zondag 1 februari 2004 / Milieudefensie Magazine /

Reportages & interviews

Activisten aller landen

Het World Social Forum is de hoogmis van het 'andersglobalisme'. Wie komen er? En waar strijden ze voor? “Het Forum moet oppassen dat het geen feestje voor jetset-activisten wordt.”

“Gentecht is slecht voor milieu en boeren”
Tina Goethe – Swissaid
“Wat mijn eerste indruk is? Dat het zo indrukwekkend is!” lacht Tina Goethe (36, Duitsland). Een stoet Indiase boeren trekt juichend achter spandoeken en trommels aan, en aan de andere kant van de straat zet een Tibetaanse protestgroep een strijdlied in. Terwijl de twee stoeten vechtend om de aandacht, probeert Tina uit te leggen wat haar het meest aanspreekt aan het World Social Forum: “De energie en kracht die van het WSF uitgaat, is ongelooflijk. Al die mensen die van overal hier na toe zijn gekomen om te laten zien dat ze het niet eens zijn met de huidige wereldorde: fantastisch. Geen enkele conferentie is als deze, hier gaat het om de mensen.”
Tina werkt voor de Zwitserse onafhankelijke hulporganisatie Swissaid en is daar specialist genetisch gemodificeerde organismen (gmo’s), de Wereldhandelsorganisatie (WTO), biodiversiteit en voedselzekerheid. Een hele mondvol. “Inderdaad, maar je kunt die onderwerpen niet van elkaar scheiden. Het is de Wereldhandelsorganisatie die de legale mogelijkheden schept om gmo’s te patenteren, waardoor multinationals ermee aan de slag gaan. Door de gmo’s neemt de biodiversiteit af, want gmo-gewassen zijn vooral bedoeld voor grootschalige, eenzijdige verbouwing van landbouwgewassen. Daarnaast brengen gmo’s de voedselzekerheid van boeren in gevaar omdat ze met gmo’s afhankelijk zijn van de multinationals.” En dan hebben we het nog niets gehad over de toename van pesticiden en het gevaar van kruisbestuiving met wilde gewassen, zegt Tina.
Het WSF is nog maar een dag oud en nu al succesvol voor Tina. “Ik ben bijvoorbeeld in contact gekomen met een ngo die we kunnen opnemen in Zuid-Aziatisch netwerk. Volgend jaar voeren we campagne tegen de Zwitserse multinational Syngenta, die patenten heeft op genetisch gemodificeerde rijst. We willen onder andere leden van die Zuid-Aziatische ngo’s voor lezingen en acties naar Zwitserland halen. Op die manier leggen we de gevolgen van gmo’s – dus hoe ze de levens beïnvloeden van die stoet boeren die nu zingend voorbijtrekt – op de deurmat van Syngenta.”

“Democratie en milieu gaan hand in hand”
Ville Holmberg – Friends of the Earth Finland
Eigenlijk heeft Ville Holmberg (27, Finland) geen tijd. Hij zit midden in een workshop over Democratie en Ecologie die hij zelf heeft helpen organiseren. “Nou goed, even dan”, fluistert Ville, en we verlaten de uit houten palen en juten doek opgetrokken tentjes waar de seminars worden gehouden.
Wat hebben democratie en ecologie met elkaar te maken? “Alles”, zegt Ville. “Milieu, democratie en economische ontwikkeling kun je niet van elkaar scheiden. Grote eco-rampen als ontbossing en erosie ontstaan bijna altijd door armoede. Niemand wil in een afgetakeld milieu leven, maar door armoede hebben mensen vaak geen keuze dan bijvoorbeeld bossen voor brandhout kappen.” Akkoord, milieubeheer en armoedebestrijding gaan samen. Maar democratie? Ville: “Mensen moeten zeggenschap over hun omgeving hebben. Nu nemen regeringen onder druk van multinationals en de Wereldbank beslissingen die tegen de wil van het volk ingaan.” Als voorbeeld noemt Ville de bouw van een mijn in het Indiase Orissa, waar hij na het World Social Forum heen reist. “Een westerse multinational gaat daar op grote schaal aluminium winnen. Om aan energie te komen, bouwen ze een grote waterdam. Twintigduizend mensen moeten daarvoor verhuizen. Twintigduizend! Daarnaast ontstaat er enorme ecologische schade. Dat was natuurlijk nooit gebeurd als die mensen wat te zeggen hadden gehad over hun leefomgeving.”
Ville vindt het WSF “zeer motiverend en inspirerend”, maar heeft ook een kantekening. “Ook hier praten we heel vaak weer over de hoofden van mensen heen. Goed, er zijn hier ook boeren en andere gewone mensen, maar zij doen niet of nauwelijks mee aan de workshops. Het WSF moet oppassen dat het geen feestje voor jetset-activisme wordt. Een ticket naar India is heel duur; ik combineer mijn bezoek met twee maanden vakantie in India. Maar als mijn vrienden het al niet kunnen betalen, hoe kunnen activisten in Afrika of Latijns-Amerika het dan betalen?”

“Ik word met de dood bedreigd”
Jaya Prakash Dabral – Himalyan Chipka Foundation
Een enkele Westerse krant bracht het nieuws over de moord op Satyendra Dubey, een hoge ambtenaar bij de National Highway Authority. Hij luidde de noodklok over een grootschalig corruptieschandaal en werd vervolgens door de betrokken bouwmaffia om zeep geholpen. Jaya Prakash Dabral (46, India), milieuactivist, vreest hetzelfde lot: “Ik ben bang voor de houtkapmaffia. Ik heb al verschillende doosbedreigingen ontvangen.”
Dabral ontdekte dat in zijn regio op grote schaal illegaal bomen worden gekapt onder het mom van ontwikkelingsprojecten. De overheid beslist dat bomen gekapt moeten worden, bijvoorbeeld om elektriciteitsdraden aan te leggen. Maar de ambtenaren laten veel meer bomen kappen dan nodig is en die verkopen ze vervolgens aan bedrijven: de houtkapmaffia. Dabral: “Bij de aanleg van het elektriciteitsnet tussen de Tehri Dam en de plaats Meerut, zijn 90.000 bomen te veel gekapt. Ik heb de bewijzen in mijn kantoor liggen, en voor de zekerheid gekopieerd en aan vijf andere medeactivisten gegeven. En dit is slechts een van de zaken waar we bewijzen van hebben.”
Wat is de oplossing voor de houtfraude? Dabral: “Er is niet een enkele oplossing. Corruptie is een te wijdverspreid probleem in India. Het is voor ons heel moeilijk om deze zaken aanhangig te maken omdat bijna geen enkele ambtenaar wil getuigen. Hij verraadt zijn werkgever en krijgt vervolgens met de houtkapmaffia te maken.” Het WSF is voor Dabral zeer motiverend, zegt hij. “Ik ontmoet hier mensen die net als ik tegen corrupte overheden strijden voor het behoud van onze natuur. We wisselen tips en ervaringen uit. En het geeft een heel bemoedigend gevoel dat ik niet de enige ben die een dergelijke strijd voert.” Maar nu verexcuseert Dabral zich. Hij wil nog even praten met een collega-activist uit Latijns-Amerika.

“Fair trade is niet goed genoeg”
Alessandra L’Abate – Gandhigram Trust
Al tien jaar reisde Alessandra L’Abate (40, Italië) door India toen ze in een klein dorpje in de zuidelijke deelstaat Tamil Nadu op een spinners- en weverscollectief stuitte die verbluffend mooie stoffen maakte. En het was allemaal gemaakt van honderd procent ecologische verftechnieken. “Sinds mijn jeugd ben ik bezig met stoffen en weven, maar zoveel kleurschakeringen die allemaal op natuurlijke wijze gemaakt waren, dat had ik nog nooit gezien.” Ze besloot zich aan te sluiten bij het collectief, en woont er nu bijna 5 jaar.
Alessandra en haar 200 spinners en wevers (verspreid over 9 dorpjes), gebruiken geen grammetje chemicaliën. “Chemicaliën die in de textielindustrie gebruikt worden veroorzaken enorme milieuschade. Mensen krijgen huidziektes en kanker en drinkwater raakt vervuild. Op veel plaatsen worden kippen geboren met vreemd gekleurde veren, omdat het grondwater ernstig vervuild is.”
Als je écht wat aan het milieu wilt doen, zegt Alessandra, moet je radicaal anders produceren. “Fabrieken zijn altijd uit op zoveel mogelijk winst en zullen dus goedkope chemicaliën gebruiken. De directeuren ondervinden ook geen last van de milieuvervuiling, want die wonen niet naast de fabriek.” Gandhi leerde hoe je je verzet tegen “uitbuiting door imperialisten”, zoals Alessandra het noemt. “Gandhi zei: verbrand je kleding die in Britse fabrieken is gemaakt. We moeten zelf in onze lokale gemeenschappen produceren.” Nu, in tijden van globalisering (“neo-imperalisme”, in de woorden van Alessandra), geldt precies hetzelfde. Daarom richt Alessandra zich op lokale spinners en wevers die kleinschalig en hoofdzakelijk voor de lokale markt produceren. Zelfs Fair Trade is haar niet goed genoeg. Alessandra: “Als een Westerse Fair Trade-organisatie een grote partij koopt, worden de spinners en wevers daarvan afhankelijk. Want als ze volgend seizoen besluiten een andere stof te gebruiken, zijn de spinners en wevers weer werkloos. Daarom adviseer ik ze niet meer dan de helft voor export te maken, en de andere helft voor de lokale gemeenschap.”
En nu zit ze in een enorme fabriekshal die is omgebouwd tot expositieruimte waar honderden stalletjeshouders hun ideeën en waren uitventen. De verkoop van Alessandra wil nog niet echt vlotten. “Dat geeft niet, we zijn niet uit op meer groei. We willen op het WSF vooral laten zien dat een andere, écht milieuvriendelijke manier van produceren mogelijk is.”