Interview: Cees schaap, forensisch accountant
“Geld stinkt echt”
Evert Nieuwenhuis
Esquire, 1 mei 2001
De beursfraudezaak werd een fiasco, de Pluk-ze-operatie van de politie kost bijna meer dan zij oplevert. Met de komst van de euro zou ons een golf aan witwaspraktijken staan te wachten. Volgens financieel misdaadbestrijder Cees Schaap is het allemaal nog net een graadje erger. “De grootste fout van politie, justitie en de wetgever is dat ze nauwelijks inzien dat boeven slimmer zijn dan ooit.”

“Geen misdaad is leuker dan fraude. Het zijn verwerpelijke lui, maar de inventiviteit die sommige witwassers aan de dag leggen: onvoorstelbaar. Tijdens het verhoren van die gasten kwam ik soms niet meer bij van het lachen.” Financieel misdaadbestrijder Cees Schaap kan het weten. Al meer dan vijfentwintig jaar houdt hij zich bezig met het bestrijden van witteboordencriminaliteit. Hij adviseerde de Nederlandse en Arubaanse regering over hun wetgeving ter bestrijding van witwassen en werkte op hoog niveau samen met internationale opsporingsautoriteiten.
De hamvraag: wat is de beste manier om geld wit te wassen? Cees Schaap, een man die niet snel het achterste van zijn tong laat zien, moet hard lachen om die vraag: “Ja, kom nou! Je denkt toch niet dat ik het geheim van de smid prijsgeef?” Voorbeelden dan? “Nee joh, echt niet. Daar krijg ik last mee.” Van wie? “Van justitie, dat ik mensen inlicht hoe ze de wet kunnen ontlopen. Ik ben zuinig op mijn reputatie.” Maar gaandeweg komen aardig wat technieken ter sprake. Studenten die gek van angst in het vliegtuig zitten omdat ze voor een gratis ticket en vijftienhonderd gulden stapeltjes biljetten zwart geld van Schiphol naar een witwasparadijs brengen. Of het meer geavanceerde werk: legaal goudbroodjes importeren, die in feite broodjes lood met goudverf zijn. Je ‘verkoopt’ ze aan meewerkende juweliers die jou met je eigen stapels zwarte geld betalen. Maar na de verkoop is het geld wit, want je hebt het immers eerlijk verdiend aan de goudverkoop. Nog makkelijker is het om je geld om te zetten in diamanten. In een sigarettendoosje kun je al gauw de financiering van een megadrugsdeal vervoeren. Bijkomend voordeel: diamanten ruiken niet. Schaap: “Want tegenwoordig zijn er ook speurhonden die geld kunnen ruiken. Geld stinkt namelijk echt. Heb je wel eens een kamer vol met bankbiljetten gezien en geroken? Gadverdamme man, dat is echt smerig. Een zurige, rottende geur. Een attachékoffertje vol gaat aan een getrainde hond niet voorbij.” Maar ook cokehonden worden ingezet, want volgens Schaap is het broodje-aapverhaal echt waar: een op de drie dollarbiljetten heeft cokesporen, hetzij van handelaren met sporen aan hun handen, hetzij van gebruikers die er een kokertje van draaien.
Het zwarte geld omzetten in giraal geld, wat meestal gebeurt in landen met een bankgeheim, is de eerste stap. Daarna moet het geld voor de ogen van financiële speurhonden als Schaap verdwijnen om vervolgens weer bij de eigenaar terug te komen, het liefst op zo’n manier dat er belasting over betaald kan worden waardoor het geld officieel wit is. In deze witwasfase vinden de goocheltrucs plaats waar Cees Schaap geen genoeg van krijgt: “Je komt de meest prachtige constructies tegen. Een simpel voorbeeld dat iedereen kan begrijpen: je brengt je zwarte geld naar een buitenlandse bank, uiteraard in een land dat bankgeheim kent en geen opsporingsverdragen met Nederland heeft. Van die buitenlandse bank vraag je een bankgarantie op basis van het geld dat je net gestort hebt. Met die bankgarantie als onderpand leen je geld bij een Nederlandse bank. Die lening los je niet af en de bank wil het geld hebben van die buitenlandse bankgarantie. Dat zal jou een zorg zijn, want je geleende geld is al wit.”
“Andere constructie. Je richt telefonisch een BV’tje op in een van de bekende landen waar welwillende notarissen dat binnen vierentwintig uur tegen geringe kosten regelen, eventueel met enkele tussenpersonen die verbloemen dat het om jouw geld gaat. Vervolgens laat je je Nederlandse BV geld lenen van je eigen buitenlandse BV - en wit is het geld. De kwaliteit van de constructie zit ‘m in de kluwen van eigendomsbelangen en het rookgordijn van zogenaamde bedrijfsactiviteiten. Ach, er zijn vele manieren van witwassen, maar hier wilde ik het maar bij houden.”
 
Vliegtuig naar Panama
Cees Schaap (47) maakte een bliksemcarrière. Na de mavo (“Ik was een beetje een kwajongen en ik had, hoe zal ik het zeggen, een leuke vriendenkring”) koos hij na zijn diensttijd voor de politieschool. In de avonduren van zijn geüniformeerde dienst, onder andere op het politiebureau waar hij als scholier met z’n te snelle brommer had vastgezeten, haalde hij zijn havo- en vwo-diploma om aan de politieacademie te worden toegelaten. Maar tijdens zijn stage bij de algemene recherche in Rotterdam stuitte hij op een corruptieaffaire en werd hij “min of meer gedwongen zijn heil elders te zoeken” — meer wil Schaap er niet over zeggen. Zo kwam hij terecht op de afdeling fraudebestrijding. “En daar behandelden ze zulke leuke zaken”, zegt Schaap nu, “ik was meteen verkocht.” Na een avondstudie rechten werd hij als een van de jongste commissarissen van Nederland hoofd van de Dienst Financieel Economische Criminaliteit van de Centrale Recherche Informatiedienst. Vijf jaar later was hij officier van justitie in Den Haag, gespecialiseerd in fraude en georganiseerde misdaad.
In 1996 maakte Schaap de overstap naar het bedrijfsleven en werd forensisch accountant. Enkele jaren later richtte hij Ernst & Young Forensic Services BV op, gespecialiseerd in financiële misdaadbestrijding. Twee jaar geleden promoveerde hij met een proefschrift over witwasbestrijding en nog geen jaar later was hij buitengewoon hoogleraar ‘forensische expertise op financieel terrein’ aan de Universiteit Leiden.
Aan de rand van Den Haag, in de statige, vroeg achttiende-eeuwse villa Marlot op het gelijknamige landgoed, ligt het kantoor van de misdaadbestrijder en fraudeprofessor. Hier houden zo’n tachtig mensen zich bezig met het bestrijden van criminaliteit tegen bedrijven en vermogende particulieren. Ongeveer de helft van de medewerkers zijn academisch geschoolde fraudeonderzoekers die verhuisdozen vol dossiers napluizen, op zoek naar verborgen geldstromen. En als een spoortje gevonden is, “zitten we de volgende dag op het vliegtuig naar Panama, de Kaaimaneilanden, of zoals vorige week, de Polynesische eilanden.”
Cees Schaap zetelt in een chique werkkamer maar draait evengoed slordige shagjes. Het bezoek krijgt een keurig kopje koffie, maar Schaap drinkt liever uit een mok. Professor mr. Schaap lijkt - ondanks zijn maatpak - dan ook nog steeds op een wijkagent. Een vriendelijk, rustig gezicht. Mooie snor. Zachte stem en een aanstekelijk Rotterdams accent. Niet een man die snel opvalt. Hij vraagt geïnteresseerd wat je zoal doet in het dagelijks leven en gaandeweg het gesprek maakt hij grapjes waaruit blijkt dat hij haarfijn onthouden heeft wat je hem vertelde. Zo nu en dan biedt hij een shagje aan. En wie al te veel doorvraagt, krijgt een vriendelijke doch vage glimlach. Ons gesprek lijkt zo nu en dan op een wedstrijd: zal het lukken om de fraude-expert daar meer over te laten vertellen? Schaap is als een sfinx, hij laat zich niet snel kennen.
Met de bestrijding van witwassen is het in Nederland niet al te best gesteld, meent Schaap. Niet dat de wetgeving niet deugt - Schaap heeft die immers helpen ontwerpen - maar de uitvoering laat veel te wensen over. Kern van de Nederlandse witwasbestrijding is dat banken en wisselkantoren verdachte transacties (en standaard elke transactie boven de vijfentwintigduizend gulden) moeten melden bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT). Vanaf eind dit jaar vallen ook andere sectoren zoals diamantairs, makelaars en kunst- en antiekhandelaren onder dit regime. Schaap: “Justitie en politie doen hun best, daar gaat het niet om. Maar wat zijn nou vijfentwintigduizend meldingen per jaar op anderhalf miljoen transacties per dag? Heb je dan zicht op criminele geldstromen? Opsporingsdiensten als het MOT hebben wat personeel betreft een groot gebrek aan kwantiteit en kwaliteit. Beleidsmakers hebben te weinig oog voor de onzichtbare misdaad. Als een tachtigjarige man op een Amsterdams winkelcentrum wordt neergeschoten bij een afrekening, zoals begin dit jaar, dan is dat zichtbaar voor de maatschappij. Maar financiële misdrijven? Daar merkt niemand wat van en dus gaat daar geen geld heen. Daar winnen politici geen stemmen mee. Maar de grootste fout van politie, justitie en de wetgever is dat ze nauwelijks inzien dat boeven slimmer zijn dan ooit. En als ze zelf niet slim zijn, huren ze iemand in die dat wel is. We leven niet meer in de tijd van Al Capone, het gaat nu om hightech multinationale organisaties. Ze anticiperen op de wetgeving, ze zijn al twee stappen verder dan de overheid. Soms denk ik: justitie en politie hebben geen flauw benul van wat er zich in de financiële wereld werkelijk afspeelt.”
Desalniettemin kent Nederland de afgelopen tien jaar een strenger anti-witwasregime ooit. Hebben de criminelen het ook moeilijker gekregen? Schaap: “Ze zijn wat scherper geworden, dat is alles. En hun kosten zijn omhoog gegaan: witwassen kost nu tussen de vijfentwintig en veertig procent, vroeger lag dat ongeveer de helft lager. Maar wat maakt dat uit als je gewoon ergens een cocaïneveldje kan bijplanten? De pakkans in Nederland blijft gering. In België zijn veel meer Nederlandse witwassers opgepakt dan in Nederland zelf. Dat is toch een schande. Maar dan nog: als het in Nederland lastiger wordt, verkassen ze gewoon. Dat geldt ook voor het terugdringen van het bankgeheim, zoals recentelijk is gebeurd in Luxemburg en Zwitserland. Er zal altijd wel ergens een eilandstaatje blijven dat zegt: ‘Goed, dan zijn we de verschoppeling van de aarde, dan maar geen lening van het IMF, maar ondertussen verdienen we wel veel geld aan dat bankgeheim’.” Eilandjes als het in de Pacific gelegen Niue, waar volgens schattingen voor elke vierhonderd inwoners een bank zetelt. “Of kijk dichter bij huis: Gibraltar”, vult Schaap aan, “Die rotsblok maakt officieel deel uit van het Verenigd Koninkrijk, en heeft voor elke driehonderd mensen een bank. Volslagen krankzinnig natuurlijk.”
 
Pappen en nathouden
Een ontmoedigende paradox doemt op: hoe moeilijker het voor de criminelen is, des te moeilijker de opsporing wordt. Veel meer invloed lijkt strengere wetgeving en controle niet te hebben. Cees Schaap, koeltjes: “Je hebt het helder op het netvlies. In Nederland betekent de bestrijding van criminele delicten, net als in andere westerse landen, pappen en nathouden. En af en toe een klapje aan een kleine jongen uitdelen.”
Maar biedt de komst van de euro geen uitkomst? Procureur-generaal Dato Steenhuis verwacht dat met het omwisselen van de euro veel crimineel geld boven water zal komen. Schaap, wederom koeltjes: “Welnee. De echte criminelen hebben met het oog op de euro al jaren geleden hun zaakjes geregeld. De duizendjes die nu bij De Nederlandse Bank uit heel de wereld terugkomen - een teken van witwassen - hebben betrekking op zwart geld, niet op crimineel geld. Het zijn gewone middenstanders die ‘vergeten’ hebben om hun belasting te betalen. Als de echte grote jongens nu nog hun geld moeten omwisselen, zijn ze wel heel dom. En zo dom kom ik ze niet meer tegen. Uiteindelijk wordt het met de euro zelfs veel makkelijker voor criminelen. Want als een Nederlandse criminele organisatie nu een drugsdeal sluit in Spanje, moet ze de winst omwisselen in guldens. En dat is precies het moment waarop de Nederlandse opsporingsinstanties zich vooral richten. Dat moment verdwijnt met één munt voor heel Europa.”
Schaap ziet nog een groter doemscenario: “Echt hommeles wordt het als de euro een redelijk sterke munt is. Dat zal grote consequenties hebben voor de wereldeconomie. Want de helft van alle bestaande dollars circuleert momenteel buiten de Verenigde Staten. Als de euro een internationaal betaalmiddel van enig formaat wordt, en voor de criminele wereld is dat waarschijnlijk, omdat de euro voor de Europese drugsmarkt grote voordelen heeft, dan vindt een gigantische devaluatie plaats. Misschien niet de helft van alle dollars, maar toch zeker duizenden miljarden dollars zullen worden omgewisseld.” Met twinkelende ogen: “Man, zo’n devaluatie, dat is… ongekend! De hele Amerikaanse economie komt plat te liggen.”
Drank, vrouwen en gokken. Dat zijn volgens Schaap de voornaamste drijfveren voor het plegen van bedrijfsfraude. Sinds zijn ommezwaai naar het commerciële opsporingsbedrijf Ernst & Young Forensic Services is het bestrijden van bedrijfsfraude Schaaps voornaamste bezigheid. Bedrijven, variërend van grote banken tot kleine aannemers, huren Schaap of een van zijn medewerkers in om vermeende gevallen van fraude in het eigen bedrijf aan het licht te brengen.
Bedrijfsfraude is een veelkoppig monster. Een werknemer belooft bijvoorbeeld wat vriendelijker met een offerte om te gaan als niet alleen dat nieuwe bedrijfspand gebouwd wordt, maar ook een dakkapelletje bij hem thuis. Tegenover een hogere inkoopprijs staat een leuke vakantie met vrouw en kinderen. Het doorfaxen van een concurrerende offerte wordt beloond met kaartjes voor een voetbalfinale en het accepteren van een stapeltje valse facturen kan resulteren in een leuke cabriolet voor de minnares. Schaap: “Hoe schadelijk en verwerpelijk ook, dat soort praktijken zijn ‘peanuts’. Het kan veel grover. Sommige fraudeurs richten in het buitenland een BV’tje op en maken geld over voor diensten die nooit geleverd zijn. Zo’n simpele constructie kan tientallen miljoenen opleveren.”
Maar het is niet alleen drank, vrouwen en geld wat het grote graaien in gang zet. Schaap: “Sommigen worden geleid door pure afgunst. Het is de gekte van deze tijd: iedereen wil rijk zijn en als je niet rijk bent, ben je een loser. De kloof tussen rijk en echt rijk is zo groot geworden, en dat wringt bij sommigen. Al die exorbitante optieregelingen voor topmanagers, ik maak me daar wel eens zorgen over. Anderen handelen uit pure frustratie, een gemiste promotie of zo, en voor sommigen is het de uitdaging om te kijken of ze het systeem kunnen verslaan. En af en toe is het werkelijk onbegrijpelijk. Ik heb hier types op de bank zitten en dan denk ik: hoe is het mogelijk? Laatst eentje: een keurig huisvadertje met vrouw en kinderen die elk jaar op dezelfde doodnormale vakantie met camper in Frankrijk gaat. En die maakte me toch een klapper, tientallen miljoenen. Niet te geloven. Gewoon een administrateur bij een groot bedrijf die jaren achtereen flinke sommen op zijn buitenlandse rekening heeft laten storten. En een aardige vent, joh, ik heb echt plezier met hem gehad. Maar uiteindelijk is het een slimme crimineel met een uitgekiend plan waar hij jaren mee bezig is geweest.”
En niemand van de collega’s die het weet? Sfinx Schaap glimlacht en zakt wat dieper weg in zijn fauteuil: “Zal ik je eens een geheim verklappen? Bij het kleinere werk weten de collega’s het bijna altijd. Alleen de baas weet het nooit. Als ik met de collega’s van de fraudeur ga praten, zeggen ze: ‘Hij ging zo vaak per jaar op vakantie, hij had een buitenechtelijke relatie en hij had een buitenhuis gekocht. We weten exact wat hij verdient en we weten dus ook dat hij dat niet zomaar kan betalen.’ Collega’s durven er intern vaak niet over te praten. Als ze hier in mijn werkkamer zitten zijn ze enorm opgelucht, en dan kunnen we het niet bijhouden om allemaal op te schrijven wat ze me nog meer vertellen. Verhalen over complete afdelingen die elkaar jarenlang rugdekking geven.”
Terug naar de eerste zin. Waarom is “geen misdaad leuker dan fraude”? Waarom is het doorpluizen van complete administraties en het nareizen van geldstromen interessanter dan, zeg, een Rotterdamse loods op heroïne doorzoeken? Schaap, met gepast dédain: “Omdat heroïnehandel zulke domme misdaad is. Er zijn in zo’n loods maar twee opties: iemand heeft de heroïne verstopt of, de tweede optie, iemand heeft het nog béter verstopt. Witwassen kent veel meer creativiteit, intelligentie en uitdaging. Een slimme zaak laat je niet los. Ik ben er altijd mee bezig: tijdens de afwas, op vakantie, bij het televisiekijken. En steeds denk ik: hoe heeft-ie het geflikt? Waar is het geld heengegaan en hoe krijgt hij het weer terug? Wat heb ik over het hoofd gezien? En dan hebben we het nog niet eens over de verhoren gehad, die kunnen in een goede fraudezaak fantastisch zijn. Zo’n intelligent steekspel is verslavend. Het is heerlijk om een echte slimme fraudeur aan tafel te hebben. Begrijp me niet verkeerd: ik keur hun misdaden in alle gradaties af, maar ik heb niet zelden grote bewondering voor hun vernuft. Tja, het is verschrikkelijk jammer dat ze dat niet op andere wijze weten aan te wenden.”
Je ziet het zo voor je. Twee keurige heren, beiden expert op hetzelfde gebied, schuiven aan. Kopje koffie erbij, een vraag over de nachtrust, een opmerking over het weer, en dan begint de krachtmeting: wat vertel je, en wat vertel je niet. De een is expert in het verduisteren, de andere in het onthullen. In feite zijn hun kwaliteiten inwisselbaar, beiden beoefenen dezelfde tak van sport. Schaap glimlacht, en trekt zijn wenkbrauwen even kort omhoog: “Topsport, dat heb je goed gezien. En ik ontmoet de beste tegenspelers. Het verhoor, het psychologische spel, dat is geweldig. Het kan dagen en dagen duren. Met het gezicht van een sfinx kijken ze je glimlachend aan, zo van: ‘Je zult er nooit achterkomen waar het geld precies heen is gegaan.’” Een puzzelstukje valt op z’n plek: wie sfinxen wil doorgronden, moet zelf af en toe een sfinx zijn. Schaap: “Het gaat om doorzettingsvermogen: wie houdt het spel het langst vol? Soms word je er gek van, je pest elkaar voortdurend — maar je laat nooit het achterste van je tong zien. Alle trucs worden uit de kast gehaald. Een voorbeeld: het gesprek gaat over van alles en niets. Zij proberen jou van het spoor te halen en jij moet ze weer naar dat spoor terugbrengen. Dat suddert zo een tijdje voort. Maar plots overval je ze met een feit waarvan zij nooit vermoedden dat jij dat wist. Het is net voetballen, opeens zie je een gaatje en dan trap je de bal erin. Fantastisch.”
“Tegelijkertijd moet je een band opbouwen, anders kom je tot niets. In mijn politietijd was er een verdachte waarmee ik drie maanden iedere dag in een kamertje zat. We namen samen heel zijn leven en al zijn eerdere fraudeconstructies door. Een echte prof was het. We hadden het grootste respect voor elkaar. Hij sprak steeds in spreekwoorden en gezegden om de boel te versluieren, en regelmatig zei ik tegen hem: ‘Hou nou toch op met al die spreekwoorden. We hebben ze allemaal gehad en ik word er helemaal gek van.’ Aan het einde van de zaak gaf hij mij een cadeau: een boek met spreekwoorden en gezegden. Ik heb het nog steeds in mijn boekenkast. Hij had het gesigneerd: ‘Bedankt voor de fijne behandeling’.”

Zwart geld wereldwijd
Cijfers over zwart geld (hetzij crimineel geld, hetzij ‘niet gefiscaliseerd geld’, zoals dat in jargon heet) zijn per definitie onbetrouwbaar. Hoe groot is het topje van de ijsberg dat de financiële speurhonden blootleggen? Niemand die het weet. Het International Monetary Fund (IMF) schatte in 1996 dat tussen de twee en vijf procent van ‘s werelds bruto nationaal product witgewassen geld is. Dat is een bedrag dat tussen de USD 590 miljard en USD 1.5 biljoen ligt. Dat eerste bedrag komt overeen met de totale output van bijvoorbeeld de Spaanse economie, het laatste grofweg met het federale overheidsbudget van de Verenigde Staten.

 

Witwasparadijzen
Geen van de gezaghebbende onderzoeksinstituten waagt zich aan een rangorde van witwasparadijzen. De Financial Action Task Force on Money Laundering van de OESO presenteerde eind juni een nieuwe lijst van zwartgeldmagneten, met in alfabetische volgorde de Cook Eilanden, Dominica, Egypte, Guatemala, Hongarije, Indonesië, Israël, Libanon, Marshall Eilanden, Myanmar (het vroegere Birma), Nauru, Nigeria, Niue, Filippijnen, Rusland, St. Kitts & Nevis en St. Vincent & Grenadines.
Opvallend is dat de ‘klassieke’ witwasparadijzen als de Kaaiman Eilanden, Aruba en Panama ontbreken. Maar dat zegt niet zoveel, meent Cees Schaap: “Aruba heeft de nieuwe anti-witwaswetgeving nog niet door het parlement geloosd, dus laten we over twee jaar kijken wat er daadwerkelijk veranderd is. In Panama zijn de anti-witwasactiviteiten grotendeels cosmetisch.”

 

Zwart geld in Nederland
Een veelgebruikte schatting is dat vijf procent van de Nederlandse economie ‘informeel’ is. Het gaat dan om z’n veertig miljard gulden. Een rapport van het ministerie van Justitie noemde als beruchte zwartgeldsectoren horeca, bouw, autobranche en vuilverwerking. Niet zelden zijn in deze branches bedrijven in handen van criminele organisaties die legale bedrijven sterk beconcurreren omdat zij onder de prijs goederen en diensten aanbieden — niet om winst te maken, maar om geld wit te wassen. Werkgeversorganisatie VNO-NCW zegt steeds meer signalen te krijgen dat criminele organisaties het bovengrondse bedrijfsleven infiltreren. Het café bij u om de hoek waar zelden iemand komt en almaar niet failliet wil gaan, is waarschijnlijk een witwasbedrijf.
© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl
 
Interview: Cees schaap, forensisch accountant
“Geld stinkt echt”
Evert Nieuwenhuis
Esquire, 1 mei 2001
De beursfraudezaak werd een fiasco, de Pluk-ze-operatie van de politie kost bijna meer dan zij oplevert. Met de komst van de euro zou ons een golf aan witwaspraktijken staan te wachten. Volgens financieel misdaadbestrijder Cees Schaap is het allemaal nog net een graadje erger. “De grootste fout van politie, justitie en de wetgever is dat ze nauwelijks inzien dat boeven slimmer zijn dan ooit.”

“Geen misdaad is leuker dan fraude. Het zijn verwerpelijke lui, maar de inventiviteit die sommige witwassers aan de dag leggen: onvoorstelbaar. Tijdens het verhoren van die gasten kwam ik soms niet meer bij van het lachen.” Financieel misdaadbestrijder Cees Schaap kan het weten. Al meer dan vijfentwintig jaar houdt hij zich bezig met het bestrijden van witteboordencriminaliteit. Hij adviseerde de Nederlandse en Arubaanse regering over hun wetgeving ter bestrijding van witwassen en werkte op hoog niveau samen met internationale opsporingsautoriteiten.
De hamvraag: wat is de beste manier om geld wit te wassen? Cees Schaap, een man die niet snel het achterste van zijn tong laat zien, moet hard lachen om die vraag: “Ja, kom nou! Je denkt toch niet dat ik het geheim van de smid prijsgeef?” Voorbeelden dan? “Nee joh, echt niet. Daar krijg ik last mee.” Van wie? “Van justitie, dat ik mensen inlicht hoe ze de wet kunnen ontlopen. Ik ben zuinig op mijn reputatie.” Maar gaandeweg komen aardig wat technieken ter sprake. Studenten die gek van angst in het vliegtuig zitten omdat ze voor een gratis ticket en vijftienhonderd gulden stapeltjes biljetten zwart geld van Schiphol naar een witwasparadijs brengen. Of het meer geavanceerde werk: legaal goudbroodjes importeren, die in feite broodjes lood met goudverf zijn. Je ‘verkoopt’ ze aan meewerkende juweliers die jou met je eigen stapels zwarte geld betalen. Maar na de verkoop is het geld wit, want je hebt het immers eerlijk verdiend aan de goudverkoop. Nog makkelijker is het om je geld om te zetten in diamanten. In een sigarettendoosje kun je al gauw de financiering van een megadrugsdeal vervoeren. Bijkomend voordeel: diamanten ruiken niet. Schaap: “Want tegenwoordig zijn er ook speurhonden die geld kunnen ruiken. Geld stinkt namelijk echt. Heb je wel eens een kamer vol met bankbiljetten gezien en geroken? Gadverdamme man, dat is echt smerig. Een zurige, rottende geur. Een attachékoffertje vol gaat aan een getrainde hond niet voorbij.” Maar ook cokehonden worden ingezet, want volgens Schaap is het broodje-aapverhaal echt waar: een op de drie dollarbiljetten heeft cokesporen, hetzij van handelaren met sporen aan hun handen, hetzij van gebruikers die er een kokertje van draaien.
Het zwarte geld omzetten in giraal geld, wat meestal gebeurt in landen met een bankgeheim, is de eerste stap. Daarna moet het geld voor de ogen van financiële speurhonden als Schaap verdwijnen om vervolgens weer bij de eigenaar terug te komen, het liefst op zo’n manier dat er belasting over betaald kan worden waardoor het geld officieel wit is. In deze witwasfase vinden de goocheltrucs plaats waar Cees Schaap geen genoeg van krijgt: “Je komt de meest prachtige constructies tegen. Een simpel voorbeeld dat iedereen kan begrijpen: je brengt je zwarte geld naar een buitenlandse bank, uiteraard in een land dat bankgeheim kent en geen opsporingsverdragen met Nederland heeft. Van die buitenlandse bank vraag je een bankgarantie op basis van het geld dat je net gestort hebt. Met die bankgarantie als onderpand leen je geld bij een Nederlandse bank. Die lening los je niet af en de bank wil het geld hebben van die buitenlandse bankgarantie. Dat zal jou een zorg zijn, want je geleende geld is al wit.”
“Andere constructie. Je richt telefonisch een BV’tje op in een van de bekende landen waar welwillende notarissen dat binnen vierentwintig uur tegen geringe kosten regelen, eventueel met enkele tussenpersonen die verbloemen dat het om jouw geld gaat. Vervolgens laat je je Nederlandse BV geld lenen van je eigen buitenlandse BV - en wit is het geld. De kwaliteit van de constructie zit ‘m in de kluwen van eigendomsbelangen en het rookgordijn van zogenaamde bedrijfsactiviteiten. Ach, er zijn vele manieren van witwassen, maar hier wilde ik het maar bij houden.”
 
Vliegtuig naar Panama
Cees Schaap (47) maakte een bliksemcarrière. Na de mavo (“Ik was een beetje een kwajongen en ik had, hoe zal ik het zeggen, een leuke vriendenkring”) koos hij na zijn diensttijd voor de politieschool. In de avonduren van zijn geüniformeerde dienst, onder andere op het politiebureau waar hij als scholier met z’n te snelle brommer had vastgezeten, haalde hij zijn havo- en vwo-diploma om aan de politieacademie te worden toegelaten. Maar tijdens zijn stage bij de algemene recherche in Rotterdam stuitte hij op een corruptieaffaire en werd hij “min of meer gedwongen zijn heil elders te zoeken” — meer wil Schaap er niet over zeggen. Zo kwam hij terecht op de afdeling fraudebestrijding. “En daar behandelden ze zulke leuke zaken”, zegt Schaap nu, “ik was meteen verkocht.” Na een avondstudie rechten werd hij als een van de jongste commissarissen van Nederland hoofd van de Dienst Financieel Economische Criminaliteit van de Centrale Recherche Informatiedienst. Vijf jaar later was hij officier van justitie in Den Haag, gespecialiseerd in fraude en georganiseerde misdaad.
In 1996 maakte Schaap de overstap naar het bedrijfsleven en werd forensisch accountant. Enkele jaren later richtte hij Ernst & Young Forensic Services BV op, gespecialiseerd in financiële misdaadbestrijding. Twee jaar geleden promoveerde hij met een proefschrift over witwasbestrijding en nog geen jaar later was hij buitengewoon hoogleraar ‘forensische expertise op financieel terrein’ aan de Universiteit Leiden.
Aan de rand van Den Haag, in de statige, vroeg achttiende-eeuwse villa Marlot op het gelijknamige landgoed, ligt het kantoor van de misdaadbestrijder en fraudeprofessor. Hier houden zo’n tachtig mensen zich bezig met het bestrijden van criminaliteit tegen bedrijven en vermogende particulieren. Ongeveer de helft van de medewerkers zijn academisch geschoolde fraudeonderzoekers die verhuisdozen vol dossiers napluizen, op zoek naar verborgen geldstromen. En als een spoortje gevonden is, “zitten we de volgende dag op het vliegtuig naar Panama, de Kaaimaneilanden, of zoals vorige week, de Polynesische eilanden.”
Cees Schaap zetelt in een chique werkkamer maar draait evengoed slordige shagjes. Het bezoek krijgt een keurig kopje koffie, maar Schaap drinkt liever uit een mok. Professor mr. Schaap lijkt - ondanks zijn maatpak - dan ook nog steeds op een wijkagent. Een vriendelijk, rustig gezicht. Mooie snor. Zachte stem en een aanstekelijk Rotterdams accent. Niet een man die snel opvalt. Hij vraagt geïnteresseerd wat je zoal doet in het dagelijks leven en gaandeweg het gesprek maakt hij grapjes waaruit blijkt dat hij haarfijn onthouden heeft wat je hem vertelde. Zo nu en dan biedt hij een shagje aan. En wie al te veel doorvraagt, krijgt een vriendelijke doch vage glimlach. Ons gesprek lijkt zo nu en dan op een wedstrijd: zal het lukken om de fraude-expert daar meer over te laten vertellen? Schaap is als een sfinx, hij laat zich niet snel kennen.
Met de bestrijding van witwassen is het in Nederland niet al te best gesteld, meent Schaap. Niet dat de wetgeving niet deugt - Schaap heeft die immers helpen ontwerpen - maar de uitvoering laat veel te wensen over. Kern van de Nederlandse witwasbestrijding is dat banken en wisselkantoren verdachte transacties (en standaard elke transactie boven de vijfentwintigduizend gulden) moeten melden bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT). Vanaf eind dit jaar vallen ook andere sectoren zoals diamantairs, makelaars en kunst- en antiekhandelaren onder dit regime. Schaap: “Justitie en politie doen hun best, daar gaat het niet om. Maar wat zijn nou vijfentwintigduizend meldingen per jaar op anderhalf miljoen transacties per dag? Heb je dan zicht op criminele geldstromen? Opsporingsdiensten als het MOT hebben wat personeel betreft een groot gebrek aan kwantiteit en kwaliteit. Beleidsmakers hebben te weinig oog voor de onzichtbare misdaad. Als een tachtigjarige man op een Amsterdams winkelcentrum wordt neergeschoten bij een afrekening, zoals begin dit jaar, dan is dat zichtbaar voor de maatschappij. Maar financiële misdrijven? Daar merkt niemand wat van en dus gaat daar geen geld heen. Daar winnen politici geen stemmen mee. Maar de grootste fout van politie, justitie en de wetgever is dat ze nauwelijks inzien dat boeven slimmer zijn dan ooit. En als ze zelf niet slim zijn, huren ze iemand in die dat wel is. We leven niet meer in de tijd van Al Capone, het gaat nu om hightech multinationale organisaties. Ze anticiperen op de wetgeving, ze zijn al twee stappen verder dan de overheid. Soms denk ik: justitie en politie hebben geen flauw benul van wat er zich in de financiële wereld werkelijk afspeelt.”
Desalniettemin kent Nederland de afgelopen tien jaar een strenger anti-witwasregime ooit. Hebben de criminelen het ook moeilijker gekregen? Schaap: “Ze zijn wat scherper geworden, dat is alles. En hun kosten zijn omhoog gegaan: witwassen kost nu tussen de vijfentwintig en veertig procent, vroeger lag dat ongeveer de helft lager. Maar wat maakt dat uit als je gewoon ergens een cocaïneveldje kan bijplanten? De pakkans in Nederland blijft gering. In België zijn veel meer Nederlandse witwassers opgepakt dan in Nederland zelf. Dat is toch een schande. Maar dan nog: als het in Nederland lastiger wordt, verkassen ze gewoon. Dat geldt ook voor het terugdringen van het bankgeheim, zoals recentelijk is gebeurd in Luxemburg en Zwitserland. Er zal altijd wel ergens een eilandstaatje blijven dat zegt: ‘Goed, dan zijn we de verschoppeling van de aarde, dan maar geen lening van het IMF, maar ondertussen verdienen we wel veel geld aan dat bankgeheim’.” Eilandjes als het in de Pacific gelegen Niue, waar volgens schattingen voor elke vierhonderd inwoners een bank zetelt. “Of kijk dichter bij huis: Gibraltar”, vult Schaap aan, “Die rotsblok maakt officieel deel uit van het Verenigd Koninkrijk, en heeft voor elke driehonderd mensen een bank. Volslagen krankzinnig natuurlijk.”
 
Pappen en nathouden
Een ontmoedigende paradox doemt op: hoe moeilijker het voor de criminelen is, des te moeilijker de opsporing wordt. Veel meer invloed lijkt strengere wetgeving en controle niet te hebben. Cees Schaap, koeltjes: “Je hebt het helder op het netvlies. In Nederland betekent de bestrijding van criminele delicten, net als in andere westerse landen, pappen en nathouden. En af en toe een klapje aan een kleine jongen uitdelen.”
Maar biedt de komst van de euro geen uitkomst? Procureur-generaal Dato Steenhuis verwacht dat met het omwisselen van de euro veel crimineel geld boven water zal komen. Schaap, wederom koeltjes: “Welnee. De echte criminelen hebben met het oog op de euro al jaren geleden hun zaakjes geregeld. De duizendjes die nu bij De Nederlandse Bank uit heel de wereld terugkomen - een teken van witwassen - hebben betrekking op zwart geld, niet op crimineel geld. Het zijn gewone middenstanders die ‘vergeten’ hebben om hun belasting te betalen. Als de echte grote jongens nu nog hun geld moeten omwisselen, zijn ze wel heel dom. En zo dom kom ik ze niet meer tegen. Uiteindelijk wordt het met de euro zelfs veel makkelijker voor criminelen. Want als een Nederlandse criminele organisatie nu een drugsdeal sluit in Spanje, moet ze de winst omwisselen in guldens. En dat is precies het moment waarop de Nederlandse opsporingsinstanties zich vooral richten. Dat moment verdwijnt met één munt voor heel Europa.”
Schaap ziet nog een groter doemscenario: “Echt hommeles wordt het als de euro een redelijk sterke munt is. Dat zal grote consequenties hebben voor de wereldeconomie. Want de helft van alle bestaande dollars circuleert momenteel buiten de Verenigde Staten. Als de euro een internationaal betaalmiddel van enig formaat wordt, en voor de criminele wereld is dat waarschijnlijk, omdat de euro voor de Europese drugsmarkt grote voordelen heeft, dan vindt een gigantische devaluatie plaats. Misschien niet de helft van alle dollars, maar toch zeker duizenden miljarden dollars zullen worden omgewisseld.” Met twinkelende ogen: “Man, zo’n devaluatie, dat is… ongekend! De hele Amerikaanse economie komt plat te liggen.”
Drank, vrouwen en gokken. Dat zijn volgens Schaap de voornaamste drijfveren voor het plegen van bedrijfsfraude. Sinds zijn ommezwaai naar het commerciële opsporingsbedrijf Ernst & Young Forensic Services is het bestrijden van bedrijfsfraude Schaaps voornaamste bezigheid. Bedrijven, variërend van grote banken tot kleine aannemers, huren Schaap of een van zijn medewerkers in om vermeende gevallen van fraude in het eigen bedrijf aan het licht te brengen.
Bedrijfsfraude is een veelkoppig monster. Een werknemer belooft bijvoorbeeld wat vriendelijker met een offerte om te gaan als niet alleen dat nieuwe bedrijfspand gebouwd wordt, maar ook een dakkapelletje bij hem thuis. Tegenover een hogere inkoopprijs staat een leuke vakantie met vrouw en kinderen. Het doorfaxen van een concurrerende offerte wordt beloond met kaartjes voor een voetbalfinale en het accepteren van een stapeltje valse facturen kan resulteren in een leuke cabriolet voor de minnares. Schaap: “Hoe schadelijk en verwerpelijk ook, dat soort praktijken zijn ‘peanuts’. Het kan veel grover. Sommige fraudeurs richten in het buitenland een BV’tje op en maken geld over voor diensten die nooit geleverd zijn. Zo’n simpele constructie kan tientallen miljoenen opleveren.”
Maar het is niet alleen drank, vrouwen en geld wat het grote graaien in gang zet. Schaap: “Sommigen worden geleid door pure afgunst. Het is de gekte van deze tijd: iedereen wil rijk zijn en als je niet rijk bent, ben je een loser. De kloof tussen rijk en echt rijk is zo groot geworden, en dat wringt bij sommigen. Al die exorbitante optieregelingen voor topmanagers, ik maak me daar wel eens zorgen over. Anderen handelen uit pure frustratie, een gemiste promotie of zo, en voor sommigen is het de uitdaging om te kijken of ze het systeem kunnen verslaan. En af en toe is het werkelijk onbegrijpelijk. Ik heb hier types op de bank zitten en dan denk ik: hoe is het mogelijk? Laatst eentje: een keurig huisvadertje met vrouw en kinderen die elk jaar op dezelfde doodnormale vakantie met camper in Frankrijk gaat. En die maakte me toch een klapper, tientallen miljoenen. Niet te geloven. Gewoon een administrateur bij een groot bedrijf die jaren achtereen flinke sommen op zijn buitenlandse rekening heeft laten storten. En een aardige vent, joh, ik heb echt plezier met hem gehad. Maar uiteindelijk is het een slimme crimineel met een uitgekiend plan waar hij jaren mee bezig is geweest.”
En niemand van de collega’s die het weet? Sfinx Schaap glimlacht en zakt wat dieper weg in zijn fauteuil: “Zal ik je eens een geheim verklappen? Bij het kleinere werk weten de collega’s het bijna altijd. Alleen de baas weet het nooit. Als ik met de collega’s van de fraudeur ga praten, zeggen ze: ‘Hij ging zo vaak per jaar op vakantie, hij had een buitenechtelijke relatie en hij had een buitenhuis gekocht. We weten exact wat hij verdient en we weten dus ook dat hij dat niet zomaar kan betalen.’ Collega’s durven er intern vaak niet over te praten. Als ze hier in mijn werkkamer zitten zijn ze enorm opgelucht, en dan kunnen we het niet bijhouden om allemaal op te schrijven wat ze me nog meer vertellen. Verhalen over complete afdelingen die elkaar jarenlang rugdekking geven.”
Terug naar de eerste zin. Waarom is “geen misdaad leuker dan fraude”? Waarom is het doorpluizen van complete administraties en het nareizen van geldstromen interessanter dan, zeg, een Rotterdamse loods op heroïne doorzoeken? Schaap, met gepast dédain: “Omdat heroïnehandel zulke domme misdaad is. Er zijn in zo’n loods maar twee opties: iemand heeft de heroïne verstopt of, de tweede optie, iemand heeft het nog béter verstopt. Witwassen kent veel meer creativiteit, intelligentie en uitdaging. Een slimme zaak laat je niet los. Ik ben er altijd mee bezig: tijdens de afwas, op vakantie, bij het televisiekijken. En steeds denk ik: hoe heeft-ie het geflikt? Waar is het geld heengegaan en hoe krijgt hij het weer terug? Wat heb ik over het hoofd gezien? En dan hebben we het nog niet eens over de verhoren gehad, die kunnen in een goede fraudezaak fantastisch zijn. Zo’n intelligent steekspel is verslavend. Het is heerlijk om een echte slimme fraudeur aan tafel te hebben. Begrijp me niet verkeerd: ik keur hun misdaden in alle gradaties af, maar ik heb niet zelden grote bewondering voor hun vernuft. Tja, het is verschrikkelijk jammer dat ze dat niet op andere wijze weten aan te wenden.”
Je ziet het zo voor je. Twee keurige heren, beiden expert op hetzelfde gebied, schuiven aan. Kopje koffie erbij, een vraag over de nachtrust, een opmerking over het weer, en dan begint de krachtmeting: wat vertel je, en wat vertel je niet. De een is expert in het verduisteren, de andere in het onthullen. In feite zijn hun kwaliteiten inwisselbaar, beiden beoefenen dezelfde tak van sport. Schaap glimlacht, en trekt zijn wenkbrauwen even kort omhoog: “Topsport, dat heb je goed gezien. En ik ontmoet de beste tegenspelers. Het verhoor, het psychologische spel, dat is geweldig. Het kan dagen en dagen duren. Met het gezicht van een sfinx kijken ze je glimlachend aan, zo van: ‘Je zult er nooit achterkomen waar het geld precies heen is gegaan.’” Een puzzelstukje valt op z’n plek: wie sfinxen wil doorgronden, moet zelf af en toe een sfinx zijn. Schaap: “Het gaat om doorzettingsvermogen: wie houdt het spel het langst vol? Soms word je er gek van, je pest elkaar voortdurend — maar je laat nooit het achterste van je tong zien. Alle trucs worden uit de kast gehaald. Een voorbeeld: het gesprek gaat over van alles en niets. Zij proberen jou van het spoor te halen en jij moet ze weer naar dat spoor terugbrengen. Dat suddert zo een tijdje voort. Maar plots overval je ze met een feit waarvan zij nooit vermoedden dat jij dat wist. Het is net voetballen, opeens zie je een gaatje en dan trap je de bal erin. Fantastisch.”
“Tegelijkertijd moet je een band opbouwen, anders kom je tot niets. In mijn politietijd was er een verdachte waarmee ik drie maanden iedere dag in een kamertje zat. We namen samen heel zijn leven en al zijn eerdere fraudeconstructies door. Een echte prof was het. We hadden het grootste respect voor elkaar. Hij sprak steeds in spreekwoorden en gezegden om de boel te versluieren, en regelmatig zei ik tegen hem: ‘Hou nou toch op met al die spreekwoorden. We hebben ze allemaal gehad en ik word er helemaal gek van.’ Aan het einde van de zaak gaf hij mij een cadeau: een boek met spreekwoorden en gezegden. Ik heb het nog steeds in mijn boekenkast. Hij had het gesigneerd: ‘Bedankt voor de fijne behandeling’.”

Zwart geld wereldwijd
Cijfers over zwart geld (hetzij crimineel geld, hetzij ‘niet gefiscaliseerd geld’, zoals dat in jargon heet) zijn per definitie onbetrouwbaar. Hoe groot is het topje van de ijsberg dat de financiële speurhonden blootleggen? Niemand die het weet. Het International Monetary Fund (IMF) schatte in 1996 dat tussen de twee en vijf procent van ‘s werelds bruto nationaal product witgewassen geld is. Dat is een bedrag dat tussen de USD 590 miljard en USD 1.5 biljoen ligt. Dat eerste bedrag komt overeen met de totale output van bijvoorbeeld de Spaanse economie, het laatste grofweg met het federale overheidsbudget van de Verenigde Staten.

 

Witwasparadijzen
Geen van de gezaghebbende onderzoeksinstituten waagt zich aan een rangorde van witwasparadijzen. De Financial Action Task Force on Money Laundering van de OESO presenteerde eind juni een nieuwe lijst van zwartgeldmagneten, met in alfabetische volgorde de Cook Eilanden, Dominica, Egypte, Guatemala, Hongarije, Indonesië, Israël, Libanon, Marshall Eilanden, Myanmar (het vroegere Birma), Nauru, Nigeria, Niue, Filippijnen, Rusland, St. Kitts & Nevis en St. Vincent & Grenadines.
Opvallend is dat de ‘klassieke’ witwasparadijzen als de Kaaiman Eilanden, Aruba en Panama ontbreken. Maar dat zegt niet zoveel, meent Cees Schaap: “Aruba heeft de nieuwe anti-witwaswetgeving nog niet door het parlement geloosd, dus laten we over twee jaar kijken wat er daadwerkelijk veranderd is. In Panama zijn de anti-witwasactiviteiten grotendeels cosmetisch.”

 

Zwart geld in Nederland
Een veelgebruikte schatting is dat vijf procent van de Nederlandse economie ‘informeel’ is. Het gaat dan om z’n veertig miljard gulden. Een rapport van het ministerie van Justitie noemde als beruchte zwartgeldsectoren horeca, bouw, autobranche en vuilverwerking. Niet zelden zijn in deze branches bedrijven in handen van criminele organisaties die legale bedrijven sterk beconcurreren omdat zij onder de prijs goederen en diensten aanbieden — niet om winst te maken, maar om geld wit te wassen. Werkgeversorganisatie VNO-NCW zegt steeds meer signalen te krijgen dat criminele organisaties het bovengrondse bedrijfsleven infiltreren. Het café bij u om de hoek waar zelden iemand komt en almaar niet failliet wil gaan, is waarschijnlijk een witwasbedrijf.
© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl