maandag 1 maart 2010 / Internationale Samenwerking /

Columns & opinie / Column: Chef Globalisering

Houd vrijhandel levend

Elke maand belicht Evert Nieuwenhuis in het tijdschrift Internationale Samenwerking een actuele, mondiale kwestie.

Wat hebben rijke landen te verbergen? Onlangs verzetten de Verenigde Staten, Japen en andere welgestelde landen zich binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) tegen een onderzoek naar mogelijke protectionistische aspecten van hun reddingsoperaties tijdens de financiële crisis. Arme en opkomende landen, waaronder Argentinië en Zuid-Afrika, vermoeden dat de pompen-of-verzuipen-maatregelen van rijke landen hun eigen banken en bedrijven beschermden ten koste van buitenlandse. Dit is niet toegestaan volgens de WTO-afspraken, en dus willen arme landen nader onderzoek. ‘Vergeet het maar’, zeggen de rijke landen, ‘de WTO gaat helemaal niets onderzoeken.’
Wat een kinnesinne, kun je denken. Westerse bedrijven dreigden kopje onder te gaan en nu zeuren arme landen dat minister Wouter Bos of president Barack Obama een reddingsboei toewierpen. Zijn ze jaloers? Of hadden opkomende landen graag gezien dat ING Bank of General Motors failliet gingen, zodat zij meer kansen hebben?
Wellicht. Toch hebben de opkomende landen gelijk om zo’n onderzoek te eisen. Ten eerste is er meer dan genoeg reden om te vermoeden dat arme landen last hebben van de Westerse steunoperaties. Neem alleen al de steun aan banken. Ministers van Financiën redden de met pek-en-veren besmeurde bankiers en kregen tegelijkertijd boze e-mails van hun kiezers dat ze, ondanks de miljarden belastinggeld, nog steeds geen leningen konden krijgen. Het is haast ondenkbaar dat de ministers niet tegen de bankiers hebben gezegd: ‘Leen thuis meer geld uit, desnoods ten koste van je buitenlandse klanten.’ In ieder geval uitte WTO-chef Pascal Lamy deze vrees vorig jaar al.
Belangrijker is dat het verzet van de rijke landen het vertrouwen in de WTO ondermijnt. Internationale handel en kredietstromen behoren tot de belangrijkste motoren achter ontwikkeling – veel belangrijker dan hulp, zoals de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid ook constateerde in haar geruchtmakende rapport. Elke regeringsleider bezwoer tijdens de crisis dat protectionisme uit den boze was. Maar nu de economische storm wat is gaan liggen, is onderzoek onbespreekbaar. Dom. Want zonder vertrouwen is handel onmogelijk, en dat betekent geven en nemen. Waarom zouden arme landen nog geloven in de ‘Doha Ontwikkelingsronde’, die vrijere wereldhandel mogelijk moet maken?