takuu’s hun eiland verlaten gaat hun unieke cultuur verloren, zo vrezen ze. Maar blijven is niet zonder gevaar: bij een flinke springvloed zitten ze als ratten in de val.
Interessant is dat de opwarming van de aarde in There once was an island niet van alles blind de schuld krijgt. De gevolgen van klimaatverandering zijn immers complex en deels ongewis. Recent Australisch onderzoek (niet geciteerd in deze documentaire) concludeert bijvoorbeeld dat veruit de meeste eilandjes in de Stille Zuidzee – zoals Takuu – de afgelopen zestig jaar zijn gegroeid in plaats van gekrompen. Op de korte en middellange termijn is er geen gevaar, menen de onderzoekers.

In There once was an island bezoeken twee wetenschappers Takuu. Ze noemen klimaatverandering een bedreiging, maar ze wijzen er ook op dat de damwanden die de bewoners hebben aangelegd, contraproductief zijn omdat ze de natuurlijke aangroei van het eiland verhinderen. Daarnaast moet nader onderzoek uitwijzen of het afkalvende land aan de ene kust gecompenseerd wordt door aangroei aan de andere kant; eilanden als Takuu zijn nu eenmaal onderhavig aan voortdurende verandering. Ook onder de bewoners bestaat twijfel. De een noemt overbevolking het grootste probleem en een ander zegt dat ‘onze voorouders beter wisten waar we moeten bouwen, maar wij willen nu eenmaal meer land om op te wonen’. De Takuu’s met minder genoegen laten nemen zal moeilijk worden, denkt hij. Klinkt herkenbaar.

In de slotverklaring van Cancún zal ongetwijfeld worden opgeroepen tot het opwekken van meer duurzame energie. In het fraaie Windfall – mijn persoonlijke favoriet in deze eerste Green Screen-competitie – leren we de schaduwzijden van windenergie kennen. Het idyllische dorpje Meredith in de staat New York raakt tot op het bot verdeeld door het aanbod van een energiebedrijf om windmolens te plaatsen. Noodlijdende boeren verwelkomen de nieuwe bron van inkomsten en ook andere bewoners zijn in eerste instantie enthousiast. Want wat is er mooier dan gratis en schone energie? Heel veel, leren kritische inwoners al snel. Zo creëren de immense windturbines (120 meter hoog) bijvoorbeeld geluidsoverlast en zorgen ze met hun roterende bladen voor pulserende schaduwen in omliggende huizen waar je bijna spontaan epilepsie van krijgt. Schone, hernieuwbare energiebronnen als windenergie zijn essentieel om de aarde de komende eeuw leefbaar te houden, maar windturbines kun je niet overal neerzetten.

De not in my backyard-mentaliteit van de bewoners van Meredith is volkomen terecht en ineens begrijp je het ongenoegen van de inwoners van Urk over het geplande windmolenpark op hun dijk een stuk beter.
Intrigerend is ook om te zien hoe de groene ondernemers – die omringd zijn met een aura van idealisme en als een deel van de oplossing worden beschouwd – er dubieuze praktijken op na kunnen houden. De groene energiebedrijven in Windfall betalen een fooi voor de grond die ze huren, zaaien haat en nijd in het dorpje en deinzen er niet voor terug om betrokkenen afstand te laten doen van enkele grondrechten. Eigenlijk zijn ze nauwelijks anders dan ouderwetse oliemaatschappijen (zoals het prachtige The Pipe laat zien, eveneens onderdeel van het Green Screen-programma).

Uiteindelijk draait het in Cancún allemaal om het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen. De Deense wetenschapper Bjørn Lomborg heeft de hoop daarop al lang opgegeven. De schermutselingen rond het klimaatverdrag zijn in Lomborgs ogen futiel. Niet omdat klimaatverandering niet zou bestaan, maar omdat het de mens nu eenmaal niet gegeven is minder CO2 uit te stoten. ‘We proberen het al twintig jaar, en we stoten alleen maar meer CO2 uit’, zegt hij in Cool it, een portret van Lomborg en zijn project Copenhagen Consensus waarin een divers gezelschap internationale wetenschappers een rangordening aanbrengt in manieren om klimaatverandering tegen te gaan.
De intelligente en goed ingevoerde Lomborg is verfrissend tegendraads. Door de climategate-affaire (het uitlekken van compromitterende e-mails van klimaatwetenschappers) en de ontdekking van enkele fouten in de VN-rapporten, is de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie over klimaatverandering steeds meer gaan lijken op een loopgravenoorlog tussen ‘believers’ en ‘non-believers’.

Afwijkende meningen worden in beide kampen snel als verraad gezien. Lomborg – die overigens niet twijfelt aan het bestaan van klimaatverandering – stelt een eenvoudige vraag: wat is de efficiëntste en goedkoopste manier om klimaatverandering tegen te gaan? Zijn antwoorden zullen niet iedereen overtuigen, maar Cool it toont aan hoe belangrijk het is om nuchter, kritisch en helder te blijven denken over de oplossing van ons klimaatprobleem – iets waarvan je hoopt dat ze dat in Cancún ook doen.

Alles overziend, geeft Green Screen 2010 een goed beeld van de mondiale milieucrisis en de mogelijke oplossingen? De selectie is zonder meer caleidoscopisch en kantelt enkele gekoesterde zekerheden (en dan heb ik nog niet eens alle films genoemd, waarvan u in ieder geval het ontluisterende Queen of the sun en het indringende Into eternity niet mag missen). Maar het thema dat schittert door afwezigheid – tevens de bom die in Cancún moet worden ontmanteld – is de vraag hoe arme en opkomende landen als China, India en Brazilië hun deel van de mondiale welvaart kunnen opeisen zonder de aarde uit te putten. De echte aanslag op de aarde moet nog plaatsvinden, wanneer rond 2030 er circa twee miljard nieuwe consumenten zijn opgestaan die net zoveel van de aarde vragen als Europeanen, Amerikanen en Japanners nu doen. Hoe ziet deze opkomende middenklasse eruit? Wat betekent duurzaamheid voor hen?

Een meer mondiaal perspectief zou Green Screen sieren. Negen van de twaalf films richten zich voornamelijk op westerse problemen. Veelal staat het westerse consumentisme centraal en dragen – vaak voorbeeldige – westerse idealisten oplossingen aan waar een jong gezin in Beijing, Mumbai of São Paulo dat op het punt staat toe te treden tot de mondiale middenklasse, niets mee kan. Je zou bijna denken dat het afzweren van de wegwerpbeker – zoals de hoofdpersoon in Greenlit doet – genoeg is om de aarde te redden. Niet dat daar iets mis mee is, overigens. Want hoe kun je anderen – in Amsterdam, Beijing, Mumbai of São Paulo – oproepen verstandiger met de aarde om te gaan als je dat zelf niet doet? Vergeet u niet straks uw toegangskaartje in de oud papierbak te gooien?