Column: Chef Globalisering
Het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen
Evert Nieuwenhuis
Internationale Samenwerking, 1 oktober 2009
Elke maand belicht Evert Nieuwenhuis in het tijdschrift Internationale Samenwerking een actuele, mondiale kwestie.
67 Miljard dollar per jaar. Dat is de genoegdoening die de Afrikaanse Unie eist van rijke landen voor het decennia lang ongebreideld uitstoten van broeikasgassen. Volgens de vuistdikke rapporten van de Verenigde Naties is het immers Afrika dat het minst CO2 uitstoot, maar het meest onder klimaatverandering zal lijden. Het is de Afrikaanse premiers en presidenten ernst: als het geld er niet komt, dreigen ze een veto uit te spreken over het nieuwe klimaatverdrag dat eind dit jaar in Kopenhagen moet worden gesloten.
Is de Afrikaanse eis terecht? Ja. Klimaatverandering is grotendeels het product van de ongekende Westerse economische groei van de afgelopen anderhalve eeuw. In onze zucht naar welvaart hebben wij – deels onbewust – arme en opkomende landen de mogelijkheid ontnomen om net zoveel CO2 uit te stoten als wij hebben gedaan. Daarnaast zullen arme landen de gevolgen van onze rokende schoorstenen aan den lijve ondervinden. De VN voorspelt voor de ene regio meer droogte, voor de andere meer wateroverlast. Dat vergt aanpassingen en dus geld.
Toch is het Afrikaanse openingsbod weinig tactisch. Zo is het onduidelijk hoe de Unie het geld wil besteden, en blind geld gireren naar Afrika heeft in het verleden bepaald niet tot de gewenste resultaten geleid. Bovendien werkt vooraf dreigen met een veto vaak averechts aan de onderhandelingstafel.
India pakt het een stuk slimmer aan. Onlangs presenteerde de economische reus in wording een ambitieus plan. In 2020 moet het 20 gigawatt aan zonne-energie produceren, wat gelijk staat aan zeventig procent van de totale hoeveelheid zonne-energie die volgens het Internationaal Energie Agentschap in dat jaar wereldwijd wordt geproduceerd. Het gedetailleerde plan behoeft 20 miljard dollar aan overheidssubsidie. India wil dat de geïndustrialiseerde landen dit soort projecten (deels) betalen. China en Brazilië denken er net zo over.
Rijke landen zullen niet zonder slag of stoot akkoord gaan (al was het maar omdat zij eisen dat ook opkomende landen CO2-quota krijgen, waar India, Brazilië en China niets van willen weten). Maar dit soort concrete voorstellen zijn veel reëler dan het doldrieste Afrikaanse plan. Westerse bedrijven kunnen er zelfs beter van worden, bijvoorbeeld als zij de techniek voor de zonnecentrales leveren. En ontwikkelingslanden kunnen op een veel duurzamere manier welvarend worden dan wij dat deden.
© Evert Nieuwenhuis
Column: Chef Globalisering
Het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen
Evert Nieuwenhuis
Internationale Samenwerking, 1 oktober 2009
Elke maand belicht Evert Nieuwenhuis in het tijdschrift Internationale Samenwerking een actuele, mondiale kwestie.
67 Miljard dollar per jaar. Dat is de genoegdoening die de Afrikaanse Unie eist van rijke landen voor het decennia lang ongebreideld uitstoten van broeikasgassen. Volgens de vuistdikke rapporten van de Verenigde Naties is het immers Afrika dat het minst CO2 uitstoot, maar het meest onder klimaatverandering zal lijden. Het is de Afrikaanse premiers en presidenten ernst: als het geld er niet komt, dreigen ze een veto uit te spreken over het nieuwe klimaatverdrag dat eind dit jaar in Kopenhagen moet worden gesloten.
Is de Afrikaanse eis terecht? Ja. Klimaatverandering is grotendeels het product van de ongekende Westerse economische groei van de afgelopen anderhalve eeuw. In onze zucht naar welvaart hebben wij – deels onbewust – arme en opkomende landen de mogelijkheid ontnomen om net zoveel CO2 uit te stoten als wij hebben gedaan. Daarnaast zullen arme landen de gevolgen van onze rokende schoorstenen aan den lijve ondervinden. De VN voorspelt voor de ene regio meer droogte, voor de andere meer wateroverlast. Dat vergt aanpassingen en dus geld.
Toch is het Afrikaanse openingsbod weinig tactisch. Zo is het onduidelijk hoe de Unie het geld wil besteden, en blind geld gireren naar Afrika heeft in het verleden bepaald niet tot de gewenste resultaten geleid. Bovendien werkt vooraf dreigen met een veto vaak averechts aan de onderhandelingstafel.
India pakt het een stuk slimmer aan. Onlangs presenteerde de economische reus in wording een ambitieus plan. In 2020 moet het 20 gigawatt aan zonne-energie produceren, wat gelijk staat aan zeventig procent van de totale hoeveelheid zonne-energie die volgens het Internationaal Energie Agentschap in dat jaar wereldwijd wordt geproduceerd. Het gedetailleerde plan behoeft 20 miljard dollar aan overheidssubsidie. India wil dat de geïndustrialiseerde landen dit soort projecten (deels) betalen. China en Brazilië denken er net zo over.
Rijke landen zullen niet zonder slag of stoot akkoord gaan (al was het maar omdat zij eisen dat ook opkomende landen CO2-quota krijgen, waar India, Brazilië en China niets van willen weten). Maar dit soort concrete voorstellen zijn veel reëler dan het doldrieste Afrikaanse plan. Westerse bedrijven kunnen er zelfs beter van worden, bijvoorbeeld als zij de techniek voor de zonnecentrales leveren. En ontwikkelingslanden kunnen op een veel duurzamere manier welvarend worden dan wij dat deden.
© Evert Nieuwenhuis