donderdag 1 september 2005 / Kinderen Eerst (Unicef) /

Nieuws & achtergrond

Belofte maakt schuld

Afgelopen zomer besloten de rijke landen om een deel van de schulden van arme landen kwijt te schelden. Het ‘historische nieuws’ werd wereldwijd met applaus ontvangen. Wat betekent deze schuldkwijtschelding voor gewone mensen in ontwikkelingslanden?

Ng’andu Magande, de Zambiaanse minister van Financiën, zat thuis voor de televisie te klappen toen hij het nieuws hoorde. ‘Het is een sprookje,’ jubelde hij. Ook zijn Amerikaanse collega John Snow was tevreden: ‘Een prestatie van historische omvang,’ zei hij tegen de wereldpers. En de Britse minister van Financiën, Gordon Brown, sprak over ‘de belangrijkste beslissing in de strijd tegen armoede in jaren’.

Wat behelst die beslissing? In juni besloten de ministers van Financiën van de G8 (de zeven rijkste industrielanden plus Rusland) om zo’n veertig miljard dollar aan schulden kwijt te schelden. Achttien landen krijgen een schone lei: Bolivia, Guyana, Honduras, Nicaragua en veertien Afrikaanse landen. Twintig andere arme landen komen eveneens in aanmerking voor schuldverlichting als zij ‘beter beleid’ voeren, zoals het bestrijden van corruptie.

De achttien landen bij wie direct een streep door de rekening wordt gezet, zullen gezamenlijk een à anderhalf miljard dollar per jaar minder aan rente en aflossing hoeven te betalen. Niet alle schulden vallen onder de G8-deal, het gaat alleen om de schulden aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Bilaterale schulden (schulden rechtstreeks aan donorlanden) of private schulden (bijvoorbeeld aan commerciële banken), vallen niet onder de afspraken.

Meer kinderen kunnen naar school
Wat betekent deze schuldverlichting concreet? Laten we er een land uitlichten: Rwanda. Volgend jaar zal Rwanda 4,5 miljoen dollar aan rente en aflossing moeten betalen aan de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Daarnaast betaalt Rwanda 2,9 miljoen dollar aan het IMF. Door de G8-deal hoeft Rwanda deze bedragen niet meer te betalen. Maar tegelijkertijd zullen de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank hun nieuwe leningen en giften aan Rwanda ‘aanpassen’ voor (lees: verminderen met) een bedrag van 4,5 miljoen dollar. Dat is hetzelfde bedrag van de kwijtschelding. Maar de 2,9 miljoen dollar die Rwanda nu jaarlijks aan het IMF betaalt, zal het land in de toekomst besteden aan armoedebestrijding. Dat is een voorwaarde voor de kwijtschelding. Kortom: voor Rwanda betekent schuldverlichting dat ze jaarlijks een kleine drie miljoen dollar extra kan besteden aan wegen, scholen, verpleegkundigen en artsen. Meer Rwandese kinderen kunnen naar school, meer kinderen krijgen gezondheidszorg.

Wie gaat dat betalen?
De IMF betaalt het kwijtschelden van de IMF-schulden uit eigen zak. De rijke landen betalen de schulden die bij de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank open staan. Een belangrijke vraag is hoe de rijke landen dat gaan betalen. Er zijn twee mogelijkheden. De eerste optie is dat rijke landen extra geld uittrekken voor de schuldverlichting. Deze optie is de hoofdprijs, omdat arme landen dan ook daadwerkelijk meer geld te besteden hebben.

De tweede optie is dat de rijke landen de schuldverlichting betalen uit bestaande budgetten voor ontwikkelingssamenwerking. Critici zijn huiverig voor deze optie, omdat er dan netto niet meer geld naar arme landen vloeit. De arme landen betalen minder geld aan rente en aflossing, maar ze zullen ook minder geld ontvangen. Vestzak-broekzak, zeggen critici. Arme landen bij wie de schulden niet worden kwijtgescholden, zoals Kenia en Bangladesh, vrezen dat zij minder geld zullen ontvangen als er niet extra geld wordt uitgetrokken voor de schuldverlichting van hun buurlanden.

Betere toekomst
Probleem opgelost? Nee, daar is iedereen het wel over eens. Om de Millenniumdoelen te halen (waarvan het halveren van de mondiale armoede in 2015 de belangrijkste is, zie elders in dit nummer), moeten rijke en arme landen meer doen dan ze nu doen. De meeste deskundigen zijn het er over eens dat naast schuldverlichting er ook meer en betere ontwikkelingshulp nodig is, eerlijkere handelsverhoudingen tussen rijke en arme landen en niet in de laatste plaats goed bestuur in arme landen (democratie, corruptiebestrijding, minder bureaucratie, et cetera).

Evengoed: schuldverlichting helpt. Volgens de Wereldbank gingen in landen die eerder schuldverlichting kregen de overheidsuitgaven aan armoedebestrijding omhoog, van 41 procent van het overheidsbudget in 1999 naar 49 procent in 2003. De G8-afspraken over schuldverlichting zijn een kleine, maar belangrijke stap in het bestrijden van armoede en het creëren van een betere toekomst voor kinderen wereldwijd. Zij hoeven immers minder schulden van voorgaande generaties te dragen.

Zambia: geld voor onderwijzers en verpleegkundigen
‘We gaan ruim zevenduizend werkloze leraren een baan aanbieden,’ juichte de Zambiaanse minister van Financiën Ng’andu Magande bij het horen van het nieuws dat de G8 achttien arme landen een deel van de Zambiaanse schulden kwijtschelden. ‘En volgend jaar kunnen we alle studenten die dan als leraar afstuderen, meteen een baan aanbieden. Dat is een geweldige opsteker voor het onderwijs,’ noteerde de Volkskrant op uit zijn mond. Naast meer onderwijzers wil Zambia ook artsen en verpleegkundigen meer loon bieden, zodat zij niet meer zullen uitwijken naar andere landen met beter betaalde banen. Goed nieuws, want in Zambia gaan vier van de tien kinderen naar de basisschool en sterft een op de vijf kinderen voor het vijfde levensjaar.

Uganda: veilige dorpen
Unicef-medewerker Roy van der Ploeg was dit voorjaar in Noord-Uganda. Hij zag met eigen ogen welke verschrikkelijke gevolgen het conflict met het rebellenleger voor kinderen heeft. Ze worden ontvoerd en als kindsoldaat ingezet. ‘Voor de kinderen in Noord-Uganda kan de schuldverlichting positief uitpakken. Door de kwijtschelding krijgt de Ugandese overheid meer financiële ruimte. Unicef zal erop aandringen dat ze meer gaat investeren in de veiligheid in de dorpen, zodat de kinderen niet meer bang hoeven te zijn geronseld te worden en elke avond op zoek moeten gaan naar een veilige slaapplaats.’