zaterdag 27 maart 2004 / Vrij Nederland / Foto: Wikipedia

Reportages & interviews

God straft wie activist in Holland wil zijn

Het ‘andersglobalisme’ heeft grote aantrekkingskracht in heel de wereld. Zo niet in Nederland. ‘De Nederlandse andersglobalisten weten hun grieven niet naar een groot publiek te vertalen.’

Langzaam stromen de catacomben van de Kargadoor in hartje Utrecht vol. Het is een prachtige zaterdagmiddag in februari. Een wolkenloze hemel, ijzig koude lucht, felle winterzon. Op de terrasjes gaan de sjaals af en de winterjassen open. Maar het mooie winterweer zal geheel voorbij gaan aan de dertig jongens en meisjes, mannen en vrouwen die zich verzamelen onder de middeleeuwse gewelven in de kelders van het idealistische congrescentrumpje de Kargadoor. Voor hen zijn er belangrijkere zaken: de heroprichting van Attac-Nederland, de Nederlandse tak van het internationale netwerk van andersglobalisten.

Attac is wat marketeers ‘een sterk merk’ noemen. De van oorsprong Franse organisatie strijdt voor een andere internationale financiële ordening die volgens de manifesten de ruggengraat vormt van de ‘neoliberale globalisering’: het one size fits all-model waar de onzichtbare hand van de vrije markt regeert en “winsten belangrijker zijn dan mensen”. Attac is een omvangrijk internationaal netwerk en stond aan de wieg van de mondiale andersglobalistische beweging. Zo is Attac-France een van de initiatiefnemers van het Wereld Sociaal Forum, de jaarlijkse, mondiale toogdag van de andersglobalisten die dit jaar in Bombay een kleine 100.000 andersglobalisten uit heel de wereld trok. In Duitsland, Frankrijk, België en Scandinavië gaat van Attac een grote aantrekkingskracht uit en bevindt het zich in de voorhoede van de andersglobalistische bewegingen.

Winterslaap
Zo niet in Nederland. Attac-Nederland verkeert ruim een jaar in een diepe winterslaap. Als het al ooit echt ontwaakt is, want sinds de oprichting van Attac-Nederland, vier en half jaar geleden, heeft de organisatie weinig stof doen opwaaien. Dat gaat veranderen, hopen Christian Ernsten, Ralph Hoetmer en enkele andere studenten. Zij vormen de jongste lichting en willen Attac nieuw leven inblazen. Van Maastricht tot Groningen, van Nijmegen tot Rotterdam: uit alle streken zijn gezanten van de lokale Attac-afdelingen gekomen om over het nieuwe Attac te praten. Een gemêleerd gezelschap: studenten, veertigers en dames die de pensioengerechtigde leeftijd ruim gepasseerd zijn. Hippe gympies, sandalen en lederen wandelschoenen. De een bouwt de nieuwe interactieve Attac-website, een ander vraagt de nieuwe stuurgroep (het woord ‘bestuur’ wordt als oud en hiërarchisch gezien) ook postzegels te blijven plakken “omdat niet alle Attac-ers raad weten met e-mail”.

De nieuwe mission statement, geschreven door de studenten, wordt besproken en met enkele wijzigingen aangenomen. Er ontstaat discussie over de vraag waarom Attac in Nederland niet aansloeg.

“We moeten ons niet langer richten op het internationale financiële stelsel alleen,” zegt een man, “dat is veel te abstract voor mensen. We kunnen ons beter richten op iets wat dichtbij de mensen staat, zoals de Europese Unie.”

“Welnee, we moeten ons richten op de beleggende HP/De Tijd-lezer. We moeten laten zien hoe zijn geld aan de andere kant van de wereld complete samenlevingen ontwricht. Veel mensen zijn het met ons eens, maar dat weten ze dat vaak niet. We weten onze argumenten nog niet goed over te dragen.”

“Allemaal leuk en aardig, maar vergeet niet dat we zelfs op ons hoogtepunt minder leden hadden dan de Franse stad Nantes. Nederlanders zijn gewoon niet geïnteresseerd, en dat verander je niet door je boodschap anders te verpakken.”

“Maar nu beginnen we opnieuw”, zegt een van de Groningse studenten, “we moeten op een enthousiaste manier bescheiden zijn”.

Na de vergadering loopt het groepje naar een bioscoop aan de overkant van de gracht voor een special vertoning van de film The Fourth World War waarin het almaar uitdijende mondiale verzet tegen de neoliberale machthebbers wordt bejubeld.

Wortel schieten
Zullen de andersglobalisten eindelijk wortel schieten in Nederland? In 1999, het jaar van de rellen tijdens de WTO-top in Seattle waarbij de andersglobalisten hun debuut op het wereldtoneel maakten, veerde links Nederland op. Eindelijk weer idealistische jongeren die hardop durven te dromen en harde actie niet schuwen. Na Seattle deed de golf van protest Europa aan in Praag (2000) en Genua (2001), en het leek een kwestie van tijd of de paar bussen die naar de internationale demonstraties afreisden zouden in Nederland uitgroeien tot een legioen jonge, strijdbare idealisten. In een keer werden de brave Niet Nix-ers rechts ingehaald en kon de patatgeneratie in de prullenbak gegooid worden.

Maar het bleef stil in Nederland. Ooit een demonstratie van Nederlandse andersglobalisten gezien? In Brussel, London en Berlijn heeft “the most vigorous expression of leftist sentiment since the 1960s” (The Economist) wel vruchtbare bodem gevonden. De Belgische premier Guy Verhofstadt stuurde zelfs een Open brief aan de anti-globalisten (eerder noemde hij ze "politieke hooligans") en nodigde Naomi Klein (schrijfster van globo-bijbel No Logo) en Suzan George (voorzitster van het Franse Attac) uit voor een speciale conferentie, met als doel al te wilde rellen tijdens zijn EU-voorzitterschap te voorkomen.

Anti- of andersglobalisten vormen een diffuse groep. Naomi Klein heeft het terecht over een “beweging van bewegingen”, waarbij zelfs de grenzen tussen andersglobalisten onderling niet scherp te trekken zijn. Er zijn geen gestaalde kaders of uitverkoren vlaggendragers waar de wereldverbeteraars zich eensgezind achter scharen. In Nederland loopt het spectrum van het keurige Natuurmonumenten tot het radicale Eurodusnie – en alles wat daar tussen zit. Allemaal andersglobalist, allemaal op hun eigen manier. Desalniettemin: andersglobalisten die aan de hekken van de neoliberale wereldorde rammelen, zijn in Nederland nauwelijks zichtbaar.

Festival Globalisering
Terwijl het Nederlandse publiek wel degelijk is geïnteresseerd in globalisering. De Volkskrant, Lemniscaat en Felix Meritis organiseren een lezingencyclus over globalisering die steevast uitverkochte zalen trekt. Uitgeverij Lemniscaat geeft een reeks uit die geheel gewijd is aan globalisering en wisselt magere verkoopcijfers af met ware bestsellers. Maandblad onzeWereld, dat vroeger vooral over de derde wereld en ontwikkelingssamenwerking schreef, noemt zich nu “hèt Nederlandse maandblad over globalisering”, ligt sinds jaren weer in de losse verkoop en ziet de oplage stijgen. Momenteel organiseren een kleine honderd vrijwilligers voor een breed publiek het Festival Globalisering dat eind juni in Amsterdam zal plaatsvinden. Het bestuur, bestaande uit vijf dertigers die geen of nauwelijks banden hebben met andersglobalistische organisaties, verwacht tussen de drie- en vijfduizend bezoekers.

Misschien ligt het gewoon aan de andersglobalisten zelf. Of het klimaat in Nederland. Onlangs organiseerde de PvdA in De Melkweg een debat over globalisering, met onder andere Ad Melkert als pannellid. Wegens de grote belangstelling moest de organisatie uitwijken naar een grotere zaal. Er was voor andersglobalisten reden genoeg om te demonstreren. Want de PvdA, is dat niet die linkse partij die in de jaren ’90 de neoliberale globalisering als regeringsbeleid de wereld over stuurde? En Ad Melkert, is dat niet de hoogste Nederlander bij de Wereldbank, de instelling die als “agent van het nieuwe wereldkapitalisme” favoriet mikpunt is van wereldwijd andersglobalistisch protest? Maar in geen velden of wegen waren demonstrerende andersglobalisten te vinden. Er waren wel andere demonstranten: Fortuynisten die van Melkert excuses eisten voor de “negatieve uitlatingen over Pim”.

Waar blijven die Nederlandse andersglobalisten toch?

Schril
“Het andersglobalisme in Nederland steekt inderdaad schril af bij de rest van Europa”, zegt Gie Goris, hoofdredacteur van het Vlaamse maandblad MO* dat geheel gewijd gewijd aan globalisering en andersglobalisme. MO* heeft een droomoplage van 127.500, onder andere omdat het gratis meegezonden wordt met weekblad Knack – maar nog steeds is dat een indrukwekkend getal, zeker vergeleken met de 20.000 van onzeWereld. Goris: “De grote golf van het andersglobalisme die Europa tussen 2000 en 2002 overspoelde, lijkt inderdaad geheel aan Nederland voorbij gegaan te zijn.”

Hoe komt dat? Een van de belangrijkste redenen, zegt Goris, is de rol van vakbonden en grote niet-gouvermentele organisaties (ngo’s) als Novib of Hivos. “Vakbonden en ngo’s hebben een essentiële rol gespeeld bij het ontstaan en het organiseren van andersglobalistische bewegingen in Europese landen. Zij debatteren over en protesteren tegen precies die zaken die andersglobalisten ook raken, zoals privatiseringen, de rol van het internationale bedrijfsleven of de Europese exportsubsidies voor landbouwproducten die boeren in arme landen arm houden en onze agro-bedrijven kunstmatig rijk. In andere landen staan ngo’s en vakbonden middenin de andersglobalistische beweging.” Zo zond 11.11.11, een bundeling van Vlaamse ngo’s, onlangs een tv-spotje uit waarin gewag werd gemaakt van de waterprivatisering in het Boliviaanse plaatsje Cochabamba. Het Amerikaanse Bechtel kreeg de watervoorziening in handen, verdubbelde de waterprijzen en kreeg het voor elkaar dat het opvangen van regenwater alleen met een vergunning is toegestaan – die bij de dochtermaatschappij van Bechtel te koop was. Allemaal mogelijk dankzij het beleid van privatiseringen en liberaliseringen, zoals uitgedragen door de Wereldhandelsorganisatie WTO. De boodschap was: dit beleid wordt in uw naam gevoerd, door uw regering.

Goris, een veteraan in de derdewereldbeweging: “In Nederland hoef je zulke stellingname niet te verwachten. Jullie ontwikkelingsorganisaties zijn veel meer ingekapseld door de overheid.” Dat komt door hun financiering. Zo kreeg Novib in 2003 102 miljoen euro, ongeveer 70% van het totale budget. Het is een kip en het ei-kwestie: zijn de Nederlandse ngo’s zo mild omdat ze geld van de overheid krijgen of krijgen ze geld van de Nederlandse overheid omdat ze zo mild zijn? “Die vraag is dus niet te beantwoorden”, zegt Goris. “Maar belangrijker is dat ze nauwelijks actie hoeven te voeren om aan geld te komen. Publiekscampagnes zijn niet nodig, het ministerie maakt toch geld over.”

Zapatista's
Kees Hudig, ook bekend onder zijn oude krakersnaam Kees Stad, herkent het beeld dat Goris schetst. Hudig is voorman van het andersglobalistische ‘solidariteitsfonds XminY’. Hudig ként de internationale andersglobalistische bewegingen van binnenuit. Onlangs organiseerde XminY een feest vanwege met het tienjarig bestaan van de Zapatista’s, de rebellenbeweging uit zuid-Mexico die gewapend verzet pleegt tegen het Amerikaanse vrijhandelsakkoord NAFTA. De Zapatista’s zijn een van de grote inspiratiebronnen van westerse andersglobalistische bewegingen. Op het XminY-feest krioelde het van de Mexicanen. Zapatista’s? “Wat anders”, glimlachten ze.

Hudig: “In het buitenland nemen vakbonden en ngo’s veel duidelijker positie in. Ze demonstreren mee tegen de uitverkoop van verzorgingstaten aan het internatonale bedrijfsleven. In Nederland is alles vastgepolderd. Je kunt van de FNV natuurlijk niet verwachten dat ze zich radicaal tegen de overheid keren als ze net een SER-akkoord met overheid en werkgevers hebben getekend.”

Herfst 2000. Via internet was de eerste grote Europese demonstratie tegen de Wereldbank en het IMF gepland. Hudig benaderde zo’n twintig grote Nederlandse maatschappelijke organisaties om mee te gaan naar Praag, waar de Wereldbank- en IMF-top zou plaatsvinden. Maar zijn “ik val aan, volg mij” werd met oorverdovende stilte beantwoord. Hudig: “Enkele kleine actiegroepjes gingen wel mee, maar de grote gaven geen gehoor. We hebben onderzoek gedaan naar die ngo’s en vakbonden en ze gevraagd waarom ze thuis bleven. Ten eerste geloofden ze dat Nederland nog altijd heel progressief was en het beste met de wereld voor had. Onzin, want ook Nederland steunt instituten als het IMF, de Wereldbank of de Wereldhandelsorganisatie door dik en dun. Ten tweede zeiden ze dat al heel goede toegang tot de overheid hadden. ‘Als we het ergens niet mee eens zijn, gaan we met ze praten. Waarom zouden we demonstreren als we ook kunnen overleggen?’ Maar als je wat wilt veranderen in de wereld, moet je de eieren durven te breken. Ik reken niet meer op de vakbonden of de grote ngo’s. Ze zijn veel te bang om leden of overheidssubsidie te verliezen.”

Pavlov
Novib-directeur Sylvia Borren ergert zich zichtbaar aan de kritiek: “Het is zo’n flauwe Pavlov-reactie: wie overheidsgeld krijgt, kan niet kritisch zijn. Novib spreekt zich wel degelijk krachtig uit tegen overheidsbeleid dat kansen en rechten van mensen aan de onderkant raakt. Het is niet waar wat ze zeggen. Gewoon niet waar!”

Bombay, India, half januari dit jaar. Het Wereld Sociaal Forum (WSF), de mondiale toogdag van de andersglobalisten, is in volle gang. Het is bloedheet, stoffig en vooral: lawaaiig. Zes dagen lang debatteren en protesteren zo’n 100.000 andersglobalisten op een verlaten fabrieksterrein langs een snelweg die dwars door Bombay raast. In enorme hallen en kleine tenten vinden de lezingen en workshops plaats. Het overgrote deel van de deelnemers komt uit India en onophoudelijk demonstreren ze al dansend, zingend, en trommelend door de lanen van het fabrieksterrein. Er zijn ook een paar duizend westerse andersglobalisten. Onder hen zo goed als geen Nederlanders. Niet dat er geen Nederlanders zijn (ongeveer 75), maar zij zijn in overgrote meerderheid professionele wereldverbeteraars: de medewerkers van grote ngo’s. Novib, Icco en Hivos betalen dan ook bijna de helft van het ruim 2,5 miljoen euro kostende festijn.

Gefascineerd kijkt Borren om zich heen. “Fantastisch. De kracht die hier vanuit gaat, is enorm. Hier gaat het om, het verzet tegen uitbuiting en uitsluiting, van onderop.” Later, tijdens een diner in haar hotel, vertelt Borren over de rol die Novib en zijzelf speelt in het tot stand komen van een Nederlands Sociaal Forum (NSF), de lokale variant op het Wereld Sociaal Forum. Vele landen hebben al een eigen sociaal forum achter de rug, Nederland nog niet. Borren: “Samen met organisaties als FNV en Milieudefensie hebben wij De Nieuwe Dialoog opgericht, een platform waar maatschappelijke organisaties alternatieven willen aandragen voor het rechtse, harde beleid van dit kabinet.” Met een ander platform, Keer het Tij, dat opgericht is als bundeling van protest tegen het eerste kabinet Balkenende, heeft De Nieuwe Dialoog onlangs de oprichtingsvergadering van het Nederlands Sociaal Forum belegd. Begin april is een openbare vergadering waar iedereen mag komen die zich om welke reden dan ook geweldloos verzet tegen neoliberale globalisering. Komend najaar, tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU, moet het NSF plaatsvinden.

Verzet
Novib als aanjager van het Nederlandse andersglobalisme? Borren, beslist: “Wij zíjn andersglobalisten! De andersglobalistische beweging bestaat uit talloze clubjes, organisaties en bewegingen. De relschoppers van de WTO-bijeenkomsten die de meeste Nederlanders op hun netvlies hebben, zijn maar een onderdeel van de andersglobalistische beweging. Wij verzetten ons op een onze manier, en met het NSF willen we een beweging creëren die vanuit Nederland alternatieven voor de neoliberale globalisering aandraagt. Om precies dezelfde reden als we het WSF hier in Bombay steunen. Maar wij blijven geloven in dialoog en overleg, daar bereik je meer mee dan blind protest.”

De vakbonden zouden het ook laten afweten. Lodewijk de Waal, voorzitter van het FNV, Nederlands grootste vakbond, moet er een beetje om lachen. “De andersglobalisten, zoals platform Keer het Tij, hebben een – hoe zal ik het zeggen – beperkte aantrekkingskracht op ons. Wat moet ik tussen al die splintergroepjes die naast zichzelf nog vijf andere zielen vertegenwoordigen? Wij vertegenwoordigen 1,25 miljoen vakbondsleden. Ik heb die andersglobalisten niet nodig.”

Niet dat De Waal tegen ad-hoc coalities is. “Natuurlijk geloof ik in samenwerking, daarom hebben we ook De Nieuwe Dialoog helpen oprichten. Maar deze schoenmaker blijft bij zijn leest. Bij een demonstratie tegen de bezetting in Irak – een heet thema bij die andersglobalisten – heb ik niet zo veel te zoeken. Bij Keer het Tij worden ze altijd een beetje boos als ik dat zeg. Maar ik begrijp ze wel: ik zat vroeger bij de Socialistische Jeugd en wij vonden ook dat de vakbonden met ons mee moesten doen omdat we toch eindelijk allemaal voor hetzelfde streden. Maar de wereld zit toch echt anders in elkaar.”

Arbeiders aller landen
Zijn de andersglobalisten dan geen bondgenoten in de strijd tegen het oppermachtige kapitaal dat arbeiders aller landen uitbuit? “Nee, niet echt”, zegt De Waal luchtigjes, “en zeker niet als ze de markt als een wild beest zien dat afgemaakt moet worden. Wij zijn de afgelopen jaren wijzer geworden, en weten dat de markt een beest is dat je moet temmen. Ik heb bijvoorbeeld niets tegen privatisering binnen publieke randvoorwaarden. Of het UWV of Nationale Nederlanden de uitkeringen regelen, maakt mij niets uit. Als er maar heldere afspraken zijn die door de overheid worden gewaarborgd.” Met zulke standpunten maak je niet echt vrienden met hardliners binnen Keer het Tij. “Dat hoeft ook niet. Want inderdaad, wij voeren liever overleg dan dat we de eieren breken. Van al die buurlanden waar de andersglobalisten het met medewerking van de vakbonden wel ver hebben geschopt, hebben wij betere cao’s. Met overleg bereik je meer, in ieder geval in Nederland.” De Waal wenst de andersglobalisten alle succes in hun strijd, maar of de revolutie in Nederland begint, betwijfelt hij. “Nederland is geen verschrikkelijk links land. Nooit geweest ook. Wij hebben bijvoorbeeld geen anarchisten gehad, zoals Spanje, of machtige communisten, zoals Italië, Frankrijk en België. En vergeet niet: de grote vakbondsman Henri Polak dronk gewoon een kopje thee bij koningin Wilhelmina.”

Dat ziet René Danen, voorzitter van Keer het Tij, toch echt anders. Hij ziet wel degelijk een levendig andersglobalisme in Nederland. Danen: “Wij vertegenwoordigen met 392 organisaties zo’n 400.000 mensen. Ik denk dat we daarmee ook voor de FNV een interessante partner zijn. Daarnaast hebben wij of de organisaties die bij ons aangesloten zijn, al tientallen demonstraties en discussiebijeenkomsten georganiseerd. Het beeld dat andersglobalisme in Nederland niet leeft, klopt niet.”

Lokaal
Ook anderen bespeuren nieuw elan onder de Nederlandse andersglobalisten. Ralph Hoetmer, een van studenten die Attac nieuw leven wil inblazen: “Je moet andersglobalisme niet te nauw opvatten. De globaliseringslezingen, de Lemniscaat-reeks of onzeWereld horen ook bij de andersglobalistische beweging. Het is juist de kern van het nieuwe links dat de aanval op de bestaande sociale orde op vele verschillende niveaus plaatsvindt. Nieuw Links is geen gesloten identiteit, maar juist inclusief en open. In mijn visie kunnen andersglobalisten ook journalisten, kunstenaars, wetenschappers of ngo-medewerkers zijn.”

Christian Ernsten, ook van de jonge garde van Attac: “Als wij in Groningen een debat over bijvoorbeeld de Wereldhandelsorganisatie organiseren, komen zo’n 150 bezoekers. Een filmavond over globalisering trekt zo 50 geïnteresseerden. Op lokaal niveau leeft het andersglobalisme wel degelijk, het wordt alleen nog niet als zodanig herkend. Dat komt ook door de media, die er vooral op uit lijken te zijn Nederlandse andersglobalisten als onbeduidend af te doen.”

Waarom loop Nederland zo achter? Heeft Nederland een voedingsbodem voor breed gedragen andersglobalisme? Wat is er geworden van Nederland, het land dat haantje de voorste was in de internationale anti-apartheidsbeweging, dat niet zonder groot rumoer kon deelnamen aan een voetbaltoernooi dat in een dictatuur werd georganiseerd en dat overliep van de solidariteit met de Sandinistische kameraden in Nicaragua?

Verbeelding en macht
Jan Willem Duyvendak trekt een boek uit de kast: ‘Tussen Verbeelding en Macht. Vijfentwintig jaar nieuwe sociale bewegingen in Nederland’, dat onder zijn redactie tot stand is gekomen. Duyvendak, sinds kort hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, bladert door het boek en laat wat grafieken zien. “Kijk”, zegt hij, “in tegenstelling tot de jaren zestig, zeventig en tachtig, zijn er momenteel geen sociale bewegingen die veel mensen op de been krijgen. Terwijl Nederland niet minder betrokken is bij de rest van de wereld dan vroeger. We geven nog altijd relatief veel geld aan goede doelen.”

Er zijn meerdere elementen nodig om sociale bewegingen als het andersglobalisme te laten aanslaan, zegt Duyvendak, die ook internationaal vergelijkend onderzoek deed naar de opkomst en ondergang van sociale bewegingen. “Uiteraard spelen culturele en historische aspecten mee, zoals de typisch Nederlandse consensus-cultuur. Maar er is meer. Om breed gedragen of radicale mobilisatie te bereiken, heb je een gunstige politieke context nodig, en dat is de missing link in Nederland.” Het ging Nederland in de jaren ’90 immers voor de wind, en met een linkse partij in de regering (de PvdA in Paars), is het voor linkse mensen moeilijk om de massa’s de straat op te krijgen. Duyvendak: “Je moet zien aan te sluiten bij andere, heftige politieke en maatschappelijke conflicten. In de ons omringende landen lagen die veel meer aan de oppervlakte, waardoor het voor andersglobalisten makkelijker is om daar op in te haken.”

En natuurlijk, hoe kan het ook anders, de Hollandse veenbrand die dankzij Fortuyn aan de oppervlakte kwam. “Fortuyn en alle sentimenten waar hij voor stond spelen een belangrijke rol. Een typisch Nederlands fenomeen. ‘Het buitenland’ is voor veel mensen een spook dat buiten de deur moet worden gehouden en Nederland heeft zich de afgelopen jaren sterk naar binnen gekeerd. De onderwerpen die Nederland de afgelopen jaren bezighielden, zijn binnenlands en raken niet aan de thema’s van de andersglobalisten.”

Spijker
Dat is de spijker op z’n kop. De Nederlandse andersglobalisten weten hun grieven niet naar een groot publiek te vertalen. Neem José Bové, de Franse boerenleider die met een shovel de gevel van een McDonald’s-filiaal aan gort reed en nationaal heldendom verwierf. Elke Fransman, of hij het nu wel of niet eens is met de ideeën van Bové, weet waar hij het over heeft: een protest tegen de ver-amerikanisering van La Grande France. Een protest tegen wat de Amerikaanse schrijver Benjamin Barber onlangs omschreef als ‘the over-cooked American spaghetti which is spread out over all of Europe’. Het ‘eigen kaas eerst’-sentiment raakt de juiste snaar bij de Fransen. De Nederlandse andersglobalisten hebben geen thema gevonden dat Nederlanders weet te raken én aansluit bij mondiale problematiek. “Maar dat zou nu kunnen veranderen”, zegt Duyvendak. “Er is nu een harde, rechtse regering die het neoliberale gedachtegoed uitdraagt, wat de andersglobalisten een gezamenlijke vijand geeft die veel burgers ook als verwerpelijk ervaren. Steeds meer mensen stellen vragen bij de politiek van privatisering en liberalisering. Ze merken de gevolgen: een slecht functionerende NS, bijna Californische toestanden bij verzelfstandigde energiebedrijven, de nauwelijks succesvolle, commerciële reïntegratiepolitiek van arbeidsongeschikten. Denk ook aan het verzet van veel burgers tegen de gedwongen uitzettingen van uitgeprocedeerde asielzoekers, een thema bij uitstek waar de andersglobalisten zich mee kunnen profileren.”

Langzaam lijkt het tij te keren, zegt Duyvendak. Kees Hudig, voorman van het radicale XminY, moet het nog zien. “Het is leuk dat het Wereld Sociaal Forum zo populair is bij alle grote ngo’s en dat er een Nederlands Sociaal Forum komt. Maar ikzelf heb er niet zoveel mee. Ik ben bang dat ze toch oeverloos blijven polderen.” Hudig blijft liever aan de hekken rammelen. Geen bruggen maar barricaden. Hudig: “Protest en verzet blijft nodig. Maar voor activisten die de wereld echt willen veranderen, is Nederland een ondankbaar land.” Om met Jan Rot te spreken: God straft wie activist in Holland wil zijn. “Ja”, glimlacht Hudig, “Slauerhoff schreef het al in zijn gedicht In Nederland: Het gaat mij daar te kalm, te deftig, / Men spreekt er langzaam, wordt nooit heftig, / En danst nooit op het slappe koord.”