dinsdag 1 december 2009 / Internationale Samenwerking /

Columns & opinie / Column: Chef Globalisering

Nieuwe pillen

Elke maand belicht Evert Nieuwenhuis in het tijdschrift Internationale Samenwerking een actuele, mondiale kwestie.

Een opbeurend bericht: kleine, farmaceutische bedrijven in ontwikkelingslanden maken wèl de medicijnen die ‘s werelds armste patiënten nodig hebben. Al decennia klagen arme landen dat het handjevol grote, Westerse farmaceuten geen aandacht besteedt aan de ziekten waar die andere vier miljard mensen aan lijden, zoals malaria, knokkelkoorts of lepra.
Onderzoekers van de universiteit van Toronto hielden 78 kleine farmaceutische bedrijven in Brazilië, China, India en Zuid-Afrika tegen het licht en turfden 123 nieuwe vaccinaties, medicijnen en diagnostische tests voor de ‘vergeten tropische ziekten’ (en voor ‘populaire ziekten’ als aids, malaria en tuberculose). En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Naar schatting zijn er er zeker 500 van dergelijke bedrijven in landen als Indonesië, Maleisië en Mexico. ‘Opkomende landen bezitten een goudmijn aan talent die nog nauwelijks is ontgonnen’, concluderen de onderzoekers.
Het beste nieuws is de motivatie van deze nieuwe farmaceuten. ‘Wat jullie zien als de ziekten van arme mensen’, vertelde een van hen aan de onderzoekers, ‘zien wij als commerciële kansen’. Voor de grote Westerse pillendraaiers zijn medicijnen tegen de vergeten ziekten alleen winstgevend als ze subsidie krijgen. Die zijn er nauwelijks: slechts 5 procent van de subsidies en giften voor nieuwe medicijnen is bestemd voor deze ziekten. Maar die nieuwe farmaceuten hebben die schaarse, wispelturige en politiek gestuurde financiële hulp helemaal niet nodig. Voor hen dekken de opbrengsten ruimschoots de investeringen.
Hoe kan dat? Waarom lukt het de kleine, nieuwe farmaceuten wèl om zelfstandig de broodnodige medicijnen te ontwikkelen? De onderzoekers dragen aan dat de Indiaanse, Chinese, Braziliaanse en Zuid-Afrikaanse farmaceuten dichter bij hun patiënten staan en ze zo beter kennen en kunnen bedienen. Dat zal zeker meespelen. Maar belangrijker is dat ze veel lagere ontwikkelingskosten hebben – bij nieuwe medicijnen de grootste kostenpost – omdat hun hoogopgeleide personeel veel goedkoper is. De aandeelhouders van de Westerse farmaceuten verwachten de beste ‘return on investment', en die is bij botox of hart- en vaatziekten nu eenmaal hoger. De grote Westerse multinationals zijn hierdoor te veel gefixeerd op korte termijnwinst, zoals we tijdens deze financiële crisis wel vaker hebben gezien. Dat kan ze opbreken. Want de toekomstige groeimarkten, liggen in ontwikkelingslanden.