Even bellen met... Herman Wijffels
“De Derde wereld is doorgedrongen tot het poldermodel”
Evert Nieuwenhuis
Internationale Samenwerking, 1 november 2004
Moeten hulporganisaties aanschuiven aan de belangrijkste vergadertafel van het Nederlandse poldermodel, de SER? Herman Wijffels, voorzitter van de SER, vindt van wel.
Vorige maand stelde minister Van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking (CDA) voor om Partos, de pas opgerichte branchevereniging van particuliere ontwikkelingsorganisaties, te betrekken bij het overleg in de Sociaal-Economische Raad (SER). Met andere woorden: de hulporganisaties moeten aanschuiven aan de belangrijkste vergadertafel van het Nederlandse poldermodel. Herman Wijffels is voorzitter van de SER en prominent lid van het CDA.
Vindt u het een goed idee?
“Ja. Ik zeg altijd: de SER is geïnstitutionaliseerd overleg. Wij organiseren het samenspel tussen de politieke en maatschappelijke democratie. De politieke democratie is de regering en het parlement, en de maatschappelijke democratie wordt gevormd door organisaties als de vakbonden, werkgeversorganisaties of de milieubeweging, die sinds enkele jaren ook betrokken zijn bij de SER. De ontwikkelingsorganisaties zijn ook civil society, horen bij de overlegeconomie en dus bij de SER. Daarom is Partos naar mijn mening een welkome aanvulling aan het palet van organisaties dat betrokken is bij de SER.”
Kunt u een concreet voorbeeld geven hoe Partos mensen in ontwikkelingslanden helpt door te vergaderen met de Nederlandse SER?
“Een van de taken van de SER is het geven van adviezen aan de regering. Ook zaken die te maken hebben met ontwikkelingssamenwerking passeren daarbij de revue. Neem het overleg in de Wereldhandelsorganisatie (WTO). In tijden van globalisering gaat wereldhandel ons allemaal aan: Nederlandse werknemers en werkgevers, maar ook mensen in ontwikkelingslanden. Als Partos betrokken is bij SER-overleg, hebben hulporganisaties rechtstreeks invloed op het formuleren van een advies, bijvoorbeeld over het standpunt van de Nederlandse regering in WTO-onderhandelingen.”
Nederland kent veel hulporganisaties: naar schatting zo’n 400. Op dit moment zijn iets meer dan 60 lid van Partos. Is Patros wel representatief genoeg?
“Hoe meer organisaties lid van Partos worden, hoe beter. Maar je moet een keer beginnen. Als de grootste organisaties zoals Novib en Cordaid lid zijn, is Partos wat mij betreft welkom.”
De derde wereld is definitief doorgedrongen tot het Nederlandse poldermodel.
“Zo zou je het kunnen zeggen. Tenminste: als Patros toetreedt; ik heb van hen nog geen reactie vernomen. Maar ik ben hoe dan ook blij met de aandacht die de minister voor ontwikkelingssamenwerking toont voor de SER. Wie weet vraagt zij ons om advies – de laatste keer dat dat gebeurde was in 1992.”
Even bellen met... Herman Wijffels
“De Derde wereld is doorgedrongen tot het poldermodel”
Evert Nieuwenhuis
Internationale Samenwerking, 1 november 2004
Moeten hulporganisaties aanschuiven aan de belangrijkste vergadertafel van het Nederlandse poldermodel, de SER? Herman Wijffels, voorzitter van de SER, vindt van wel.
Vorige maand stelde minister Van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking (CDA) voor om Partos, de pas opgerichte branchevereniging van particuliere ontwikkelingsorganisaties, te betrekken bij het overleg in de Sociaal-Economische Raad (SER). Met andere woorden: de hulporganisaties moeten aanschuiven aan de belangrijkste vergadertafel van het Nederlandse poldermodel. Herman Wijffels is voorzitter van de SER en prominent lid van het CDA.
Vindt u het een goed idee?
“Ja. Ik zeg altijd: de SER is geïnstitutionaliseerd overleg. Wij organiseren het samenspel tussen de politieke en maatschappelijke democratie. De politieke democratie is de regering en het parlement, en de maatschappelijke democratie wordt gevormd door organisaties als de vakbonden, werkgeversorganisaties of de milieubeweging, die sinds enkele jaren ook betrokken zijn bij de SER. De ontwikkelingsorganisaties zijn ook civil society, horen bij de overlegeconomie en dus bij de SER. Daarom is Partos naar mijn mening een welkome aanvulling aan het palet van organisaties dat betrokken is bij de SER.”
Kunt u een concreet voorbeeld geven hoe Partos mensen in ontwikkelingslanden helpt door te vergaderen met de Nederlandse SER?
“Een van de taken van de SER is het geven van adviezen aan de regering. Ook zaken die te maken hebben met ontwikkelingssamenwerking passeren daarbij de revue. Neem het overleg in de Wereldhandelsorganisatie (WTO). In tijden van globalisering gaat wereldhandel ons allemaal aan: Nederlandse werknemers en werkgevers, maar ook mensen in ontwikkelingslanden. Als Partos betrokken is bij SER-overleg, hebben hulporganisaties rechtstreeks invloed op het formuleren van een advies, bijvoorbeeld over het standpunt van de Nederlandse regering in WTO-onderhandelingen.”
Nederland kent veel hulporganisaties: naar schatting zo’n 400. Op dit moment zijn iets meer dan 60 lid van Partos. Is Patros wel representatief genoeg?
“Hoe meer organisaties lid van Partos worden, hoe beter. Maar je moet een keer beginnen. Als de grootste organisaties zoals Novib en Cordaid lid zijn, is Partos wat mij betreft welkom.”
De derde wereld is definitief doorgedrongen tot het Nederlandse poldermodel.
“Zo zou je het kunnen zeggen. Tenminste: als Patros toetreedt; ik heb van hen nog geen reactie vernomen. Maar ik ben hoe dan ook blij met de aandacht die de minister voor ontwikkelingssamenwerking toont voor de SER. Wie weet vraagt zij ons om advies – de laatste keer dat dat gebeurde was in 1992.”