Interview: Agnes Kant, politicus
“Wij willen tien zetels”
Evert Nieuwenhuis
De Groene Amsterdammer, 17 maart 2001
De Groene Amsterdammer, 17 maart 2001
SP-kamerlid Agnes Kant is kampioen vragenstellen. Plat populisme of noodzakelijke oppositie tegen Paars? “De kiezers laten zich zand in de ogen strooien.”
Paars ontspoort. Het einde van de miljardenregen aan meevallers – niet veel anders dan het gevolg van onrealistische, te krappe begrotingen – is nabij en de verkiezingen doemen aan de horizon op. Volgend jaar zou er zelfs een miljard tekort zijn en dus staat de Zalmnorm ter discussie. De VVD wil vasthouden aan het liberale fundament onder de kabinetten Kok I & II, terwijl D66 en met name de PvdA hun verwaarloosde sociale imago een jaar voor de verkiezingen willen oppoetsen. Want terwijl Zalm de afgelopen jaren de meevallers aan de staatsschuld spendeerde, kwijnde de publieke sector weg: ongewassen bejaarden in het verzorgingstehuis, schoolgebouwen die op instorten staan, politieagenten die in arrenmoede de wijk nemen. PvdA-fractieleider Melkert eist meer geld en de VVD dreigt met een crisis als van de gulden regels van rekenmeester Zalm afgeweken wordt. Volgende maand moet de teerling geworpen zijn. Kortom: gouden tijden voor de meest linkse oppositiepartij van Nederland, de Socialistische Partij (SP). Agnes Kant, kamerlid voor de SP: “Paars heeft de publieke zaak verkwanseld en de onderlinge solidariteit te grabbel gegooid. Nederland is geen beschaafd land meer met deze enorme tegenstellingen tussen arm en rijk. En nu niemand meer om de kaalslag heen kan, begint het ritueel van de Grote Beloftes en het Grote Bedriegen. Paars bedondert de boel.”
Ze is de pitbull van de SP. Naar eigen zeggen ‘een fanatiekeling’ en ‘een vechtertje’. In de Tweede Kamer roept ze regelmatig wrevel op. Daar heb je Kant weer die de zoveelste o zo voorspelbare ramkoers op een minister inzet. Daar heb je Kant weer die wil scoren met schrijnende misstanden. Daar heb je Kant weer – de vroomste der rode Jehova’s. Zelfs spreekt ze over ‘de machthebbers confronteren met de realiteit’ en ‘weerstand tegen maatschappelijke misstanden mobiliseren’.
Sinds haar entree in de Tweede Kamer, twee jaar geleden, heeft niemand meer schriftelijke en mondelinge kamervragen gesteld dan Agnes Kant. Dat VVD-fractievoorzitter Hans Dijkstal vorige week in het tv-programma Buitenhof opperde het vragenuurtje af te schaffen – het zou te weinig substantieel debat opleveren en te veel de waan van de dag volgen – beschouwt ze als een compliment. Kant: “Tuurlijk is het voor zo’n Dijkstal niet leuk als allerlei Agnes Kantjes kritische vragen stellen. Maar ik daag Dijkstal uit om al die honderden vragen na te gaan en aan te wijzen waar ik inhoud ondergeschikt stel aan effectbejag. Wat nou waan van de dag! Ook vragen over een burgemeester in Den Helder die een verdacht commissariaat erop nahoudt en zich schuldig maakt aan belangenverstrengeling en ook vragen over die ene patiënt die niet geopereerd kon worden vanwege wachtlijsten – het zijn stuk voor stuk voorbeelden van de gevolgen van slecht beleid.” Veel in de melk te brokkelen heeft SP niet, zo geeft ze toe. Confronteren, hameren op misstanden, dat is Kants voornaamste strijdmiddel. Maar af een toe is er een klinklaar succesje, zoals de terugkeer van het kunstgebit in het Ziekenfonds.
Ze is de Benjamin in een gezin van vier kinderen. Kant (1967) groeide op in Duitsland, waar haar Nederlandse ouders lesgaven aan de kinderen van aldaar gestationeerde Navo-soldaten. Tijdens de Kosovo-oorlog moest ze vaak denken aan de HAWK-raketten waar ze als kind achteloos voorbij liep op weg naar school. Het was een welvarend middenklasse gezin (“In zekere zin is het voor een SP-politicus een gemis om geen armoede te hebben meegemaakt, maar ik ben tegelijkertijd het levende bewijs dat het geen voorwaarde is”) en Kant was een rebelse puber. Ondanks de ruime huisregels was “de huisuitzetting wel eens nabij”. Afzetten om het afzetten. Haar ouders waren atheïst en dus legde Agnes op een avond stiekem een bijbel onder het hoofdkussen.
Op de middelbare school hoorde ze voor het eerst over de SP. Een docent geschiedenis (zelf SP-lid) legde wat boekjes over de SP in de bibliotheek. Jaren later, op haar tweeëntwintigste, werd ze tijdens haar studie gezondheidswetenschappen in Nijmegen lid. Na haar promotie (over het landelijke, preventieve onderzoek naar baarmoederhalskanker) betrad ze de lokale politiek van haar woonplaats Doesburg. Kant: “Mijn god wat een oorlog was dat. Ik ging altijd de confrontatie aan. Daarmee vergeleken hebben ze in de Kamer een makkelijke aan me.” Met haar optreden in de Tweede Kamer is ze nog niet tevreden: “Ik wil af van mijn eenzijdige imago als bloedserieuze vastbijter. Wist je dat ik bijvoorbeeld graag meezing met Schlagers?” Na de verkiezingen van 1994 werd ze medewerker van de tweemansfractie in de Tweede Kamer. Haar ster rees snel in de SP. Toen in 1998 de recordgrootte van vijf kamerzetels behaald werd, kreeg ze de portefeuilles Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Binnenlandse Zaken en Algemene Zaken. Na twee jaar Tweede Kamer – de kieslijsten voor 2002 worden zo langzamerhand opgesteld – is ze naar eigen zeggen nog steeds een fanatiekeling: “Ik kan niet anders dan ‘politiek’ bedrijven. Ik wil maatschappelijke veranderingen in gang zetten en de hoogste politiek verantwoordelijken aanpakken. De starre arrogantie van de macht is mijn grootste frustratie. Hoe meer weerstand, hoe feller ik vecht. Hoe vaak heb ik niet gedacht: al dat zinloze gelul, al dat moeilijke gedoe – het liefst steek ik de hele klerezooi in de fik. Maar zo lang ik het gevoel heb dat het zin heeft wat ik doe, blijf ik doorgaan.”
Els Borst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VWS) is Kants grootste opponent. En Borst is “een hele slechte minister”, ondanks Borsts aankondiging dat ze opstapt als er niet meer geld voor VWS komt.
Laten we aan deze cafétafel de zorgsector weer op poten zetten. Moet er meer geld komen?
“Natuurlijk moet er meer geld komen.”
Geen enkel ministerie heeft tijdens Paars I en II meer éxtra geld gekregen dan VWS. Is al dat geld goed besteed?
“Grotendeels wel. De inefficiëntie zit niet in de uitvoering. Mensen in de zorgsector worden ontzettend kwaad als je dat zegt. Een verpleegkundige zei tegen me: ‘Wat willen ze in Den Haag van ons? Dat we tussen twee bedden gaan staan en met onze linkerhand de billen van de ene patiënt wassen en met onze rechterhand die van iemand anders?’ De zorgsector is op de werkvloer totaal uitgewrongen. Op het managementniveau heerst een onwaarschijnlijk grote bureaucratie die enorm veel mankracht eist. Daar valt nog heel wat te halen, maar dat is natuurlijk niet het echte probleem. Het gaat om de eindeloze wachtlijsten, het overbelaste personeel, het tekort aan verpleegkundigen en ga zo maar door. Jarenlang alles strak budgetteren, regeltjes creëren en die weer controleren heeft juist een enorme inefficiëntie en geldverslinding opgeleverd. Neem de Regionale Indicatie Organen (RIO’s). Deze instellingen indiceren met welke urgentie iemand op een wachtlijst komt. Dat doen met name verpleegkundigen, maar laat hen alsjeblieft weer het echte werk doen. Niet in kantoortjes, maar in de ziekenzalen.”
Hoe moet het dan?
“Geef de mensen op de werkvloer hun verantwoordelijkheid terug. Richt wijkteams op met bijvoorbeeld een verpleegkundige, een arts en een sociaal verpleegkundige. Zij kennen de situatie goed en kunnen beslissen waar de zorg het meest nodig is. Vergeet die hele molen met RIO’s en wat al niet meer.”
En dan staat de zorg in Nederland weer op de poten?
“Dat is flauw. Dit is slechts een voorbeeld. Het gaat om een andere manier van denken. Niet de bureaucratie, maar de zorgverleners zélf moeten de verantwoordelijkheid nemen over de beslissingen waar zorg nodig is. Zij weten dat het beste, zij kennen de patiënt. Aan alle potjes en schotten hebben we nu een belangrijk deel van de problemen te danken. Laat de beslissingen op de werkvloer genomen worden. Stem het budget af op wat nodig is, en niet andersom zoals Paars doet. En er moet veel meer geld komen. Heel wat meer dan die drie miljard waar de zorgverzekeraars het vorige week over hadden.”
Hoe is het zover gekomen?
“Door Paars. Door Els Borst. Er is jarenlang te weinig geld betaald en aandacht besteed aan de mensen die het echte werk doen. Zoals Jan (Marijnissen, fractieleider van de SP, EN) het zegt: er is zo’n enorme aanslag gepleegd op de infanteristen van de publieke zaak. Ze zijn totaal gefrustreerd geraakt en ze haken af. Er zijn slechte arbeidsomstandigheden, ze krijgen te weinig geld, noem maar op. Elke dag komen zij doodmoe thuis en nog hebben ze het gevoel dat ze hun werk niet naar behoren hebben kunnen doen. Om de schade te herstellen moeten we nu in die mensen investeren. Er is een noodsituatie.”
Zeg je tegen verpleegkundigen: als je op Paars stemt, moet je niet zeuren?
“Neuhhh… Ik ben daar niet om stemmen te winnen. Maar als het als het gesprek die richting op gaat, zeg ik wel: ‘Die PvdA van je, die heeft niet goed voor je gezorgd’.”
Waarom steunt de meerderheid van de bevolking desalniettemin al zes jaar Paars?
“De ernst van de gevolgen wordt nu pas écht zichtbaar. De SP heeft er jaren op gewezen, maar velen wilden het niet zien. In Nederland bestaat de absurde situatie dat Den Haag niet doet wat het merendeel van de bevolking wil. In hun verkiezingscampagnes beloven de partijen van alles en nog wat, maar tijdens de coalitievorming moeten alle partijen die willen regeren een deel van hun principes verkwanselen. In de Kamer heerst geen cultuur van een open, democratisch debat. Niet de argumenten, maar de kliekjes tellen. En blijkbaar zijn de kiezers gevallen voor de mooie praatjes van Paarse politici. Mensen met het linkse hart op de juist plaats denken: ik kan beter op de grootste sociaal-democratische partij stemmen dan op de SP, want de PvdA waakt ook voor de publieke zaak maar heeft het meest in de melk te brokkelen. Die kiezers zijn bedrogen door de PvdA. En wij van de SP kunnen vier jaar de coalitiepartijen confronteren met hun beloftes – maar het regeerakkoord is heilig. De wil van de bevolking doet er niet meer toe.”
Hou nou toch op. Jullie zijn de Geuzen, jullie komen op voor ons burgers die weerloos ten prooi liggen aan de Paarse Bedriegers. Het is zo badinerend.
Schijnbaar onverschillig: “Noem het zoals je wilt, maar dit is de realiteit.”
Je durft wel tegen Paars te schoppen, maar durf je ook tegen de Nederlandse bevolking te schoppen?
Fel: “Oh ja! Dagelijks vertel ik mensen dat ze zich zand in de ogen laten strooien. Misschien ontbreekt Nederlanders het aan lef. Ze hebben angst voor verandering, en daarom stemmen ze toch maar op grote parijen als de PvdA. In Nederland is een groot tekort aan beschaving: er is ongekende rijkdom en tegelijkertijd schrijnende armoede. De PvdA zegt er wat aan te doen, maar ze gaat ondertussen met de VVD in zee. Mensen moeten er bewust van worden dat als zij het anders willen, zij daarin een stem zijn. Ze moeten zich laten horen. De Nederlandse bevolking kijkt veel te veel toe. Mijn grootste uitdaging is die smeulende ontevredenheid mobiliseren. Ik kan niet een groep verpleegkundigen toespreken zonder te zeggen: ‘Kom in verzet! Blokkeer de snelweg! Nu!’ Overigens is het ook een keer spontaan gebeurd en hielp ik mee, maar het ziekenhuisbed dat ik de straat opduwde bleef steken in de tramrails.”
Voor het eerst tijdens ons gesprek moet Agnes Kant ongeremd lachen.
Komt het wel eens in je op dat de meeste mensen het Nederland anno 2001 niet zo schandalig georganiseerd vinden als jij het vindt. Goed, de wachtlijsten zijn beroerd en hun nichtje in het onderwijs moet meer verdienen. Maar verder heeft de meerderheid in Nederland het beter dan ooit – en wil dat zo houden.
“Kletskoek. De mensen die ik spreek willen niet dat er in Nederland gezinnen leven die geen fruit kunnen kopen. Mensen willen niet dat mensen met geld voorrang in de zorg kunnen kopen. Mensen willen niet dat er in de achterstandswijken geen agenten rondlopen. Kortom: mensen willen geen onderklasse.”
Maar de meerderheid van de Nederlandse bevolking stemt op Paarse partijen, niet op de SP.
“Zoals ik al zei: ze laten zich bedonderen door Paars die zegt dat ze er wat aan gaan doen. Maar het tij keert. Vergeet niet dat wij van twee naar vijf zetels zijn gegaan. Wij hebben vijfentwintigduizend leden, wij hebben geen leegloop zoals de andere partijen. En ook GroenLinks groeit. Maar groei van de SP is geen doel op zich. Belangrijker vind ik dat het verzet groeit. Voor het eerst gaan huisartsen de straat op en ik voorspel dat de zorgsector op z’n kop staat als Borst weer haar belofte voor extra geld niet houdt. Op SP bijeenkomsten zie ik steeds meer middenklasse. Maar ook rijkelui willen deze samenleving niet. Vorig jaar zat ik een radioprogramma met een man uit Vught die voor zijn wijk particuliere beveiliging inhuurde. Hij was het roerend met me eens dat het een gloeiende schande is dat de overheid niet voor veiligheid zorgt, en ook hij wil dat in alle wijken van Nederland genoeg politie is. Sterker nog: hij betaald dat extra geld liever aan de belastingdienst dan aan het beveiligingsbedrijf.”
Kant zit nu op de praatstoel. Fonkelende ogen: “Paarse politici hebben de publieke zaak verkwanseld en onderlinge solidariteit te grabbel gegooid. Het is niet zo dat het volk de leiders krijgt die het verdient. Nee, de macht krijgt het volk die ze maakt. Als je beleid voert dat gebaseerd is op ieder voor zich, als je beleid voort waarbij de maatschappelijk tegenstellingen steeds groter worden, dan creëer je een bevolking die niet solidair meer is. Verpleegkundigen vertellen mij dat hun normen vervagen: vroeger had het niet gekund dat iemand een ochtend in z’n eigen pies lag. Nu wel, want het kan niet anders. Dat heeft Paars gedaan. Niet de Nederlandse bevolking. Als mensen particuliere veiligheid kunnen kopen – door individualisering, marktwerking en al die andere Paarse begrippen – dan hebben zij geen belang bij publieke veiligheid gestoeld op solidariteitsbeginsel. Zij regelen het zelf en dan moeten anderen het ook maar zelf regelen. Tegelijkertijd groeit de groep mensen die geen belastingenverhogingen willen betalen en uitwijken naar België. Nou, oprotten dan maar. Weg ermee. Want als je tramconducteurs, verpleegkundigen en stadswachten niet voldoende betaalt – en ja, dat kost extra belastinggeld en ja, de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten – dan leggen ze ook niet hun hart in hun werk. De publieke sector functioneert nu nauwelijks, dus committeren mensen zich er niet aan. Solidariteit kun je niet organiseren, maar je moet als overheid de juiste voorwaarden scheppen.”
Dat klinkt haast als een links reveil. Hoe gaat het verder met de SP?
“Wij willen tien zetels halen. Als een linkse meerderheid nodig is, zullen wij uiteraard serieus overwegen deel te nemen aan een coalitie. Als was het maar omdat je het niet op je geweten wil hebben dat de VVD weer in de regering komt. Maar verontrustend is dat GroenLinks de VVD niet eens uitsluit. Ze halen zo nu en dan VVD rechts in: marktdenken in de zorg, de Navo is ineens bonton, noem maar op. Ze ruiken het pluche, ze verschuiven naar het centrum. In sommige debatten denk ik: ‘He, wat hoor ik Paul Rosenmöller (fractievoorzitter GroenLinks, EN) nu zeggen? Als GroenLinks groeit, is een sterke SP onmisbaar.”
Ze is de pitbull van de SP. Naar eigen zeggen ‘een fanatiekeling’ en ‘een vechtertje’. In de Tweede Kamer roept ze regelmatig wrevel op. Daar heb je Kant weer die de zoveelste o zo voorspelbare ramkoers op een minister inzet. Daar heb je Kant weer die wil scoren met schrijnende misstanden. Daar heb je Kant weer – de vroomste der rode Jehova’s. Zelfs spreekt ze over ‘de machthebbers confronteren met de realiteit’ en ‘weerstand tegen maatschappelijke misstanden mobiliseren’.
Sinds haar entree in de Tweede Kamer, twee jaar geleden, heeft niemand meer schriftelijke en mondelinge kamervragen gesteld dan Agnes Kant. Dat VVD-fractievoorzitter Hans Dijkstal vorige week in het tv-programma Buitenhof opperde het vragenuurtje af te schaffen – het zou te weinig substantieel debat opleveren en te veel de waan van de dag volgen – beschouwt ze als een compliment. Kant: “Tuurlijk is het voor zo’n Dijkstal niet leuk als allerlei Agnes Kantjes kritische vragen stellen. Maar ik daag Dijkstal uit om al die honderden vragen na te gaan en aan te wijzen waar ik inhoud ondergeschikt stel aan effectbejag. Wat nou waan van de dag! Ook vragen over een burgemeester in Den Helder die een verdacht commissariaat erop nahoudt en zich schuldig maakt aan belangenverstrengeling en ook vragen over die ene patiënt die niet geopereerd kon worden vanwege wachtlijsten – het zijn stuk voor stuk voorbeelden van de gevolgen van slecht beleid.” Veel in de melk te brokkelen heeft SP niet, zo geeft ze toe. Confronteren, hameren op misstanden, dat is Kants voornaamste strijdmiddel. Maar af een toe is er een klinklaar succesje, zoals de terugkeer van het kunstgebit in het Ziekenfonds.
Ze is de Benjamin in een gezin van vier kinderen. Kant (1967) groeide op in Duitsland, waar haar Nederlandse ouders lesgaven aan de kinderen van aldaar gestationeerde Navo-soldaten. Tijdens de Kosovo-oorlog moest ze vaak denken aan de HAWK-raketten waar ze als kind achteloos voorbij liep op weg naar school. Het was een welvarend middenklasse gezin (“In zekere zin is het voor een SP-politicus een gemis om geen armoede te hebben meegemaakt, maar ik ben tegelijkertijd het levende bewijs dat het geen voorwaarde is”) en Kant was een rebelse puber. Ondanks de ruime huisregels was “de huisuitzetting wel eens nabij”. Afzetten om het afzetten. Haar ouders waren atheïst en dus legde Agnes op een avond stiekem een bijbel onder het hoofdkussen.
Op de middelbare school hoorde ze voor het eerst over de SP. Een docent geschiedenis (zelf SP-lid) legde wat boekjes over de SP in de bibliotheek. Jaren later, op haar tweeëntwintigste, werd ze tijdens haar studie gezondheidswetenschappen in Nijmegen lid. Na haar promotie (over het landelijke, preventieve onderzoek naar baarmoederhalskanker) betrad ze de lokale politiek van haar woonplaats Doesburg. Kant: “Mijn god wat een oorlog was dat. Ik ging altijd de confrontatie aan. Daarmee vergeleken hebben ze in de Kamer een makkelijke aan me.” Met haar optreden in de Tweede Kamer is ze nog niet tevreden: “Ik wil af van mijn eenzijdige imago als bloedserieuze vastbijter. Wist je dat ik bijvoorbeeld graag meezing met Schlagers?” Na de verkiezingen van 1994 werd ze medewerker van de tweemansfractie in de Tweede Kamer. Haar ster rees snel in de SP. Toen in 1998 de recordgrootte van vijf kamerzetels behaald werd, kreeg ze de portefeuilles Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Binnenlandse Zaken en Algemene Zaken. Na twee jaar Tweede Kamer – de kieslijsten voor 2002 worden zo langzamerhand opgesteld – is ze naar eigen zeggen nog steeds een fanatiekeling: “Ik kan niet anders dan ‘politiek’ bedrijven. Ik wil maatschappelijke veranderingen in gang zetten en de hoogste politiek verantwoordelijken aanpakken. De starre arrogantie van de macht is mijn grootste frustratie. Hoe meer weerstand, hoe feller ik vecht. Hoe vaak heb ik niet gedacht: al dat zinloze gelul, al dat moeilijke gedoe – het liefst steek ik de hele klerezooi in de fik. Maar zo lang ik het gevoel heb dat het zin heeft wat ik doe, blijf ik doorgaan.”
Els Borst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VWS) is Kants grootste opponent. En Borst is “een hele slechte minister”, ondanks Borsts aankondiging dat ze opstapt als er niet meer geld voor VWS komt.
Laten we aan deze cafétafel de zorgsector weer op poten zetten. Moet er meer geld komen?
“Natuurlijk moet er meer geld komen.”
Geen enkel ministerie heeft tijdens Paars I en II meer éxtra geld gekregen dan VWS. Is al dat geld goed besteed?
“Grotendeels wel. De inefficiëntie zit niet in de uitvoering. Mensen in de zorgsector worden ontzettend kwaad als je dat zegt. Een verpleegkundige zei tegen me: ‘Wat willen ze in Den Haag van ons? Dat we tussen twee bedden gaan staan en met onze linkerhand de billen van de ene patiënt wassen en met onze rechterhand die van iemand anders?’ De zorgsector is op de werkvloer totaal uitgewrongen. Op het managementniveau heerst een onwaarschijnlijk grote bureaucratie die enorm veel mankracht eist. Daar valt nog heel wat te halen, maar dat is natuurlijk niet het echte probleem. Het gaat om de eindeloze wachtlijsten, het overbelaste personeel, het tekort aan verpleegkundigen en ga zo maar door. Jarenlang alles strak budgetteren, regeltjes creëren en die weer controleren heeft juist een enorme inefficiëntie en geldverslinding opgeleverd. Neem de Regionale Indicatie Organen (RIO’s). Deze instellingen indiceren met welke urgentie iemand op een wachtlijst komt. Dat doen met name verpleegkundigen, maar laat hen alsjeblieft weer het echte werk doen. Niet in kantoortjes, maar in de ziekenzalen.”
Hoe moet het dan?
“Geef de mensen op de werkvloer hun verantwoordelijkheid terug. Richt wijkteams op met bijvoorbeeld een verpleegkundige, een arts en een sociaal verpleegkundige. Zij kennen de situatie goed en kunnen beslissen waar de zorg het meest nodig is. Vergeet die hele molen met RIO’s en wat al niet meer.”
En dan staat de zorg in Nederland weer op de poten?
“Dat is flauw. Dit is slechts een voorbeeld. Het gaat om een andere manier van denken. Niet de bureaucratie, maar de zorgverleners zélf moeten de verantwoordelijkheid nemen over de beslissingen waar zorg nodig is. Zij weten dat het beste, zij kennen de patiënt. Aan alle potjes en schotten hebben we nu een belangrijk deel van de problemen te danken. Laat de beslissingen op de werkvloer genomen worden. Stem het budget af op wat nodig is, en niet andersom zoals Paars doet. En er moet veel meer geld komen. Heel wat meer dan die drie miljard waar de zorgverzekeraars het vorige week over hadden.”
Hoe is het zover gekomen?
“Door Paars. Door Els Borst. Er is jarenlang te weinig geld betaald en aandacht besteed aan de mensen die het echte werk doen. Zoals Jan (Marijnissen, fractieleider van de SP, EN) het zegt: er is zo’n enorme aanslag gepleegd op de infanteristen van de publieke zaak. Ze zijn totaal gefrustreerd geraakt en ze haken af. Er zijn slechte arbeidsomstandigheden, ze krijgen te weinig geld, noem maar op. Elke dag komen zij doodmoe thuis en nog hebben ze het gevoel dat ze hun werk niet naar behoren hebben kunnen doen. Om de schade te herstellen moeten we nu in die mensen investeren. Er is een noodsituatie.”
Zeg je tegen verpleegkundigen: als je op Paars stemt, moet je niet zeuren?
“Neuhhh… Ik ben daar niet om stemmen te winnen. Maar als het als het gesprek die richting op gaat, zeg ik wel: ‘Die PvdA van je, die heeft niet goed voor je gezorgd’.”
Waarom steunt de meerderheid van de bevolking desalniettemin al zes jaar Paars?
“De ernst van de gevolgen wordt nu pas écht zichtbaar. De SP heeft er jaren op gewezen, maar velen wilden het niet zien. In Nederland bestaat de absurde situatie dat Den Haag niet doet wat het merendeel van de bevolking wil. In hun verkiezingscampagnes beloven de partijen van alles en nog wat, maar tijdens de coalitievorming moeten alle partijen die willen regeren een deel van hun principes verkwanselen. In de Kamer heerst geen cultuur van een open, democratisch debat. Niet de argumenten, maar de kliekjes tellen. En blijkbaar zijn de kiezers gevallen voor de mooie praatjes van Paarse politici. Mensen met het linkse hart op de juist plaats denken: ik kan beter op de grootste sociaal-democratische partij stemmen dan op de SP, want de PvdA waakt ook voor de publieke zaak maar heeft het meest in de melk te brokkelen. Die kiezers zijn bedrogen door de PvdA. En wij van de SP kunnen vier jaar de coalitiepartijen confronteren met hun beloftes – maar het regeerakkoord is heilig. De wil van de bevolking doet er niet meer toe.”
Hou nou toch op. Jullie zijn de Geuzen, jullie komen op voor ons burgers die weerloos ten prooi liggen aan de Paarse Bedriegers. Het is zo badinerend.
Schijnbaar onverschillig: “Noem het zoals je wilt, maar dit is de realiteit.”
Je durft wel tegen Paars te schoppen, maar durf je ook tegen de Nederlandse bevolking te schoppen?
Fel: “Oh ja! Dagelijks vertel ik mensen dat ze zich zand in de ogen laten strooien. Misschien ontbreekt Nederlanders het aan lef. Ze hebben angst voor verandering, en daarom stemmen ze toch maar op grote parijen als de PvdA. In Nederland is een groot tekort aan beschaving: er is ongekende rijkdom en tegelijkertijd schrijnende armoede. De PvdA zegt er wat aan te doen, maar ze gaat ondertussen met de VVD in zee. Mensen moeten er bewust van worden dat als zij het anders willen, zij daarin een stem zijn. Ze moeten zich laten horen. De Nederlandse bevolking kijkt veel te veel toe. Mijn grootste uitdaging is die smeulende ontevredenheid mobiliseren. Ik kan niet een groep verpleegkundigen toespreken zonder te zeggen: ‘Kom in verzet! Blokkeer de snelweg! Nu!’ Overigens is het ook een keer spontaan gebeurd en hielp ik mee, maar het ziekenhuisbed dat ik de straat opduwde bleef steken in de tramrails.”
Voor het eerst tijdens ons gesprek moet Agnes Kant ongeremd lachen.
Komt het wel eens in je op dat de meeste mensen het Nederland anno 2001 niet zo schandalig georganiseerd vinden als jij het vindt. Goed, de wachtlijsten zijn beroerd en hun nichtje in het onderwijs moet meer verdienen. Maar verder heeft de meerderheid in Nederland het beter dan ooit – en wil dat zo houden.
“Kletskoek. De mensen die ik spreek willen niet dat er in Nederland gezinnen leven die geen fruit kunnen kopen. Mensen willen niet dat mensen met geld voorrang in de zorg kunnen kopen. Mensen willen niet dat er in de achterstandswijken geen agenten rondlopen. Kortom: mensen willen geen onderklasse.”
Maar de meerderheid van de Nederlandse bevolking stemt op Paarse partijen, niet op de SP.
“Zoals ik al zei: ze laten zich bedonderen door Paars die zegt dat ze er wat aan gaan doen. Maar het tij keert. Vergeet niet dat wij van twee naar vijf zetels zijn gegaan. Wij hebben vijfentwintigduizend leden, wij hebben geen leegloop zoals de andere partijen. En ook GroenLinks groeit. Maar groei van de SP is geen doel op zich. Belangrijker vind ik dat het verzet groeit. Voor het eerst gaan huisartsen de straat op en ik voorspel dat de zorgsector op z’n kop staat als Borst weer haar belofte voor extra geld niet houdt. Op SP bijeenkomsten zie ik steeds meer middenklasse. Maar ook rijkelui willen deze samenleving niet. Vorig jaar zat ik een radioprogramma met een man uit Vught die voor zijn wijk particuliere beveiliging inhuurde. Hij was het roerend met me eens dat het een gloeiende schande is dat de overheid niet voor veiligheid zorgt, en ook hij wil dat in alle wijken van Nederland genoeg politie is. Sterker nog: hij betaald dat extra geld liever aan de belastingdienst dan aan het beveiligingsbedrijf.”
Kant zit nu op de praatstoel. Fonkelende ogen: “Paarse politici hebben de publieke zaak verkwanseld en onderlinge solidariteit te grabbel gegooid. Het is niet zo dat het volk de leiders krijgt die het verdient. Nee, de macht krijgt het volk die ze maakt. Als je beleid voert dat gebaseerd is op ieder voor zich, als je beleid voort waarbij de maatschappelijk tegenstellingen steeds groter worden, dan creëer je een bevolking die niet solidair meer is. Verpleegkundigen vertellen mij dat hun normen vervagen: vroeger had het niet gekund dat iemand een ochtend in z’n eigen pies lag. Nu wel, want het kan niet anders. Dat heeft Paars gedaan. Niet de Nederlandse bevolking. Als mensen particuliere veiligheid kunnen kopen – door individualisering, marktwerking en al die andere Paarse begrippen – dan hebben zij geen belang bij publieke veiligheid gestoeld op solidariteitsbeginsel. Zij regelen het zelf en dan moeten anderen het ook maar zelf regelen. Tegelijkertijd groeit de groep mensen die geen belastingenverhogingen willen betalen en uitwijken naar België. Nou, oprotten dan maar. Weg ermee. Want als je tramconducteurs, verpleegkundigen en stadswachten niet voldoende betaalt – en ja, dat kost extra belastinggeld en ja, de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten – dan leggen ze ook niet hun hart in hun werk. De publieke sector functioneert nu nauwelijks, dus committeren mensen zich er niet aan. Solidariteit kun je niet organiseren, maar je moet als overheid de juiste voorwaarden scheppen.”
Dat klinkt haast als een links reveil. Hoe gaat het verder met de SP?
“Wij willen tien zetels halen. Als een linkse meerderheid nodig is, zullen wij uiteraard serieus overwegen deel te nemen aan een coalitie. Als was het maar omdat je het niet op je geweten wil hebben dat de VVD weer in de regering komt. Maar verontrustend is dat GroenLinks de VVD niet eens uitsluit. Ze halen zo nu en dan VVD rechts in: marktdenken in de zorg, de Navo is ineens bonton, noem maar op. Ze ruiken het pluche, ze verschuiven naar het centrum. In sommige debatten denk ik: ‘He, wat hoor ik Paul Rosenmöller (fractievoorzitter GroenLinks, EN) nu zeggen? Als GroenLinks groeit, is een sterke SP onmisbaar.”
© Evert Nieuwenhuis / www.evertnieuwenhuis.nl















