Recensie
Laat ze het zelf doen
Evert Nieuwenhuis
de Volkskrant, 16 maart 2007
De Standaard (België), 11 mei 2007
Waarom Westerse ontwikkelingshulp faalt — en hoe het wel moet.
Recensie: The White Man’s Burden. Why the West’s Efforts to Aid the Rest Have Done So Much Ill and So Little Good van William Easterly (The Penguin Press, 2006) & The Trouble with Africa. Why Foreign Aid isn’t Working van Robert Calderesi (Palgrave Macmillan, 2006).
William Easterly: The White Man's Burden
Robert Calderisi: The Trouble With Africa

Elke dertig seconden sterft een kind aan malaria. Dat is eenvoudig te voorkomen met een klamboe van vier dollar per stuk. Het is een tragedie, roepen politici als Tony Blair, popsterren als Bob Geldof en Bono (Live8), en invloedrijke economen als Jeffrey Sachs, architect van het VN-plan om in 2015 de extreme armoede gehalveerd te hebben. Wij kunnen de bijna drie miljard mensen die in uitzonderlijke armoede leven van hun lot verlossen. Geld en een Groot Plan, dat is wat we nodig hebben. Vier dollar per klamboe. Kom op mensen.
Gevaarlijke hoogmoed, zegt William Easterly in The White Man’s Burden met de veelzeggende ondertitel Why the West’s Efforts to Aid the Rest Have Done So Much Ill and So Little Good. De echte tragedie, zegt Easterly, ‘is de tragedie waarbij het Westen in meer dan vijf decennia 2,3 biljoen dollar (een getal met twaalf cijfers, E.N.) aan ontwikkelingshulp besteedde, en er nog steeds niet in is geslaagd om klamboes van vier dollar te verspreiden’.
Easterly schreef een ontluisterend maar ook hoopgevend boek – verplichte literatuur voor elke wereldverbeteraar. Meer dan zestien jaar werkte hij als onderzoeker bij de Wereldbank, ’s werelds grootste ontwikkelingsorganisatie, die gemiddeld 2,5 miljoen dollar per uur uitgeeft aan armoedebestrijding. Momenteel is hij verbonden aan de New York University en is zijn boek een ijkpunt in de discussie over de zin en onzin van ontwikkelingshulp.

Het juiste plan
De westerse armoedebestrijder met zijn Grote Plan lijdt volgens Easterly aan ‘the white man’s burden’: de blanke man die door de voorzienigheid is verkozen om de arme medemens elders in de wereld te bevrijden en te verlichten. Dat moet ondanks alle goede bedoelingen wel fout gaan, meent Easterly.  Accountability en feedback – de hoekstenen van elke succesvolle democratie en economie – zijn ver te zoeken: de westerse utopisten worden nooit afgerekend op het veelvuldig falen van hun Grote Plannen, en hun tekentafeloplossingen zijn niet gevormd door de alledaagse praktijk.
Easterly gebruikt de vergelijking niet, maar de westerse armoedebestrijders gedragen zich als het politbureau van de Sovjets: mondiale armoedebestrijding als een planeconomie, bestuurd vanuit westerse hoofdsteden.
‘The right plan is to have no plan’, schrijft Easterly – het juiste plan is geen plan te hebben. Ontwikkeling laat zich niet plannen, en al helemaal niet door buitenstaanders. Kleine, praktische oplossingen vormen de weg naar welvaart, en niemand is beter in het vinden van oplossingen dan zij die de problemen dagelijks ondervinden: arme mensen. Help de Zoekers, vergeet de Planners is de boodschap van Easterly.
Hoe krijg je, volgens hem, klamboes bij arme Afrikanen? Planners delen gratis klamboes uit, met als gevolg dat in bijvoorbeeld Zambia 70 procent van die klamboes nooit wordt gebruikt. Ze worden verkocht op de zwarte markt of duiken op in bruidssluiers. De kleine hulporganisatie PSI probeerde in Malawi iets anders: ze verkoopt klamboes aan moeders op het platteland voor vijftig dollarcent per stuk.
Mensen kopen alleen producten waaraan ze behoefte hebben, en dus moet hun worden uitgelegd dat een klamboe meer waarde heeft boven het bed van hun baby dan in een bruidssluier. De gezondheidswerkers verdienen aan elke verkochte klamboe en dus zorgen zij ervoor dat er zoveel mogelijk klanten worden bereikt. In Malawi steeg het percentage kinderen dat onder een klamboe slaapt, binnen vier jaar van 8 naar 55 procent. Kijk, zegt Easterly, zo’n oplossing kun je niet plannen. Zo’n oplossing vind je alleen als je met je poten in de modder staat en belang hebt bij het resultaat.

Groteske generalisering
Ook Robert Calderisi buigt zich in The Trouble with Africa over de vraag hoe hulp kan helpen. Jarenlang was hij de hoogste man van de Wereldbank in West- en later Centraal-Afrika. Hij was dus co-auteur van Grote Plannen en hield toezicht op de uitvoering ervan. Zijn boek was daarom iets om reikhalzend naar uit te kijken.
Calderisi vraagt zich af waarom Afrika het enige continent is dat er de afgelopen dertig jaar in sociaal-economisch opzicht op achteruit is gegaan.  Zijn antwoord mondt uit in een groteske generalisering van ‘de Afrikaan’, waarmee hij doelt op de 800 miljoen bewoners van een continent met negen keer zoveel talen en culturen als Europa.
Volgens Calderisi leggen Afrikanen de oorzaak van hun problemen altijd buiten zichzelf, zoals de koloniale erfenis, oneerlijke handelsregels en een hardvochtig klimaat. Maar het leeuwendeel van hun rampspoed hebben ze toch echt aan zichzelf te wijten: rampzalig sociaal-economisch beleid, verlammende bureaucratie en leiders die meer om hun Zwitserse bankrekening geven dan om hun volk. En vergeet de gewone Afrikaan niet, die al dat wanbeleid maar accepteert. Calderisi: ‘Stoïcisme mag een deugd zijn, maar het vermoordt letterlijk Afrika’s zonen en dochters.’
Het is prikkelend dat Calderisi het politiek correcte gebod terzijde schuift dat alleen Afrikanen felle kritiek op Afrikanen mogen hebben. Dat levert interessante stellingen op. Maar The Trouble with Africa maakt zijn pretenties niet waar, door een tekort aan doorwrochte analyses en een overvloed van onbeduidende herinneringen en oppervlakkige observaties. Daarnaast maakt Calderisi zich schuldig aan datgene wat hij juist Afrika verwijt: altijd maar de schuld buiten zichzelf zoeken. Want we lezen nauwelijks over wat de Wereldbank of Calderisi zelf te maken heeft met de subtitel van zijn boek, Why Foreign Aid isn’t Working. De evaluatierapporten van de Wereldbank zijn een stuk openhartiger.

Springlevend
Ook The White Man’s Burden heeft zijn gebreken. Geregeld maakt Easterly karikaturen van zijn tegenstanders, bijvoorbeeld van voornoemde VN-econoom Jeffrey Sachs. Ook is Easterly zeer bedreven in het in volle vaart intrappen van een open deur. Neem zijn lofzang op kleinschalige projecten. Die zijn momenteel juist zeer in trek, getuige de Nobelprijs voor de Vrede 2006 die werd uitgereikt aan Muhammad Yunus, de geestelijk vader van microkredieten. Maar Easterly doet net of hij zelf met kleinschaligheid het ei van Columbus heeft ontdekt.
Bovendien zijn de scheidslijnen tussen Planners en Zoekers niet zo scherp te trekken als Easterly ons doet geloven. PSI, de organisaties die klamboes in Malawi verkoopt, werd bijvoorbeeld gefinancierd en logistiek ondersteund door grote hulporganisaties. Ook vergeet Easterly dat Zoekers niet zonder Planners kunnen: ondernemers hebben wegen, scholen en ziekenhuizen nodig, en zonder Planners komen die er niet.
Maar de grote kracht van Easterly’s boek is dat het aantoont dat the white man’s burden nog altijd springlevend sinds de Britse dichter Rudyard Kipling de term meer dan honderd jaar geleden muntte. De Wereldbank mag tegenwoordig dan het lokale maatschappelijk middenveld consulteren, met de condities die aan haar leningen verbonden zijn, worden de lenende landen nog altijd deels vanuit Washington geregeerd.
Ook kleinere hulporganisaties en zogeheten ‘praktische idealisten’ die een eigen project beginnen, stellen samenwerking met lokale organisaties centraal. Dat lijkt prachtig, maar in feite richten ze zich daarmee tot een relatief welvarende middenklasse: ‘Wij zien dít als jullie probleem en dát als jullie oplossing. Als jullie het met ons eens zijn, hebben we hier een grote zak geld.’ Drie keer raden wat de reactie van een werkzoekende Afrikaanse vader van drie schoolgaande kinderen dan zal zijn – ongeacht zíjn probleem en zíjn oplossing.

Klik hier voor een interview met William Easterly.
Klik hier voor een interview met Robert Calderisi.


Recensie / Review:

The White Man’s Burden. Why the West’s Efforts to Aid the Rest Have Done So Much Ill and So Little Good
William Easterly
The Penguin Press
€ 25,49, 436 pagina’s

The Trouble with Africa. Why Foreign Aid isn’t Working
Robert Calderesi
Palgrave Macmillan
€ 19.95, 249 pagina’s

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
Recensie
Laat ze het zelf doen
Evert Nieuwenhuis
de Volkskrant, 16 maart 2007
De Standaard (België), 11 mei 2007
Waarom Westerse ontwikkelingshulp faalt — en hoe het wel moet.
Recensie: The White Man’s Burden. Why the West’s Efforts to Aid the Rest Have Done So Much Ill and So Little Good van William Easterly (The Penguin Press, 2006) & The Trouble with Africa. Why Foreign Aid isn’t Working van Robert Calderesi (Palgrave Macmillan, 2006).
William Easterly: The White Man's Burden
Robert Calderisi: The Trouble With Africa

Elke dertig seconden sterft een kind aan malaria. Dat is eenvoudig te voorkomen met een klamboe van vier dollar per stuk. Het is een tragedie, roepen politici als Tony Blair, popsterren als Bob Geldof en Bono (Live8), en invloedrijke economen als Jeffrey Sachs, architect van het VN-plan om in 2015 de extreme armoede gehalveerd te hebben. Wij kunnen de bijna drie miljard mensen die in uitzonderlijke armoede leven van hun lot verlossen. Geld en een Groot Plan, dat is wat we nodig hebben. Vier dollar per klamboe. Kom op mensen.
Gevaarlijke hoogmoed, zegt William Easterly in The White Man’s Burden met de veelzeggende ondertitel Why the West’s Efforts to Aid the Rest Have Done So Much Ill and So Little Good. De echte tragedie, zegt Easterly, ‘is de tragedie waarbij het Westen in meer dan vijf decennia 2,3 biljoen dollar (een getal met twaalf cijfers, E.N.) aan ontwikkelingshulp besteedde, en er nog steeds niet in is geslaagd om klamboes van vier dollar te verspreiden’.
Easterly schreef een ontluisterend maar ook hoopgevend boek – verplichte literatuur voor elke wereldverbeteraar. Meer dan zestien jaar werkte hij als onderzoeker bij de Wereldbank, ’s werelds grootste ontwikkelingsorganisatie, die gemiddeld 2,5 miljoen dollar per uur uitgeeft aan armoedebestrijding. Momenteel is hij verbonden aan de New York University en is zijn boek een ijkpunt in de discussie over de zin en onzin van ontwikkelingshulp.

Het juiste plan
De westerse armoedebestrijder met zijn Grote Plan lijdt volgens Easterly aan ‘the white man’s burden’: de blanke man die door de voorzienigheid is verkozen om de arme medemens elders in de wereld te bevrijden en te verlichten. Dat moet ondanks alle goede bedoelingen wel fout gaan, meent Easterly.  Accountability en feedback – de hoekstenen van elke succesvolle democratie en economie – zijn ver te zoeken: de westerse utopisten worden nooit afgerekend op het veelvuldig falen van hun Grote Plannen, en hun tekentafeloplossingen zijn niet gevormd door de alledaagse praktijk.
Easterly gebruikt de vergelijking niet, maar de westerse armoedebestrijders gedragen zich als het politbureau van de Sovjets: mondiale armoedebestrijding als een planeconomie, bestuurd vanuit westerse hoofdsteden.
‘The right plan is to have no plan’, schrijft Easterly – het juiste plan is geen plan te hebben. Ontwikkeling laat zich niet plannen, en al helemaal niet door buitenstaanders. Kleine, praktische oplossingen vormen de weg naar welvaart, en niemand is beter in het vinden van oplossingen dan zij die de problemen dagelijks ondervinden: arme mensen. Help de Zoekers, vergeet de Planners is de boodschap van Easterly.
Hoe krijg je, volgens hem, klamboes bij arme Afrikanen? Planners delen gratis klamboes uit, met als gevolg dat in bijvoorbeeld Zambia 70 procent van die klamboes nooit wordt gebruikt. Ze worden verkocht op de zwarte markt of duiken op in bruidssluiers. De kleine hulporganisatie PSI probeerde in Malawi iets anders: ze verkoopt klamboes aan moeders op het platteland voor vijftig dollarcent per stuk.
Mensen kopen alleen producten waaraan ze behoefte hebben, en dus moet hun worden uitgelegd dat een klamboe meer waarde heeft boven het bed van hun baby dan in een bruidssluier. De gezondheidswerkers verdienen aan elke verkochte klamboe en dus zorgen zij ervoor dat er zoveel mogelijk klanten worden bereikt. In Malawi steeg het percentage kinderen dat onder een klamboe slaapt, binnen vier jaar van 8 naar 55 procent. Kijk, zegt Easterly, zo’n oplossing kun je niet plannen. Zo’n oplossing vind je alleen als je met je poten in de modder staat en belang hebt bij het resultaat.

Groteske generalisering
Ook Robert Calderisi buigt zich in The Trouble with Africa over de vraag hoe hulp kan helpen. Jarenlang was hij de hoogste man van de Wereldbank in West- en later Centraal-Afrika. Hij was dus co-auteur van Grote Plannen en hield toezicht op de uitvoering ervan. Zijn boek was daarom iets om reikhalzend naar uit te kijken.
Calderisi vraagt zich af waarom Afrika het enige continent is dat er de afgelopen dertig jaar in sociaal-economisch opzicht op achteruit is gegaan.  Zijn antwoord mondt uit in een groteske generalisering van ‘de Afrikaan’, waarmee hij doelt op de 800 miljoen bewoners van een continent met negen keer zoveel talen en culturen als Europa.
Volgens Calderisi leggen Afrikanen de oorzaak van hun problemen altijd buiten zichzelf, zoals de koloniale erfenis, oneerlijke handelsregels en een hardvochtig klimaat. Maar het leeuwendeel van hun rampspoed hebben ze toch echt aan zichzelf te wijten: rampzalig sociaal-economisch beleid, verlammende bureaucratie en leiders die meer om hun Zwitserse bankrekening geven dan om hun volk. En vergeet de gewone Afrikaan niet, die al dat wanbeleid maar accepteert. Calderisi: ‘Stoïcisme mag een deugd zijn, maar het vermoordt letterlijk Afrika’s zonen en dochters.’
Het is prikkelend dat Calderisi het politiek correcte gebod terzijde schuift dat alleen Afrikanen felle kritiek op Afrikanen mogen hebben. Dat levert interessante stellingen op. Maar The Trouble with Africa maakt zijn pretenties niet waar, door een tekort aan doorwrochte analyses en een overvloed van onbeduidende herinneringen en oppervlakkige observaties. Daarnaast maakt Calderisi zich schuldig aan datgene wat hij juist Afrika verwijt: altijd maar de schuld buiten zichzelf zoeken. Want we lezen nauwelijks over wat de Wereldbank of Calderisi zelf te maken heeft met de subtitel van zijn boek, Why Foreign Aid isn’t Working. De evaluatierapporten van de Wereldbank zijn een stuk openhartiger.

Springlevend
Ook The White Man’s Burden heeft zijn gebreken. Geregeld maakt Easterly karikaturen van zijn tegenstanders, bijvoorbeeld van voornoemde VN-econoom Jeffrey Sachs. Ook is Easterly zeer bedreven in het in volle vaart intrappen van een open deur. Neem zijn lofzang op kleinschalige projecten. Die zijn momenteel juist zeer in trek, getuige de Nobelprijs voor de Vrede 2006 die werd uitgereikt aan Muhammad Yunus, de geestelijk vader van microkredieten. Maar Easterly doet net of hij zelf met kleinschaligheid het ei van Columbus heeft ontdekt.
Bovendien zijn de scheidslijnen tussen Planners en Zoekers niet zo scherp te trekken als Easterly ons doet geloven. PSI, de organisaties die klamboes in Malawi verkoopt, werd bijvoorbeeld gefinancierd en logistiek ondersteund door grote hulporganisaties. Ook vergeet Easterly dat Zoekers niet zonder Planners kunnen: ondernemers hebben wegen, scholen en ziekenhuizen nodig, en zonder Planners komen die er niet.
Maar de grote kracht van Easterly’s boek is dat het aantoont dat the white man’s burden nog altijd springlevend sinds de Britse dichter Rudyard Kipling de term meer dan honderd jaar geleden muntte. De Wereldbank mag tegenwoordig dan het lokale maatschappelijk middenveld consulteren, met de condities die aan haar leningen verbonden zijn, worden de lenende landen nog altijd deels vanuit Washington geregeerd.
Ook kleinere hulporganisaties en zogeheten ‘praktische idealisten’ die een eigen project beginnen, stellen samenwerking met lokale organisaties centraal. Dat lijkt prachtig, maar in feite richten ze zich daarmee tot een relatief welvarende middenklasse: ‘Wij zien dít als jullie probleem en dát als jullie oplossing. Als jullie het met ons eens zijn, hebben we hier een grote zak geld.’ Drie keer raden wat de reactie van een werkzoekende Afrikaanse vader van drie schoolgaande kinderen dan zal zijn – ongeacht zíjn probleem en zíjn oplossing.

Klik hier voor een interview met William Easterly.
Klik hier voor een interview met Robert Calderisi.


Recensie / Review:

The White Man’s Burden. Why the West’s Efforts to Aid the Rest Have Done So Much Ill and So Little Good
William Easterly
The Penguin Press
€ 25,49, 436 pagina’s

The Trouble with Africa. Why Foreign Aid isn’t Working
Robert Calderesi
Palgrave Macmillan
€ 19.95, 249 pagina’s

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl