woensdag 28 oktober 2015 / Vrij Nederland / Foto: (cc) Johan Wieland

Columns & opinie

Waarom mag de zware industrie blijven vervuilen?

Wij zijn groot in het kleine en klein in het grote. Ledlampen indraaien? Check. Afval scheiden? Met lichte tegenzin, maar vooruit. Af en toe een biefstukje verruilen voor een omeletje? Prima, is ook nog eens goed voor de lijn. Maar er zijn grenzen. Een vliegvakantie laten we niet schieten, ook al doet een retourtje Kos zo ongeveer alle milieuwinst van een jaar Groen & Goed-doen teniet. En vlees en zuivel afzweren – wellicht de grootste klimaatklapper die u als individu kunt maken – gaat echt te ver. Het moet wel leuk blijven, en hé – we werken er hard voor.

Ook als land zijn wij groot in het kleine en klein in het grote. In het Energieakkoord ligt bijvoorbeeld de nadruk op hernieuwbare energie (wind, zon en biomassa) en energiebesparing bij kantoren, scholen en huizen. Toegegeven, het omschakelen van energie uit gas en kolen naar zon, wind en biomassa is geen klein bier, maar de uiteindelijke doelen zijn zeer bescheiden en onvoldoende om aan onze internationale verplichtingen te voldoen.

Ondertussen blijven de grootvervuilers buiten schot. De industrie in Nederland is verantwoordelijk voor 28 procent van het landelijke energieverbruik (en als energie als grondstof, bijvoorbeeld om van olie plastic te maken, wordt meegeteld zelfs 45 procent) en nog geen procent (!) daarvan is hernieuwbare energie, blijkt uit een beleidsbrief van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN).

Lees verder op www.vn.nl (gratis)