vrijdag 1 september 2000 / Internationale Samenwerking / Geschreven met Jeroen Thijs

Reportages & interviews

"Democratie past ons niet"

Elke Ugandees is bij geboorte lid van dezelfde ‘politieke beweging’: de Uganda Peoples Movement van president Yoweri Museveni. Andere politieke partijen mogen zich niet met de politiek bemoeien. Deze zomer werd in een referendum over het voortbestaan van de ‘geen-partijendemocratie’ gestemd. Hoe democratisch is de lieveling van Westerse donoren?

KAMPALA – ‘Zie je die straathoek? Daar lagen de lijken. En daar ook. Overal in de stad werd gevochten – gruwelijk. Zo was het veertien jaar geleden en dat willen we nooit meer meemaken. Daarom moet de geen-partijendemocratie blijven bestaan.’ Professor Gilbert Bukenya spreekt met stemverheffingen en weidse gebaren. Hij was er vanaf het begin bij, zo’n twintig jaar geleden, toen de huidige president Yoweri Museveni zijn guerrillaoorlog begon tegen dictator Milton Obote. Het werd een bloedige strijd met honderdduizenden doden. Museveni riep na zijn overwinning in 1986 de zogeheten Movement in het leven en sindsdien is Bukenya zijn rechterhand, prominent partij-ideoloog en momenteel fractievoorzitter in het parlement.

Deze zomer sprak de Oegandese bevolking zich uit over het voortbestaan van een unieke vorm van democratie: de geen-partijendemocratie. Elke Oegandees is bij geboorte lid van de Uganda Peoples Movement, die zichzelf geen politieke partij noemt maar een politieke beweging. Weliswaar zijn politieke partijen niet verboden, maar ze mogen zich niet als zodanig manifesteren. Het trapsgewijze systeem kent bestuurslagen vanaf de kleinste dorpen tot aan de districten en de hoofdstedelijke regering. Iedereen kan op persoonlijke titel in het parlement gekozen worden. ‘De Movement is opgebouwd vanaf de grassroots’, kloppen voorstanders zich op de borst. Maar de geen-partijendemocratie is omstreden, ook al stemde 91% van de 51% opgedraafde stemgerechtigden op 29 juni voor het voortbestaan. De oppositie boycotte het referendum zelfs.

In het kantoor van Gilbert Bukenya, gelegen tegenover het parlementsgebouw, is het een komen en gaan van Movement-leden die hem even snel willen spreken. Maar wie de kritiek van de oppositie aan hem voorlegt, heeft zijn volledige aandacht. Bukenya: ‘De oppositie boycot omdat ze weten dat ze referenda over het geen-partijenstelsel verliezen. Net zoals de Oost-Berlijners geen communisme meer willen, willen de Oegandesen geen meerpartijenstelsel meer.’ Want het meerpartijenstelsel heeft volgens Bukenya vooral geleid tot etnische en religieuze polarisatie – de oorzaak van alle dood en ellende die Oeganda de eerste twee decennia na de onafhankelijkheid van 1962 teisterden. Bukenya: ‘Waarom moeten wij binnen enkele decennia bereiken waar het Westen eeuwen over heeft gedaan? Politieke partijen in Oeganda kennen geen volwassen partijprogramma’s. Hun achterban is of van dezelfde religie of van dezelfde bevolkingsgroep. Wanneer er politieke onenigheden zijn vertalen die zich onmiddellijk in etnische of religieuze twisten, en zoals het Oegandese verleden ruimschoots heeft bewezen, oorlog. Sterker nog: bijna overal in Afrika is etnische verdeeldheid de oorzaak van grote problemen.’

Museveni noemt zijn geen-partijendemocratie dan ook ‘een Afrikaanse oplossing voor een Afrikaans probleem’. Zoals in bijna alle Afrikaanse landen zijn de Oegandese landsgrenzen door de kolonisten – in Oeganda waren dat de Britten – vrijwel willekeurig getrokken. Oeganda is alles behalve een eenheid. Er wonen zo’n veertig verschillende etnische groepen waarvan de meeste met een eigen taal. Gemengde huwelijken nemen toe, maar met name de verschillen tussen noord en zuid Oeganda zijn notoir: een busrit vanuit het weelderig groene en uiterst vruchtbare zuiden van Oeganda naar het droge en weerbarstige noorden duurt slechts enkele uren, maar je hebt het gevoel in een ander werelddeel te belanden. Verspreid over het land wonen anglicanen, rooms katholieken, islamieten en aanhangers van de traditionele godsdiensten – soms binnen dezelfde stam, soms niet. Bukenya: ‘De geen-partijendemocratie gaat voorbij aan die verschillen. De Movement herbergt niet alleen vele verschillende bevolkingsgroepen, maar ook communisten, kapitalisten en monarchisten. Waar we echter allemaal in geloven is ons ‘minimale programma’ dat pleit voor herstel, opbouw en een mild-liberaal geleide economie. Ons programma is gebaseerd op activiteiten, en niet op ideologie of etniciteit.’

Oeganda – en Afrika – is volgens Bukenya nog niet rijp voor een meerpartijenstelsel. Bukenya: ‘Wij hebben geen middenklasse maar vooral heel veel arme mensen. Wie tot de middenklasse behoort heeft iets te beschermen: een eigen winkel, een auto of de studie van de kinderen. Arme mensen hebben geen economische belangen te beschermen en kiezen daardoor snel voor etnische binding. Als je tegen een straathandelaar, die elke dag net niet rondkomt van wat hij verkoopt, zegt: “Pak dit geweer en we gaan vechten tegen die rotzakken van stam X zodat we een beter bestaan krijgen”, dan zal hij daar niet lang over nadenken. Wat heeft hij te verliezen? Pas als Oeganda een middenklasse heeft is het klaar voor een meerpartijenstelsel zoals het Westen dat kent.’

Daar wil oppositieleider Paul Ssemogerere niet op wachten. Ssemogerere was eind jaren tachtig onder president Museveni minister van Binnenlandse Zaken en later van Buitenlandse Zaken. ‘Ik heb geen spijt van mijn steun aan Museveni want zijn Movement heeft vrede en stabiliteit gebracht’, zegt Ssemogerere, ‘maar van vrijheidsstrijder is hij geworden tot een ordinaire, machtsbeluste dictator. Al veertien jaar leven we in vrede – en we kunnen zo langzamerhand de Movement achter ons laten.’ Afgelopen presidentsverkiezingen nam hij dan ook de handschoen op tegen Museveni – zonder succes.

Het contrast tussen het hoofdkantoor van de Movement en dat van Ssemogerere’s Democratic Party is groot. Het dak lekt, de enig aanwezig computer doet het niet en elke kamer is te klein voor het aantal mensen dat er geacht wordt te werken. Het typeert de ongelijke strijd tussen de Movement en de oppositie. Ssemogerere: ‘Wij zijn tegen het referendum en tegen de geenpartijendemocratie. Maar onze tegenstander, de Movement, is dezelfde die zegt dat we niet mogen vergaderen, niet mogen stemmen over onze leiders en die de politie de opdracht geeft onze demonstraties met geweld uiteen te slaan omdat ze verboden zijn. Wat voor een democratie is dat? Wij zijn met onze handen gebonden en moeten vechten tegen een tegenstander die alle middelen tot zijn beschikking heeft.’

Ook de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW), dat vorig jaar een rapport over Oeganda uitbracht onder de veelzeggende titel ‘Hostile to Democracy’, vindt de referendumstrijd oneerlijk omdat de Movement wel beweert dat het geen politieke partij is, maar in de praktijk wel als zodanig opereert. Maar nog veel belangrijker vindt Ssemogerere – net als de overige oppositiepartijen en het HRW-rapport – de principiële bezwaren tegen het referendum. Ssemogerere: ‘Het recht op vereniging is opgenomen in allerlei handvesten en conventies van de Verenigde Naties. En mensenrechten zijn niet een kwestie van voorkeuren van het volk of een president – daar stem je dus niet over.’ Ssemogerere windt zich nu echt op: ‘Hoe kun je nu pretenderen democratisch te zijn als je mensen verplicht lid te zijn van jouw club en andersdenkenden het onmogelijk maakt zich daar effectief tegen te verzetten? Het hele geen-partijenstelsel is erop gericht dat hij als een vader des vaderlands het land bij elkaar kan houden. Als hij aan de macht wil blijven, prima, maar laten we daar dan over stemmen, en niet over mijn mensenrechten!’ Een boycot van het referendum is volgens Ssemogerere het enige beschaafde antwoord.

‘Daar heeft de oppositie gelijk in’, stelt Winnie Byanyima rustig, ‘maar kijk naar wat we de afgelopen veertien jaar opgebouwd hebben. We hebben onze mensenrechten moeten bevechten met bloed en tranen, en we moeten de huidige situatie niet verpesten door haastig vooruit te willen. Het recht op vereniging is geen recht tegen elke prijs.’ Winnie Byanyima is parlementariër, vooraanstaand lid van de Movement en belast met het bestrijden van de groeiende corruptie in Oeganda. Omdat ze Museveni niet altijd kritiekloos volgt, is ze niet bij iedereen even geliefd.

Net als de oppositie ziet Byanyima Oeganda het liefst veranderen in een meerpartijenstaat. Maar nu nog niet, het is nog te vroeg. Publieke instituten als het leger en de rechterlijke macht zijn nog onvoldoende ingebed in democratische beginselen. Byanyima: ‘De meeste Oegandese bevolkingsgroepen kennen een autocratische cultuur: het stamhoofd of de koning beslist en de onderdanen volgen lijdzaam. Democratie zit op dit moment nog niet voldoende in de hoofden van de Oegandesen. Ik denk – en hoop – dat we binnen vijf jaar zover zijn om langzaamaan meerdere partijen toe te staan. En als het zover is ga ik misschien wel terug naar mijn oude partij, de Democratic Party. Want de geenpartijendemocratie is een tijdelijke oplossing, een manier om tot harmonie en eenheid te komen. Het is welbeschouwd helemaal geen ‘Afrikaanse oplossing voor Afrikaanse problemen’ – ook Kosovo zou er wel bij varen.