de Volkskrant, 21 maart 2008
De Standaard (België), 18 april 2008
Dover van Gustaaf Peek (Contact, 20008)
![]() |
![]() |
Als je goed oplet, zie je ze overal. Twee Afrikaanse mannen die bouwpuin sjouwen uit een te renoveren huis in de binnenstad. Ze dragen een muts en een oud ski-jack, ongeacht het weer. Een jong stelletje uit de Filippijnen, Thailand of een ander Aziatisch land, dat snel de straat oversteekt als ze een politieagent op hun pad vinden. Of een bezwete Chinese kok in een Chinees restaurant op de Amsterdamse Zeedijk. De wallen onder zijn ogen verraden een slopend werkrooster.
Wie zijn zij, de illegalen die het smeermiddel vormen van onze economie? Die onze verbouwingen betaalbaar maken, ons huis schoonmaken zodat we ons kunnen wijden aan onze drukke, goedbetaalde banen of ons voor een prikkie laten genieten van de Chinese keuken? Je ziet ze overal, maar we weten niets van hen. We kijken dwars door hen heen.
Journalist Marcel van Engelen (voorheen Het Parool, nu De Pers) schreef een boek over een van hen: Amadou, een intelligente, ondernemende Senegalese student politicologie met als bijvak Engels. Van Engelen ontmoet hem tijdens een reportagereis in Senegal. Elke ochtend serveert Amadou hem als ober zijn ontbijt. Een uitnodiging om bij hem thuis te komen eten slaat Van Engelen vriendelijk af: te opdringerig. Wel geeft hij Amadou zijn visitekaartje.
Maanden later wordt Van Engelen gebeld. Amadou is in Amsterdam. Of hij hem kan helpen.
De Gelukzoeker is het verslag van de vijf jaar die Amadou in Amsterdam woont en werkt, zijn terugkeer naar Senegal en de ongemakkelijke vriendschap tussen hem en Van Engelen. In het begin van zijn Amsterdamse jaren woont Amadou in bij een rijke handelaar in Afrikaanse beelden en maskers. Hij doet de boodschappen, houdt inbrekers op afstand en kijkt toe op huisfeestjes verzadigd van drank, coke en seks.
Maar Amadou wil meer. Hij wil fortuin maken en als succesvol migrant terugkeren. Hij zoekt wanhopig naar een ingang tot de Nederlandse samenleving. Op het dieptepunt van zijn queeste verwaarloost hij zichzelf, wast hij zich niet meer en eet hij nauwelijks. Uiteindelijk vindt hij werk in een wietkwekerij. Gouden tijden breken aan: in vier jaar verdient hij zo’n 150 duizend euro.
De prijs is echter hoog. “Ga terug”, adviseerde Van Engelen Amadou al vlak na zijn aankomst. Tijdens reportages in de Bijlmer had Van Engelen West-Afrikanen gezien die “minstens zo getraumatiseerd leken door hun kansloze bestaan in Nederland als door de oorlogen die ze zeiden te hebben doorstaan”.
Achteraf blijkt dat Van Engelen nauwelijks overdreef. Amadou heeft geen oorlog meegemaakt en ook geen traumatische (boot)reis naar Europa, maar zijn Nederlandse verblijf heeft inderdaad diepe sporen nagelaten. Altijd is hij in de greep van de angst om gepakt te worden en als mislukkeling terug te keren. Als ’s avonds een enquêtebureau belt, slaat de paniek toe: is hij ontdekt door de politie? Hals over kop verhuist hij voor de zoveelste keer. Amadou is een illegaal die onzichtbaar moet zijn.
Pas in Senegal, als Amadou over zijn Amsterdamse jaren vertelt, ziet Van Engelen hoe zwaar de illegaliteit voor Amadou was. Van Engelen: “Hoe kon ik zo blind zijn geweest voor zijn diepe wanhoop en angst in Nederland?” Hij ontwikkelde “een vriendschap met iemand die ik vijf jaar later pas echt zou leren kennen”.
De terugkeer in Senegal wordt een deceptie. De Amsterdamse jaren hebben de eens zo trotse en beheerste Amadou gebroken. Zijn Amsterdamse fortuin heeft hij succesvol geïnvesteerd in taxi’s, winkels en huizen, maar het brengt hem nauwelijks voorspoed. Hij drinkt te veel en wantrouwt iedereen. Tussen Amadou en zijn familie en vrienden is een onoverbrugbare kloof ontstaan: Amadou heeft geld, zij niet. Iedereen wil opeens zijn vriend zijn en oude vrienden bedriegen hem. Zijn moeder had liever gezien dat hij in Europa was gebleven, want daar verdient hij meer geld voor de familie. Ook de vriendschap tussen Amadou en Van Engelen overleeft zijn terugkeer niet.
De gelukzoeker is non-fictie, maar leest als een goede roman. Door zich te bedienen van literaire stijlmiddelen – zoals innerlijke monologen of het beschrijven van scènes waar hij onmogelijk bij kon zijn – krijgt het inlevingsvermogen van Van Engelen alle ruimte. Tegelijkertijd blijft hij journalist: de werkelijkheid is leidend. Die combinatie mondt uit in een veelzijdig boek over illegale migratie in Nederland en een rijk geschakeerd portret van een man op zoek naar een beter leven, die daarin zowel slaagt als faalt.
Amadou bestaat en woont nog steeds in Senegal. Tony, de hoofdpersoon in Dover, is verzonnen door auteur Gustaaf Peek, een 33-jarige fotograaf die twee jaar geleden debuteerde met de roman Armin. Peeks uitgangspunt is het drama van Dover dat in de zomer van 2000 plaatsvond; 58 economische vluchtelingen uit China stikten in het laadruim van een Nederlandse vrachtwagen. Twee gelukzoekers overleven. De feiten over het drama zijn te lezen in de krantenarchieven.
Tony is in het verhaal van Peek een van de twee overlevenden van het drama in Dover. Hij is een jonge Chinees uit Indonesië die bijna dag en nacht in de keuken werkt van een Rotterdams restaurant. Zijn baas, Mr. Chow, is een van de organisatoren van de mensensmokkel naar Dover.
Ook de andere personages hebben direct of indirect met de mislukte overtocht te maken. Zoals Bas, een West-Afrikaanse regeringsoldaat met bloed aan zijn handen; Bernard, een aan lager wal geraakte Nederlandse advocaat die hand-en-spandiensten verricht voor de mensensmokkelaars; en Aylin, een zwanger meisje uit voormalig Joegoslavië dat in de val van vrouwenhandelaars is gelopen en door Bernard wordt gered uit een Hollandse filmloods waar dierenporno wordt opgenomen.
Dover is een gelaagde roman over mensen die veiligheid, geborgenheid en een toekomst zoeken. Op het eerste gezicht doet Dover denken aan Probeer het mortuarium van Eva Maria Staal, een literaire thriller over wapenhandel waar de auteur actief in zou zijn geweest. Beide boeken spelen in criminele milieus, en ze delen een realistische, harde stijl. “Wij vervingen een lading tomaten”, zegt Tony over zijn reis naar Dover. Maar de fonkelende pen van Peek is veel verfijnder dan het repeteergeweer van Staal. In enkele bladzijden weet Peek te ontleden hoe in 1997 de Indonesische rassenrellen tegen Chinezen ontstonden en hoe Tony en zijn familie eigenlijk altijd al wisten dat dit zou gebeuren. Of hoe Bas als 14-jarige soldaat met een rubberen slang zijn eerste bekentenis uit iemand sloeg, en waarom juist hem dat zo gemakkelijk af ging. Of waarom Aylin de mooie jongen Samir, het lokaas van mensensmokkelaars, wel moest geloven toen hij haar vroeg mee te gaan naar Londen.
Net als voor Amadou is voor de hoofdpersonen van Dover onzichtbaarheid van levensbelang. Bas, de soldaat die martelde, zit graag in het raam van Tony om te kijken of hij landgenoten op straat ziet. Als hij vermoedt dat een van zijn slachtoffers hem heeft gezien, vertrekt hij naar een volgende stad. Tony laat zich op straat fotograferen door een Nederlands buurmeisje, waar hij heimelijk een oogje op heeft laten vallen. Als zij aan Tony de foto laat zien, zegt hij tot verbazing van de fotografe: “Er staat niemand.”
Recensie:
De gelukzoeker
Marcel van Engelen
De Bezige Bij
240 pagina's
€ 17,90
ISBN 978 90 234 2551 9
Dover
Gustaaf Peek
Contact
222 pagina’s
€19,90
ISBN 978 90 254 1698

















