Recensie
Let op de j-curve
Evert Nieuwenhuis
de Volkskrant, 29 december 2006
De Standaard (België), 2 februari 2007
Recensie: The J Curve — A New Way to Understand Why Nations Rise and Fall van Ian Bremmer (Simon & Schuster, 2006).
Ian Bremmer: The J Curve

Waarom koerst Noord-Korea aan op een oorlog die het gedoemd is te verliezen? Was de burgeroorlog in Irak te voorkomen? Zal China ooit een stabiele democratie worden, en zo ja: hoe kunnen wij daaraan bijdragen? Hoe kan het Westen de nucleaire dreiging van Iran afwenden? En is de ‘oorlog tegen het terrorisme’ te winnen?
De antwoorden op deze vragen liggen besloten in de j-curve, meent de Amerikaan Ian Bremmer. Bremmer is directeur van Eurasia Group, een consultancyfirma die bedrijven, instellingen en overheden adviseert over geopolitieke risico’s. Tijdens etentjes met klanten tekende Bremmer steevast op de achterkant van een servetje de j-curve om uit te leggen waarom een land in chaos vervalt of juist op weg is een stabiele democratie te worden. De theorie achter de j-curve heeft Bremmer nu te boek gesteld.

The J Curve heeft alles in zich
om een internationale bestseller te worden. Weekblad The Economist riep het uit tot een van de belangrijkste boeken van 2006 en toonaangevende denkers als Francis Fukuyama en Fareed Zakaria geven er hoog over op. Bremmer verenigt het brede blikveld van Thomas Friedman (The Lexus and the Olive Tree en The World is Flat) met de originaliteit van Malcolm Gladwell (The Tipping Point en Blink). Bovenal biedt The J Curve een helder referentiekader: voor menig lezer zullen de buitenlandpagina’s een stuk toegankelijker worden.
De j-curve is even eenvoudig als verhelderend. De curve heeft de vorm van een omgevallen j, zoals een hockeystick of de ‘swoosh’, het logo van Nike. Elk land heeft een positie op de j-curve en deze wordt bepaald door een score op twee assen: openheid (horizontaal) en stabiliteit (verticaal).
Openheid is de mate waarin “een natie in harmonie is met de dwarsstromen van globalisering – het proces waarin mensen, ideeën, informatie, goederen en diensten internationale grenzen passeren met een ongekende snelheid”. Denk aan de hoeveelheid buitenlandse investeringen die een land instroomt of het aantal mensen dat vrije toegang heeft tot buitenlandse media. Ook binnenlandse openheid is belangrijk: kun je op een willekeurig plein vanaf een zeepkist ongestraft de overheid bekritiseren?
De verticale as geeft stabiliteit weer. Stel: de uitkomst van een presidentiele verkiezing wordt in twijfel getrokken door een substantieel aantal kiezers. Zelfs als het hoogste gerechtsorgaan uitspraak doet, blijft de controverse bestaan. In instabiele landen zorgt zo’n situatie voor tanks in de straten en onrust op internationale financiële markten, zoals in Oekraïne (2004) en Taiwan (2003). In stabiele landen twijfelt niemand aan het voortbestaan van de staat, zoals in de Verenigde Staten tijdens de eerste verkiezing van George W. Bush (2000).
Landen als Noord-Korea, Cuba en het Irak van Saddam Hoessein, begeven zich links boven op de j-curve, oftewel het puntje van de hockeystick. Deze landen zijn gesloten en stabiel. Rechtsboven (het handvat van de hockeystick) bevinden zich bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Japan en Nederland: deze landen zijn heel open en heel stabiel. Op de bodem van de j bevinden zich instabiele landen. Zij kunnen twee kanten op: òf ze keren terug naar de linkerkant van de j en worden autoritairder (Poetins Rusland) òf ze kruipen de lange weg omhoog naar het handvat van de hockeystick en worden open en stabiel (Zuid-Afrika na de apartheid). Een derde optie is dat ze uiteen vallen, zoals Joegoslavië en, over enkele jaren, Irak.

Bremmer’s j-curve heeft belangrijke implicaties voor het buitenlandbeleid van Westerse landen. Wie bijvoorbeeld streeft naar ‘regime change’ van autoritaire landen, moet beseffen dat het pad van een gesloten naar een open maatschappij door het dal van de j-curve loopt. Landen die links boven de j-curve zijn gepositioneerd (gesloten en stabiel), worden eerst instabiel (de bodem van de j-curve) voor ze rechtsboven uitkomen (open en stabiel). Met andere woorden: things get worse before they get better. Wie daar niet op anticipeert, bereikt het tegenovergestelde van wat hij wil bereiken. De huidige burgeroorlog in Irak is het sprekende voorbeeld van dergelijke onkunde. Maar denk ook aan de transformatie van Rusland in de jaren negentig. De ‘shock therapie’ zorgde voor zoveel economische, sociale en politieke veranderingen, dat Russen hun land niet meer herkenden. Krimpende pensioenen, gierende corruptie en stijgende inkomensongelijkheid zijn de voedingsbodem voor verlangen naar een sterke staat, zo niet heimwee naar de Sovjet Unie. Geen wonder dat Poetin ruime steun van de bevolking geniet nu hij Rusland stevig de linkerkant van de j-cuve opduwt, ten koste van vrijheid, democratie en burgerrechten. De rest van de wereld moet nu bij het Kremlin bedelen om gas en olie.
Ook China zal eens door het dal van de j-curve moeten. De grootmacht van de toekomst heeft een economie die steeds opener wordt, terwijl de Communistische Partij stevig vasthoudt aan haar autoritaire regime. Wie op het Tienanmenplein op een zeepkist stapt, wordt ogenblik gearresteerd. Dat is op termijn onhoudbaar, al was het maar omdat de groeiende middenklasse uiteindelijk iets te zeggen wil hebben over de besteding van haar belastinggeld. Als China in een vrije val terecht komt, zijn de gevolgen – in China en elke uithoek van deze geglobaliseerde wereld – niet te overzien. Wat te doen? “Verhoog de j-curve”, zegt Bremmer. Met andere woorden: zorg ervoor dat China stabieler wordt. Dat betekent meer welvaart en minder inkomensongelijkheid voordat er sprake kan zijn van politieke vrijheid. Hoe meer Chinezen delen in de welvaart, hoe meer mensen gebaat zijn bij een ordelijke overgang – inclusief het partijkader. Eerst brood op de plank, dan democratie, luidt het devies van Bremmer.

Wat kan het Westen doen om autoritaire landen te helpen zich naar de rechterkant van de j-curve op te werken? Niet veel, zegt Bremmer: “Democratie heeft alleen kans van slagen in een autoritaire staat als de bevolking het eist. Het voeden van dat verlangen naar een open samenleving moet overheersend zijn in zowel de oorlog tegen terrorisme als de grotere strijd om landen van de linkerkant naar de rechterkant van de j-curve te bewegen.”
Sancties instellen en het isoleren van schurkenstaten zijn contraproductief: het dwingt bijvoorbeeld Noord-Korea om naar voren te vluchten en vast te houden aan nucleaire wapens. Bovendien is Kim Jong-Il zeer geholpen met elke gelegenheid die de VS hem bieden om het beeld van de aartsvijand te vergroten. Zoals elke dictator wil Kim voorkomen dat zijn bevolking hém als grootste vijand ziet.
Maar volgens Bremmer zijn zelfs gesloten maatschappijen als Noord-Korea niet immuun voor de bevrijdende effecten van globalisering. Rijker wordende Chinezen verkopen hun oude mobiele telefoons aan Noord-Koreanen, waardoor deze vlakbij de Chinese grens met elkaar en met vluchtelingen kunnen praten. In heel Noord-Korea circuleren clandestiene videocassettes met Zuid-Koreaanse soaps. Dankzij deze haarscheurtjes in de muur om ’s werelds meest gesloten land, zien Noord-Koreanen volgens Bremmer “dat hun leven niet hoeft te zijn zoals het nu is”. Het “meest belovende initiatief” van Washington in de crisis rondom Noord-Korea, is volgens Bremmer het financieren van een radiostation dat in Noord-Korea uitzendt.
Isoleer landen niet, maar neem ze op in het wereldwijde web van de globalisering, zegt Bremmer. Wie Iran wil overhalen om een open en democratisch land te worden, moet het niet isoleren en in diskrediet brengen, zoals de VS sinds 1980 doen. Het Westen moet volgens Bremmer “een wig drijven tussen Irans heersende conservatieven en de rest van Iran”. In Iran is zeventig procent van de bevolking geboren na de islamitische revolutie van 1979, en velen van hen voelen zich aangetrokken tot de Amerikaanse cultuur. Zo was Iran een van de weinige islamitische landen waar na Elf September kaarsjes voor de slachtoffers werden aangestoken. Ook hier: probeer een gesloten samenleving open te breken. Drijf handel met ze, praat met ze, neem ze op in internationale instituten en bovenal: bevorder een welvarende middenklasse die in contact staat met de rest van de wereld. Laat zien wat ze dankzij hun autoritaire heersers missen.

Bremmer’s liberale pleidooi voor globalisering, vrijheid en democratie is moeilijk te weerspreken. Maar het is de vraag of het genoeg slagkracht heeft. Veel islamistische terroristen hebben bijvoorbeeld helemaal geen “honger naar vrijheid en democratie”. Zij streven naar het tegenovergestelde: een leefomgeving naar veertiende-eeuws islamitisch voorbeeld. Bremmer lijkt bewust naïef als hij schrijft dat “enkelen die uitgesloten zijn van de voordelen van globalisering, zich zullen wenden tot de enige wijdverbreide methoden om het globale krachtenveld te effenen dat hen ter beschikking staat: opstand en terrorisme.” Hier spreekt een liberaal die maar niet wil begrijpen wat religieuzen bezielt. Het is Bremmer toch ook bekend dat de kapers van Elf September tot een welvarende, internationaal georiënteerde middenklasse behoorden? Alleen als iedereen naar vrijheid en democratie streeft, is de wereld zo overzichtelijk als de j-curve.


Recensie / Review:
The J Curve — A New Way to Understand Why Nations Rise and Fall
Ian Bremmer
Simon & Schuster, 2006
€18,99


Bovenstaand artikel verscheen in de Volkskrant in een kortere versie.
De Standaard plaatste dit stuk onder een andere titel: "Het beste moet nog komen".

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
Recensie
Let op de j-curve
Evert Nieuwenhuis
de Volkskrant, 29 december 2006
De Standaard (België), 2 februari 2007
Recensie: The J Curve — A New Way to Understand Why Nations Rise and Fall van Ian Bremmer (Simon & Schuster, 2006).
Ian Bremmer: The J Curve

Waarom koerst Noord-Korea aan op een oorlog die het gedoemd is te verliezen? Was de burgeroorlog in Irak te voorkomen? Zal China ooit een stabiele democratie worden, en zo ja: hoe kunnen wij daaraan bijdragen? Hoe kan het Westen de nucleaire dreiging van Iran afwenden? En is de ‘oorlog tegen het terrorisme’ te winnen?
De antwoorden op deze vragen liggen besloten in de j-curve, meent de Amerikaan Ian Bremmer. Bremmer is directeur van Eurasia Group, een consultancyfirma die bedrijven, instellingen en overheden adviseert over geopolitieke risico’s. Tijdens etentjes met klanten tekende Bremmer steevast op de achterkant van een servetje de j-curve om uit te leggen waarom een land in chaos vervalt of juist op weg is een stabiele democratie te worden. De theorie achter de j-curve heeft Bremmer nu te boek gesteld.

The J Curve heeft alles in zich
om een internationale bestseller te worden. Weekblad The Economist riep het uit tot een van de belangrijkste boeken van 2006 en toonaangevende denkers als Francis Fukuyama en Fareed Zakaria geven er hoog over op. Bremmer verenigt het brede blikveld van Thomas Friedman (The Lexus and the Olive Tree en The World is Flat) met de originaliteit van Malcolm Gladwell (The Tipping Point en Blink). Bovenal biedt The J Curve een helder referentiekader: voor menig lezer zullen de buitenlandpagina’s een stuk toegankelijker worden.
De j-curve is even eenvoudig als verhelderend. De curve heeft de vorm van een omgevallen j, zoals een hockeystick of de ‘swoosh’, het logo van Nike. Elk land heeft een positie op de j-curve en deze wordt bepaald door een score op twee assen: openheid (horizontaal) en stabiliteit (verticaal).
Openheid is de mate waarin “een natie in harmonie is met de dwarsstromen van globalisering – het proces waarin mensen, ideeën, informatie, goederen en diensten internationale grenzen passeren met een ongekende snelheid”. Denk aan de hoeveelheid buitenlandse investeringen die een land instroomt of het aantal mensen dat vrije toegang heeft tot buitenlandse media. Ook binnenlandse openheid is belangrijk: kun je op een willekeurig plein vanaf een zeepkist ongestraft de overheid bekritiseren?
De verticale as geeft stabiliteit weer. Stel: de uitkomst van een presidentiele verkiezing wordt in twijfel getrokken door een substantieel aantal kiezers. Zelfs als het hoogste gerechtsorgaan uitspraak doet, blijft de controverse bestaan. In instabiele landen zorgt zo’n situatie voor tanks in de straten en onrust op internationale financiële markten, zoals in Oekraïne (2004) en Taiwan (2003). In stabiele landen twijfelt niemand aan het voortbestaan van de staat, zoals in de Verenigde Staten tijdens de eerste verkiezing van George W. Bush (2000).
Landen als Noord-Korea, Cuba en het Irak van Saddam Hoessein, begeven zich links boven op de j-curve, oftewel het puntje van de hockeystick. Deze landen zijn gesloten en stabiel. Rechtsboven (het handvat van de hockeystick) bevinden zich bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Japan en Nederland: deze landen zijn heel open en heel stabiel. Op de bodem van de j bevinden zich instabiele landen. Zij kunnen twee kanten op: òf ze keren terug naar de linkerkant van de j en worden autoritairder (Poetins Rusland) òf ze kruipen de lange weg omhoog naar het handvat van de hockeystick en worden open en stabiel (Zuid-Afrika na de apartheid). Een derde optie is dat ze uiteen vallen, zoals Joegoslavië en, over enkele jaren, Irak.

Bremmer’s j-curve heeft belangrijke implicaties voor het buitenlandbeleid van Westerse landen. Wie bijvoorbeeld streeft naar ‘regime change’ van autoritaire landen, moet beseffen dat het pad van een gesloten naar een open maatschappij door het dal van de j-curve loopt. Landen die links boven de j-curve zijn gepositioneerd (gesloten en stabiel), worden eerst instabiel (de bodem van de j-curve) voor ze rechtsboven uitkomen (open en stabiel). Met andere woorden: things get worse before they get better. Wie daar niet op anticipeert, bereikt het tegenovergestelde van wat hij wil bereiken. De huidige burgeroorlog in Irak is het sprekende voorbeeld van dergelijke onkunde. Maar denk ook aan de transformatie van Rusland in de jaren negentig. De ‘shock therapie’ zorgde voor zoveel economische, sociale en politieke veranderingen, dat Russen hun land niet meer herkenden. Krimpende pensioenen, gierende corruptie en stijgende inkomensongelijkheid zijn de voedingsbodem voor verlangen naar een sterke staat, zo niet heimwee naar de Sovjet Unie. Geen wonder dat Poetin ruime steun van de bevolking geniet nu hij Rusland stevig de linkerkant van de j-cuve opduwt, ten koste van vrijheid, democratie en burgerrechten. De rest van de wereld moet nu bij het Kremlin bedelen om gas en olie.
Ook China zal eens door het dal van de j-curve moeten. De grootmacht van de toekomst heeft een economie die steeds opener wordt, terwijl de Communistische Partij stevig vasthoudt aan haar autoritaire regime. Wie op het Tienanmenplein op een zeepkist stapt, wordt ogenblik gearresteerd. Dat is op termijn onhoudbaar, al was het maar omdat de groeiende middenklasse uiteindelijk iets te zeggen wil hebben over de besteding van haar belastinggeld. Als China in een vrije val terecht komt, zijn de gevolgen – in China en elke uithoek van deze geglobaliseerde wereld – niet te overzien. Wat te doen? “Verhoog de j-curve”, zegt Bremmer. Met andere woorden: zorg ervoor dat China stabieler wordt. Dat betekent meer welvaart en minder inkomensongelijkheid voordat er sprake kan zijn van politieke vrijheid. Hoe meer Chinezen delen in de welvaart, hoe meer mensen gebaat zijn bij een ordelijke overgang – inclusief het partijkader. Eerst brood op de plank, dan democratie, luidt het devies van Bremmer.

Wat kan het Westen doen om autoritaire landen te helpen zich naar de rechterkant van de j-curve op te werken? Niet veel, zegt Bremmer: “Democratie heeft alleen kans van slagen in een autoritaire staat als de bevolking het eist. Het voeden van dat verlangen naar een open samenleving moet overheersend zijn in zowel de oorlog tegen terrorisme als de grotere strijd om landen van de linkerkant naar de rechterkant van de j-curve te bewegen.”
Sancties instellen en het isoleren van schurkenstaten zijn contraproductief: het dwingt bijvoorbeeld Noord-Korea om naar voren te vluchten en vast te houden aan nucleaire wapens. Bovendien is Kim Jong-Il zeer geholpen met elke gelegenheid die de VS hem bieden om het beeld van de aartsvijand te vergroten. Zoals elke dictator wil Kim voorkomen dat zijn bevolking hém als grootste vijand ziet.
Maar volgens Bremmer zijn zelfs gesloten maatschappijen als Noord-Korea niet immuun voor de bevrijdende effecten van globalisering. Rijker wordende Chinezen verkopen hun oude mobiele telefoons aan Noord-Koreanen, waardoor deze vlakbij de Chinese grens met elkaar en met vluchtelingen kunnen praten. In heel Noord-Korea circuleren clandestiene videocassettes met Zuid-Koreaanse soaps. Dankzij deze haarscheurtjes in de muur om ’s werelds meest gesloten land, zien Noord-Koreanen volgens Bremmer “dat hun leven niet hoeft te zijn zoals het nu is”. Het “meest belovende initiatief” van Washington in de crisis rondom Noord-Korea, is volgens Bremmer het financieren van een radiostation dat in Noord-Korea uitzendt.
Isoleer landen niet, maar neem ze op in het wereldwijde web van de globalisering, zegt Bremmer. Wie Iran wil overhalen om een open en democratisch land te worden, moet het niet isoleren en in diskrediet brengen, zoals de VS sinds 1980 doen. Het Westen moet volgens Bremmer “een wig drijven tussen Irans heersende conservatieven en de rest van Iran”. In Iran is zeventig procent van de bevolking geboren na de islamitische revolutie van 1979, en velen van hen voelen zich aangetrokken tot de Amerikaanse cultuur. Zo was Iran een van de weinige islamitische landen waar na Elf September kaarsjes voor de slachtoffers werden aangestoken. Ook hier: probeer een gesloten samenleving open te breken. Drijf handel met ze, praat met ze, neem ze op in internationale instituten en bovenal: bevorder een welvarende middenklasse die in contact staat met de rest van de wereld. Laat zien wat ze dankzij hun autoritaire heersers missen.

Bremmer’s liberale pleidooi voor globalisering, vrijheid en democratie is moeilijk te weerspreken. Maar het is de vraag of het genoeg slagkracht heeft. Veel islamistische terroristen hebben bijvoorbeeld helemaal geen “honger naar vrijheid en democratie”. Zij streven naar het tegenovergestelde: een leefomgeving naar veertiende-eeuws islamitisch voorbeeld. Bremmer lijkt bewust naïef als hij schrijft dat “enkelen die uitgesloten zijn van de voordelen van globalisering, zich zullen wenden tot de enige wijdverbreide methoden om het globale krachtenveld te effenen dat hen ter beschikking staat: opstand en terrorisme.” Hier spreekt een liberaal die maar niet wil begrijpen wat religieuzen bezielt. Het is Bremmer toch ook bekend dat de kapers van Elf September tot een welvarende, internationaal georiënteerde middenklasse behoorden? Alleen als iedereen naar vrijheid en democratie streeft, is de wereld zo overzichtelijk als de j-curve.


Recensie / Review:
The J Curve — A New Way to Understand Why Nations Rise and Fall
Ian Bremmer
Simon & Schuster, 2006
€18,99


Bovenstaand artikel verscheen in de Volkskrant in een kortere versie.
De Standaard plaatste dit stuk onder een andere titel: "Het beste moet nog komen".

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl