vrijdag 25 juni 2010 / Vrij Nederland /

Nieuws & achtergrond

De dodenfabriek van Apple?

Apple ligt onder vuur wegens slechte werkomstandigheden. De Chinese werknemers zijn waarschijnlijk niet blij met onze verontwaardiging.

Kleeft er bloed aan uw gloednieuwe iPad? Je zou het haast denken, als je afgaat op de berichtgeving over de zelfmoorden in de Chinese fabrieken waar ‘s werelds populairste gadgets als de iPhone en de iPad worden gemaakt. Onlangs pleegde de tiende lopende bandwerker in vijf maanden zelfmoord; twee anderen faalden in hun poging. De werknemers – allen tussen de 18 en 24 jaar oud – zouden tot wanhoop gedreven zijn door de barre werkomstandigheden. De zelfmoorden zorgden voor veel internationale reuring en op de dag dat Apple trots zijn nieuwe iPhone 4 presenteerde, organiseerden actiegroepen wereldwijd herdenkingsbijeenkomsten voor de zelfmoordenaars.
De zelfmoorden vonden plaats in Foxconn City, een stadsfabriek in het Zuid-Chinese Shenzhen waar ruim 300.000 mensen wonen en werken – meer dan in de stad Utrecht. Eigenaar is het Taiwanese bedrijf Foxconn, hofleverancier van A-merken als Apple, Sony, Hewlett-Packard en Dell. Foxconnbaas Terry Gou – de rijkste man van Taiwan – bezweert dat zijn bedrijf ‘geen sweatshop is’ en lokale wetgeving respecteert. Actiegroepen schetsen echter een Dickensiaans beeld. De werkdagen zouden lang zijn (minstens tien uur) en overwerk schering en inslag, niet in de laatste plaats omdat bedrijven als Apple hun klanten zo snel mogelijk willen bedienen met hun nieuwe kaskrakers. Het werk is monotoom, vereist een hoge concentratie, de lopende band draait in een moordend tempo en opzichters zouden zich gedragen als militaire commandanten. Bovendien is er weinig sociaal contact: in de anonieme slaapzalen kent niemand elkaar, al was het maar omdat het personeelsverloop zeer groot is. Voor sommige plattelandsmigranten is de overgang naar deze kille wereld te groot.
Foxconn zegt er alles aan te doen om de zelfmoordgolf te keren. Er zijn therapeuten ingehuurd, vangnetten aan de gebouwen gehangen, bibliotheken en zwembaden geopend en zelfs boeddhistische monniken aangetrokken om met behoeftigen te bidden. Intrigerend is de verplichte, schriftelijke verklaring van werknemers dat ze geen zelfmoord zullen plegen en zich desnoods onder dwang laten behandelen als ze zichzelf geweld aan doen. Daarnaast heeft Foxconn aangekondigd de lonen meer dan te verdubbelen (naar 237 euro per maand) en een bonus in te voeren van 66 procent voor goed presterende werknemers – tot afschuw van andere werkgevers in Parelrivierdelta (‘de werkplaats van de wereld’) die kampen met looneisen en stakingen.  
Is de ophef terecht? Laat er geen misverstand over bestaan: bedrijven die hun werknemers diensten van 34 uur laten draaien – zoals de ngo China Labour Watch beweert – misbruiken hun machtspositie. Maar worden er in Foxxconn bovenmatig veel zelfmoorden gepleegd? Integendeel. Neem France Télécom dat honderdduizend mensen op de loonlijst heeft. In korte tijd hebben 46 van hen zelfmoord gepleegd, waarvan elf in de afgelopen zes maanden – verhoudingsgewijs drie keer meer dan bij Foxxconn. Interessant genoeg ligt het Chinese landelijke zelfmoordpercentage twee keer hoger dan bij Foxconn. En verrekend met het Nederlandse gemiddelde, plegen zelfs in de stad Utrecht meer mensen zelfmoord dan in Foxconn City.
Chinese werknemers lijken de Westerse verontwaardiging over de zelfmoorden dan ook niet te delen. Elke dag staan er circa 8.000 jongeren in de rij om om bij Foxconn te mogen werken, terwijl de zaak ook in de Zuid-Chinese pers niet onopgemerkt voorbij is gegaan (door de ophef heeft Foxconn overigens een vacaturestop ingevoerd). En misschien leidde een recent afgeschafte regeling tot perverse uitkomsten: de familie van een omgekomen zelfmoordenaar krijgt tien jaarsalarissen smartengeld uitgekeerd.
De Chinees-Amerikaanse journaliste Leslie Chang vindt de ophef ‘misplaatst’. Ze kreeg vorig jaar veel lof voor haar – inderdaad prachtige – boek Factory Girls (in vertaling verschenen bij Artemis & Co) waarin ze na jarenlang onderzoek het leven van Chinese arbeidsmigranten tot in de kleinste details beschrijft. Chang: ‘De berichtgeving over de werkomstandigheden lijken me overtrokken. Foxconn staat juist bekend als een goede werkgever, en is dan ook populair bij migranten.’ Volgens Chang schetsen media en actiegroepen een verkeerd beeld van de Chinese fabrieksmeisjes en -jongens: ‘Het zijn geen willoze slachtoffers, maar hardwerkende, calculerende jongeren die hogerop willen. Via uitgebreide sociale netwerken, die ze via internet en sms onderhouden, weten ze dat ze bij Foxconn hard moeten werken maar goed betaald krijgen. Dat is precies waarnaar ze op zoek zijn: in een paar jaar tijd zoveel mogelijk geld verdienen. Als het werk te zwaar voor ze is, vertrekken ze na twee weken om ergens anders te werken. De zelfmoorden zijn tragisch maar zeggen weinig over Foxconn.’
In reactie op de ophef heeft Foxconn bekend gemaakt fabrieksonderdelen te verplaatsen naar onder andere Taiwan en Vietnam, waardoor tienduizenden Chinese banen op het spel staan. Chang: ‘Dit is precies de reden waarom de meeste Chinese fabrieksarbeiders de Westerse ophef over hun werkomstandigheden niet weten te waarderen.’