China, India en de Nederlandse economie
Het roer moet nu om, Hollanders / De volgende Bill Gates is een Chinees
Evert Nieuwenhuis
nrc.next, 26 april 2006
NRC Handelsblad, 27 april 2006
De groei van de economieën van China en India lijken de Nederlandse te bedreigen. Maar als Nederland hervormt, kan het juist profiteren van de toenemende wereldhandel.

Globalisering trekt een spoor van lege bureaus in Nederlandse kantoren. Lopendebandwerk wordt al enige decennia uitbesteed aan lagelonenlanden, maar nu is het kantoorwerk aan de beurt. Het verplaatsen van hoogwaardig werk, ook wel outsourcing genoemd, raakt vooral mijn generatie en onze kinderen. Een legioen hoogopgeleide Indiërs en Chinezen staat klaar om ons werk over te nemen. Volgens recent onderzoek zegt 38 procent van de tweehonderd grootste multinationals ‘een substantieel deel’ van hun onderzoek en management de komende drie jaar te verplaatsen naar India, China en andere opkomende economieën. Ben Verwaayen, topman van British Telecom, schetste onlangs aan een zaal vol toehoorders de toekomst: “Grote bedrijven zullen hun hoofdkantoren nog wel in Europa en Amerika houden. Maar achter de voordeur wordt het steeds leger.”

Politici hebben nog geen overtuigend antwoord geformuleerd op deze ontwikkeling. Zo moet Nederland een ‘kenniseconomie’ worden – een prachtig voornemen, dat helaas nog niet te herkennen is in adequaat beleid. Het percentage hoogopgeleiden van de Nederlandse bevolking is gelijk aan het OESO-gemiddelde (de OESO bestaat uit dertig rijke landen). Toch schuilt achter deze cijfers een zorgwekkende ontwikkeling: het percentage hoogopgeleide ouderen (55-64 jaar) ligt boven het OESO-gemiddelde, maar het percentage hoogopgeleide jongeren (25-34 jaar) ligt eronder. Voorgaande generaties kennen dus relatief meer hoogopgeleiden. Nederland besteedt dan ook aanzienlijk minder aan onderwijs dan andere OESO-landen (5,1% van ons bbp, het gemiddelde is 6,1%). De gevolgen dienen zich aan. Twee weken geleden presenteerde consultancyfirma Ernst & Young onderzoek waaruit blijkt dat Nederland, in tegenstelling tot voorgaande decennia, onderaan de ranglijsten bungelt op het gebied van biotechnologie. Pijnlijk, want het kabinet wil – terecht – de ontwikkeling van deze sector stimuleren.
Europa heeft zich voorgenomen om “uiterlijk in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie” van de wereld te zijn – de zogeheten Lissabon Agenda. Een behoorlijke uitdaging, want de EU geeft liever de helft van haar budget uit aan landbouwsubsidies dan aan onderzoek en onderwijs. De OESO bracht vorige maand een rapport uit met de veelzeggende titel The Economics of knowledge: Why education is key for Europe’s success. Het rapport stelt dat Europa geen voorsprong meer heeft qua onderwijs op lagelonenlanden als China, India en Korea. Paul Hofheinz, voorzitter van de Lisbon Council, een onafhankelijke denktank van wetenschappers en ondernemers, haalde fel uit naar Europese politici. Hofheinz noemde het “ronduit immoreel om onze kinderen een wereld van toenemende concurrentie in te sturen, zonder ze het beste gereedschap te geven waarmee ze kunnen overleven.” Het zal je maar gezegd worden.

Wat te doen? In ieder geval niet bang worden. In potentie brengt de integratie van de Indiase en Chinese middenklasse in de wereldeconomie veel goeds. Honderden miljoenen mensen – in China en India woont veertig procent van de wereldbevolking – krijgen de kans op een beter leven en beter werk. Daarnaast is de Nederlandse economie niet ten dode opgeschreven. Traditioneel is Nederland een handelsnatie die floreert bij toenemende wereldhandel. Als Duitsers meer auto’s uit Peking kopen en minder uit Beieren, is dat goed nieuws voor Rotterdam. Nederlanders zijn ook eerder dienstverleners dan uitvinders, en onze baggeraars en bankiers profiteren van wereldwijde economische groei.
Maar de wereld staat niet stil. De concurrentie is nog nooit zo groot geweest, en als wij de komende decennia ons welvaartsniveau willen behouden, moet het roer nu om. Helaas ontbreekt elk besef van urgentie. Je zou haast willen dat ook parlementariërs, ministers en ambtenaren door outsourcing hun baan kunnen verliezen, zodat ze wellicht enige daadkracht aan de dag zouden leggen. Enkele suggesties:
• Investeer in onderwijs en onderzoek. De baten van het Nederlandse aardgas vloeien naar het Fonds Economische Structuurversterking (FES). De achterliggende gedachte is dat we de opbrengsten van onze geologische schatten niet moeten verkwanselen. Ik kan me geen betere investering voorstellen dan in onderwijs en onderzoek. Het FES, oorspronkelijk bedoeld voor fysieke infrastructuur, wordt steeds vaker gebruikt om onderzoek te financieren. Het is verstandig om de komende jaren alle opbrengsten uit het FES te investeren in onderwijs en onderzoek, totdat Nederland weer een respectabele plaats heeft op de ranglijsten.
Goed onderwijs moet te allen tijde toegankelijk blijven voor alle lagen van de bevolking. Maar creëer ook topuniversiteiten waar the best and the brightest zich kunnen ontwikkelen, zonder geremd te worden door middelmatige en ongeïnteresseerde medestudenten. Denk groot en heb moed: een Harvard of Oxford in de polder moet mogelijk zijn.
• Hervorm de verzorgingsstaat. Mijn generatie wil graag concurreren met slimme Aziaten, maar wij zijn te duur. Voorgaande generaties gijzelen de verzorgingsstaat. Maud van der Wiel, verbonden aan Lux Voor, (een politiek dwarsverband bestaande uit twintigers en dertigers) en medeoprichter van de Alternatief voor Vakbond (‘voor mensen die graag werken’), verwoordde onlangs in weekblad Intermediair wat veel van mijn generatiegenoten denken. In oktober 2004 zag ze op het Amsterdamse Museumplein die zee van mensen demonstreren “zogenaamd tegen het kabinet, maar eigenlijk voor het behoud van vut en prepensioen. (...) Ze schreeuwden hun kelen schor om maar te behouden wat ze hadden. Op hun 55e stoppen met werken. Het interesseerde ze geen barst dat dat ten koste ging van de jonge generatie.” Sociale zekerheid is uit zowel moreel als economisch oogpunt onontbeerlijk. Maar pas de verzorgingsstaat dus aan aan de wereld waarin wij de komende decennia moeten leven en werken. Denk aan het Deense model: soepel ontslagrecht, gecombineerd met hoge uitkeringen voor mensen die willen werken. Streef naar ontplooiing in plaats van verzorging: een bouwvakker met rugklachten moet geen uitkering krijgen, maar een beurs om zich om te scholen, bijvoorbeeld tot stagebegeleider op een vmbo.
• Jongeren moeten ambitie tonen. Lage lonen zijn niet doorslaggevend om werk naar Azië te verplaatsen. Zoals een human resource-manager van KLM het verwoordt: “Indiase academici zijn niet alleen goedkoper, ze werken ook harder en zijn slimmer dan Nederlandse academici”. Het zal je maar gezegd worden.
Nederland blinkt ook niet uit in ondernemingsgezindheid. Volgens recent onderzoek van adviesbureau Capgemini is tweederde van de Nederlanders liever werknemer dan eigen baas. In Europa ligt het gemiddelde rond de helft. Een mentaliteitsverandering is noodzakelijk, te beginnen bij mijn generatie.
Globalisering heeft de wereld op z’n kop gezet. Dat vereist aanpassingen en investeringen die niet allemaal even prettig zijn. Maar wij en onze kinderen willen het graag net zo goed hebben als voorgaande generaties. Geef ons een eerlijke kans in de nieuwe wereld. Toon visie en daadkracht. En snel graag, want de Indiërs en Chinezen wachten niet op ons.

Waaruit bestaat de concurrentie waar wij tegenop moeten boksen?
  • Elk jaar studeren er in India en China een half miljoen academici af. Hogere beroepsopleidingen leveren jaarlijks bijna een miljoen technische ingenieurs voor de mondiale arbeidsmarkt. In 2002 kende China zo’n twaalf miljoen studenten in het voortgezet onderwijs, een verdubbeling ten op zichtte van 1999.
  • Chipfabrikant Intel organiseert elk jaar een internationale competitie onder scholieren en studenten. In 2004 deden 60.000 Amerikaanse kinderen mee. Er deden ook Chinese kinderen mee: zes miljoen in totaal.
  • Microsoft heeft wereldwijd drie onderzoekscentra: in Groot-Brittannië, in de VS en in Peking. De meeste patentaanvragen komen uit Peking.
  • Kortom: de volgende Bill Gates is een Chinees. Maar iedereen zal de concurrentie van China en India aan den lijve ondervinden. In de woorden van Bill Gates: “Vroeger had een middelmatig talent in een westerse provinciestad meer kans op een prettig en succesvol leven dan een groot talent in Peking. Die wereld bestaat niet meer. Elk middelmatig talent, waar ook ter wereld, ondervindt directe concurrentie van een groot talent in Bombay of Peking.”

 

Tips om te overleven op de mondiale arbeidsmarkt
  • Toon ambitie en doe alleen werk dat je echt interessant en uitdagend vindt.
  • Blijf jezelf regelmatig afvragen of jij onmisbaar bent. Zo nee, volg bijvoorbeeld cursussen of specialiseer je.
  • Doe niet de geijkte uitwisseling met een Amerikaanse universiteit, maar kies voor een Aziatische.
  • Ga backpacken in India, en bezoek bijvoorbeeld Bangalore, het epicentrum van de outsourcing-industrie, voor een wake-up call.
  • Verdiep je in de Chinese maatschappij, economie en cultuur. Zorg dat je wat Chinees spreekt.
  • Chinese woordjes leren? Ga naar de Engelstalige website www.cantonese.ch


Evert Nieuwenhuis (1973) is freelance journalist en auteur van De Grote Globaliseringsgids - van Aandeelhouder tot Zapatista (Van Gennep, 2005). Dit stuk is een bewerking van een lezing die hij eerder op de Vrije Universiteit gaf.

Bronnen

Buitelaar, P.: De Groei van China is houdbaar. Economisch Statistische Berichten, 10 maart 2006.
Chen, Kathy & Dean, Jason: Low costs, plentiful talent mak China a global magnet for R&D. The Wall Street Journal, 14 maart 2006.
Economist, The: World in Figures 2006. Profile Books, 2005.
Egten, C.A. van; Vijlder, F.J. de; Molenaar, N.E.M. & Amerongen, J. van: Het Innovatieplatform: van inzicht naar implementatie. Midterm Review Innovatieplatform. Capgemini, 2005.
Flavin, Christopher & Gardner, Gary: China, India and the New World Order. In: State of the World 2006. Worldwatch Institute, 2006.
Friedman, Thomas L.: The World is Flat. Farrar, Straus & Giroux, 2005.
Gilboy, George J.: The Myth Behind China's Miracle. Foreign Affairs, juli/augustus 2004.
Knapen, Ben: Naar Azië. NRC Handelsblad, 25 januari 20006.
Lohr, Steve: Outsourcing Is Climbing Skills Ladder. The New York Times, 16 februari 2006.
Marle, Ilya van: Wat ú doet, kan hij goedkoper. Intermediair, 20 november 2003.
Meerman, Marije: De Flexmens. VPRO Tegenlicht, 22 januari 2006. www.vpro.nl/programma/tegenlicht.
Nieuwenhuis, Evert: De Grote Globaliseringsgids - van Aandeelhouder tot Zapatista. Van Gennep, 2005.
OESO: Factbook 2006.
Oudheusden, Olaf: De Chinezen komen! VPRO Tegenlicht, 12 september 2004. www.vpro.nl/programma/tegenlicht.
Paassen, Daphne van & Peters, Thijs: Alles moet anders. Intermediair, 6 april 2004.
Peters, Thijs: Ander werk. Intermediair, 21 oktober 2004.
Robers, Dan & Luce, Edward: Service industries go global, Financial Times, 20 augustus 2003.
Schleicher, Andreas: The economics of knowledge: Why education is key for Europe’s succes. Lisbon Council / OECD, 2006.
UNESCO: Statistics; via www.unesco.org.
Waard, Michèle de: Lissabon is nog heel ver weg. NRC Handelsblad, 1 april 2006.

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
China, India en de Nederlandse economie
Het roer moet nu om, Hollanders / De volgende Bill Gates is een Chinees
Evert Nieuwenhuis
nrc.next, 26 april 2006
NRC Handelsblad, 27 april 2006
De groei van de economieën van China en India lijken de Nederlandse te bedreigen. Maar als Nederland hervormt, kan het juist profiteren van de toenemende wereldhandel.

Globalisering trekt een spoor van lege bureaus in Nederlandse kantoren. Lopendebandwerk wordt al enige decennia uitbesteed aan lagelonenlanden, maar nu is het kantoorwerk aan de beurt. Het verplaatsen van hoogwaardig werk, ook wel outsourcing genoemd, raakt vooral mijn generatie en onze kinderen. Een legioen hoogopgeleide Indiërs en Chinezen staat klaar om ons werk over te nemen. Volgens recent onderzoek zegt 38 procent van de tweehonderd grootste multinationals ‘een substantieel deel’ van hun onderzoek en management de komende drie jaar te verplaatsen naar India, China en andere opkomende economieën. Ben Verwaayen, topman van British Telecom, schetste onlangs aan een zaal vol toehoorders de toekomst: “Grote bedrijven zullen hun hoofdkantoren nog wel in Europa en Amerika houden. Maar achter de voordeur wordt het steeds leger.”

Politici hebben nog geen overtuigend antwoord geformuleerd op deze ontwikkeling. Zo moet Nederland een ‘kenniseconomie’ worden – een prachtig voornemen, dat helaas nog niet te herkennen is in adequaat beleid. Het percentage hoogopgeleiden van de Nederlandse bevolking is gelijk aan het OESO-gemiddelde (de OESO bestaat uit dertig rijke landen). Toch schuilt achter deze cijfers een zorgwekkende ontwikkeling: het percentage hoogopgeleide ouderen (55-64 jaar) ligt boven het OESO-gemiddelde, maar het percentage hoogopgeleide jongeren (25-34 jaar) ligt eronder. Voorgaande generaties kennen dus relatief meer hoogopgeleiden. Nederland besteedt dan ook aanzienlijk minder aan onderwijs dan andere OESO-landen (5,1% van ons bbp, het gemiddelde is 6,1%). De gevolgen dienen zich aan. Twee weken geleden presenteerde consultancyfirma Ernst & Young onderzoek waaruit blijkt dat Nederland, in tegenstelling tot voorgaande decennia, onderaan de ranglijsten bungelt op het gebied van biotechnologie. Pijnlijk, want het kabinet wil – terecht – de ontwikkeling van deze sector stimuleren.
Europa heeft zich voorgenomen om “uiterlijk in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie” van de wereld te zijn – de zogeheten Lissabon Agenda. Een behoorlijke uitdaging, want de EU geeft liever de helft van haar budget uit aan landbouwsubsidies dan aan onderzoek en onderwijs. De OESO bracht vorige maand een rapport uit met de veelzeggende titel The Economics of knowledge: Why education is key for Europe’s success. Het rapport stelt dat Europa geen voorsprong meer heeft qua onderwijs op lagelonenlanden als China, India en Korea. Paul Hofheinz, voorzitter van de Lisbon Council, een onafhankelijke denktank van wetenschappers en ondernemers, haalde fel uit naar Europese politici. Hofheinz noemde het “ronduit immoreel om onze kinderen een wereld van toenemende concurrentie in te sturen, zonder ze het beste gereedschap te geven waarmee ze kunnen overleven.” Het zal je maar gezegd worden.

Wat te doen? In ieder geval niet bang worden. In potentie brengt de integratie van de Indiase en Chinese middenklasse in de wereldeconomie veel goeds. Honderden miljoenen mensen – in China en India woont veertig procent van de wereldbevolking – krijgen de kans op een beter leven en beter werk. Daarnaast is de Nederlandse economie niet ten dode opgeschreven. Traditioneel is Nederland een handelsnatie die floreert bij toenemende wereldhandel. Als Duitsers meer auto’s uit Peking kopen en minder uit Beieren, is dat goed nieuws voor Rotterdam. Nederlanders zijn ook eerder dienstverleners dan uitvinders, en onze baggeraars en bankiers profiteren van wereldwijde economische groei.
Maar de wereld staat niet stil. De concurrentie is nog nooit zo groot geweest, en als wij de komende decennia ons welvaartsniveau willen behouden, moet het roer nu om. Helaas ontbreekt elk besef van urgentie. Je zou haast willen dat ook parlementariërs, ministers en ambtenaren door outsourcing hun baan kunnen verliezen, zodat ze wellicht enige daadkracht aan de dag zouden leggen. Enkele suggesties:
• Investeer in onderwijs en onderzoek. De baten van het Nederlandse aardgas vloeien naar het Fonds Economische Structuurversterking (FES). De achterliggende gedachte is dat we de opbrengsten van onze geologische schatten niet moeten verkwanselen. Ik kan me geen betere investering voorstellen dan in onderwijs en onderzoek. Het FES, oorspronkelijk bedoeld voor fysieke infrastructuur, wordt steeds vaker gebruikt om onderzoek te financieren. Het is verstandig om de komende jaren alle opbrengsten uit het FES te investeren in onderwijs en onderzoek, totdat Nederland weer een respectabele plaats heeft op de ranglijsten.
Goed onderwijs moet te allen tijde toegankelijk blijven voor alle lagen van de bevolking. Maar creëer ook topuniversiteiten waar the best and the brightest zich kunnen ontwikkelen, zonder geremd te worden door middelmatige en ongeïnteresseerde medestudenten. Denk groot en heb moed: een Harvard of Oxford in de polder moet mogelijk zijn.
• Hervorm de verzorgingsstaat. Mijn generatie wil graag concurreren met slimme Aziaten, maar wij zijn te duur. Voorgaande generaties gijzelen de verzorgingsstaat. Maud van der Wiel, verbonden aan Lux Voor, (een politiek dwarsverband bestaande uit twintigers en dertigers) en medeoprichter van de Alternatief voor Vakbond (‘voor mensen die graag werken’), verwoordde onlangs in weekblad Intermediair wat veel van mijn generatiegenoten denken. In oktober 2004 zag ze op het Amsterdamse Museumplein die zee van mensen demonstreren “zogenaamd tegen het kabinet, maar eigenlijk voor het behoud van vut en prepensioen. (...) Ze schreeuwden hun kelen schor om maar te behouden wat ze hadden. Op hun 55e stoppen met werken. Het interesseerde ze geen barst dat dat ten koste ging van de jonge generatie.” Sociale zekerheid is uit zowel moreel als economisch oogpunt onontbeerlijk. Maar pas de verzorgingsstaat dus aan aan de wereld waarin wij de komende decennia moeten leven en werken. Denk aan het Deense model: soepel ontslagrecht, gecombineerd met hoge uitkeringen voor mensen die willen werken. Streef naar ontplooiing in plaats van verzorging: een bouwvakker met rugklachten moet geen uitkering krijgen, maar een beurs om zich om te scholen, bijvoorbeeld tot stagebegeleider op een vmbo.
• Jongeren moeten ambitie tonen. Lage lonen zijn niet doorslaggevend om werk naar Azië te verplaatsen. Zoals een human resource-manager van KLM het verwoordt: “Indiase academici zijn niet alleen goedkoper, ze werken ook harder en zijn slimmer dan Nederlandse academici”. Het zal je maar gezegd worden.
Nederland blinkt ook niet uit in ondernemingsgezindheid. Volgens recent onderzoek van adviesbureau Capgemini is tweederde van de Nederlanders liever werknemer dan eigen baas. In Europa ligt het gemiddelde rond de helft. Een mentaliteitsverandering is noodzakelijk, te beginnen bij mijn generatie.
Globalisering heeft de wereld op z’n kop gezet. Dat vereist aanpassingen en investeringen die niet allemaal even prettig zijn. Maar wij en onze kinderen willen het graag net zo goed hebben als voorgaande generaties. Geef ons een eerlijke kans in de nieuwe wereld. Toon visie en daadkracht. En snel graag, want de Indiërs en Chinezen wachten niet op ons.

Waaruit bestaat de concurrentie waar wij tegenop moeten boksen?
  • Elk jaar studeren er in India en China een half miljoen academici af. Hogere beroepsopleidingen leveren jaarlijks bijna een miljoen technische ingenieurs voor de mondiale arbeidsmarkt. In 2002 kende China zo’n twaalf miljoen studenten in het voortgezet onderwijs, een verdubbeling ten op zichtte van 1999.
  • Chipfabrikant Intel organiseert elk jaar een internationale competitie onder scholieren en studenten. In 2004 deden 60.000 Amerikaanse kinderen mee. Er deden ook Chinese kinderen mee: zes miljoen in totaal.
  • Microsoft heeft wereldwijd drie onderzoekscentra: in Groot-Brittannië, in de VS en in Peking. De meeste patentaanvragen komen uit Peking.
  • Kortom: de volgende Bill Gates is een Chinees. Maar iedereen zal de concurrentie van China en India aan den lijve ondervinden. In de woorden van Bill Gates: “Vroeger had een middelmatig talent in een westerse provinciestad meer kans op een prettig en succesvol leven dan een groot talent in Peking. Die wereld bestaat niet meer. Elk middelmatig talent, waar ook ter wereld, ondervindt directe concurrentie van een groot talent in Bombay of Peking.”

 

Tips om te overleven op de mondiale arbeidsmarkt
  • Toon ambitie en doe alleen werk dat je echt interessant en uitdagend vindt.
  • Blijf jezelf regelmatig afvragen of jij onmisbaar bent. Zo nee, volg bijvoorbeeld cursussen of specialiseer je.
  • Doe niet de geijkte uitwisseling met een Amerikaanse universiteit, maar kies voor een Aziatische.
  • Ga backpacken in India, en bezoek bijvoorbeeld Bangalore, het epicentrum van de outsourcing-industrie, voor een wake-up call.
  • Verdiep je in de Chinese maatschappij, economie en cultuur. Zorg dat je wat Chinees spreekt.
  • Chinese woordjes leren? Ga naar de Engelstalige website www.cantonese.ch


Evert Nieuwenhuis (1973) is freelance journalist en auteur van De Grote Globaliseringsgids - van Aandeelhouder tot Zapatista (Van Gennep, 2005). Dit stuk is een bewerking van een lezing die hij eerder op de Vrije Universiteit gaf.

Bronnen

Buitelaar, P.: De Groei van China is houdbaar. Economisch Statistische Berichten, 10 maart 2006.
Chen, Kathy & Dean, Jason: Low costs, plentiful talent mak China a global magnet for R&D. The Wall Street Journal, 14 maart 2006.
Economist, The: World in Figures 2006. Profile Books, 2005.
Egten, C.A. van; Vijlder, F.J. de; Molenaar, N.E.M. & Amerongen, J. van: Het Innovatieplatform: van inzicht naar implementatie. Midterm Review Innovatieplatform. Capgemini, 2005.
Flavin, Christopher & Gardner, Gary: China, India and the New World Order. In: State of the World 2006. Worldwatch Institute, 2006.
Friedman, Thomas L.: The World is Flat. Farrar, Straus & Giroux, 2005.
Gilboy, George J.: The Myth Behind China's Miracle. Foreign Affairs, juli/augustus 2004.
Knapen, Ben: Naar Azië. NRC Handelsblad, 25 januari 20006.
Lohr, Steve: Outsourcing Is Climbing Skills Ladder. The New York Times, 16 februari 2006.
Marle, Ilya van: Wat ú doet, kan hij goedkoper. Intermediair, 20 november 2003.
Meerman, Marije: De Flexmens. VPRO Tegenlicht, 22 januari 2006. www.vpro.nl/programma/tegenlicht.
Nieuwenhuis, Evert: De Grote Globaliseringsgids - van Aandeelhouder tot Zapatista. Van Gennep, 2005.
OESO: Factbook 2006.
Oudheusden, Olaf: De Chinezen komen! VPRO Tegenlicht, 12 september 2004. www.vpro.nl/programma/tegenlicht.
Paassen, Daphne van & Peters, Thijs: Alles moet anders. Intermediair, 6 april 2004.
Peters, Thijs: Ander werk. Intermediair, 21 oktober 2004.
Robers, Dan & Luce, Edward: Service industries go global, Financial Times, 20 augustus 2003.
Schleicher, Andreas: The economics of knowledge: Why education is key for Europe’s succes. Lisbon Council / OECD, 2006.
UNESCO: Statistics; via www.unesco.org.
Waard, Michèle de: Lissabon is nog heel ver weg. NRC Handelsblad, 1 april 2006.

© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl