vrijdag 1 september 2000 / onzeWereld /

Reportages & interviews

Heksen moeten dood

Om te voorkomen dat ze ‘het kwaad’ nog een keer aanricht, zal een heks bestreden moeten worden. In Tanzania worden er jaarlijks naar schatting vijfduizend heksen vermoord. Een reportage.

Modesta N’gwalu kijkt angstig om zich heen. Het ziekenhuis van het Tanzaniaanse plaatsje Shinyanga bestaat uit wat lage gebouwtjes en her en der zitten mensen op stoepjes. Sommigen koken, anderen zitten er doodziek naar te kijken. Modesta wil dat niemand haar hoort, en ze gaat op een verlaten plek zitten.

“Wat mij gebeurt, is het ergste dat een oude vrouw kan overkomen: ik ben verbannen door mijn familie, om niets.” Druk gesticulerend vertelt ze haar verhaal, af en toe wrijvend over de wonden tussen haar korte, grijze haar. Het gebeurde enkele weken geleden. Haar jongste dochter Hollo Siyantemi viel uit een boom en verwondde zich. Maar volgens haar oudste dochter, die al getrouwd is en een gehucht verderop woont, was het een hyena die Hollo te grazen had genomen. En hyena’s, dat zijn de dieren waar heksen ‘s nachts mee over de steppe razen. Had Modesta niet allerlei verdachte voorwerpen in haar hut, zoals kruiden met dierentanden, merkwaardige halsbanden en zelfs de hand van een menselijk skelet? Dus de ziektes die de afgelopen tijd de familie teisterden, waaronder opvallend veel koortsaanvallen, kwamen door Modesta’s bezweringen. Bovenal: Modesta heeft rode ogen. Ze is een heks.

De oudste dochter wist het zeker en riep de hulp in van de sungusungu, de traditionele ordedienst van haar stam, de Sukuma. Modesta werd door de jonge mannen geschopt en geslagen om te bekennen, maar ze hield voet bij stuk: ze was onschuldig. De verdachte voorwerpen waren bedoeld ter genezing van haar eigen opkomende blindheid. Diezelfde nacht wist Modesta met Hollo te vluchten naar de lutherse kerk in Shinyanga-stad, waar ze zich bekeerde om zich veilig te stellen van de beschuldigingen en de wisse dood die daarop volgt. Ze verblijft al enige weken met haar dochter Hollo in het ziekenhuis en noemt zich sinds haar bekering Modesta, een christelijke naam die haar onschuld moet helpen bewijzen. Want christenen, die doen niet aan hekserij.
Modesta valt even stil, ze huilt. “Ik ben verstoten. Ik was een vrouw met aanzien. Ik had een gezin en zelfs eigen grond. Nu moet ik bedelen net als al die andere verstoten vrouwen bij het station.”

In Shinyanga-stad, het hoofdstadje van de aan het Victoriameer grenzende regio Shinyanga, vullen meer en meer vrouwen als Modesta het straatbeeld. Angstig, bedelend, verloederd. En bijna allemaal hebben ze rode ogen. Want in Shinyanga, waar zo’n tweeënhalf miljoen mensen wonen waarvan de overgrote meerderheid volgens de oude Sukuma-gebruiken leeft, zijn rode ogen het bewijs van hekserij.
Het is bijna ondoenlijk om in gesprek te komen met de van hekserij beschuldigde vrouwen – Modesta is een zeldzame uitzondering – want ze mijden zo veel mogelijk contact uit angst opnieuw vervolgd te worden. Heksenmoorden zijn in Shinyanga een relatief nieuw fenomeen en nemen de laatste jaren schrikbarende proporties aan: volgens gematigde schattingen wordt elke dag minstens één heks vermoord in de regio Shinyanga, en in Tanzania als geheel sterven er minstens vijfduizend per jaar.

Het uitgestrekte, schier eindeloze landschap ligt bezaaid met groene veldjes vol rijpe maïs. Dit jaar brengt Shinyanga waarschijnlijk een goede oogst. Het maakt de socioloog Joseph Mihangwa somber. “Een goede oogst betekent meer geld, en meer geld betekent meer heksenmoorden. Het is een industrie geworden en de huurmoordenaars zullen dit jaar goede zaken doen.” Mihangwa, zelf een geboren en getogen Sukuma en rooms-katholiek van geloof, bestudeert de heksenmoorden al enkele decennia. De kern van het probleem is volgens hem het animistische geloof en het ontbreken van een wetenschappelijk wereldbeeld. In Shinyanga wordt een ziekte als malaria – doodsoorzaak nummer één – niet door parasieten veroorzaakt, maar door kwade geesten of boosaardige vloeken.

Publiek geheim
Mihangwa: “De Sukuma geloven dat niemand sterft of ziek wordt zonder dat daar óf de voorouderlijke geesten óf de heksen een hand in hebben gehad. Wanneer iemand ziek is, gaat hij of zij naar een traditioneel genezer. Centraal staat de vraag: waarom ben ik ziek? Ben ik behekst? De dokter staat in contact met de geesten, en onderzoekt via allerlei ceremonies of er een vloek op de zieke rust. Als dat het geval is, probeert de genezer de vloek met kruiden te bestrijden. Maar als dat niet lukt, wijst hij de boosdoener aan. Om te voorkomen dat ze ‘het kwaad’ nog een keer aanricht, zal de heks bestreden moeten worden.”

Het zijn echter niet de traditionele genezers die de moorden uitvoeren. In de kleine gehuchtjes, waar de overgrote meerderheid van de Sukuma woont, is het een publiek geheim wie te huur is voor een heksenmoord. Meestal zijn het jonge mannen die wat willen bijverdienen. Na zonsondergang trekken de gemaskerde huurmoordenaars er in kleine groepjes op uit om de bejaarde vrouwen met machetes en hakbijlen te lijf te gaan. De zieke die meent behekst te zijn betaalt de doodseskaders, maar soms ook doet de hele gemeenschap het als de angst leeft dat de heks nog meer slachtoffers zal maken. Een moord is een goede bijverdienste: het levert tussen de 150 en 400 duizend shilling op – in een restaurant in Shinyanga kun je voor zo’n duizend shilling een maaltijd kopen.

De dood van een heks wordt als een opluchting ervaren – het kwaad is immers bezworen. “Oude vrouwen zijn echte heksen en ze zijn verantwoordelijk voor vele doden, met name kinderen. (…) Ze verdienen het om te sterven,” zegt een jongen in een rapport van de onafhankelijke, Tanzaniaanse organisatie Tamwa die anderhalf jaar geleden de situatie ter plekke onderzocht. Het vertrouwen in de traditionele genezer is sterk: “Als de oude vrouwen geen heksen zijn, waarom worden ze dan toch als heks aangewezen door de traditionele genezers?” vervolgt de jongen.

Opvallend is dat veel van de moorden zich binnen de familie afspelen. Het zijn vaak zonen en dochters die hun eigen moeder van hekserij beschuldigen. Volgens het rapport komt dat doordat de alleenstaande moeder niets meer produceert maar wel veel aandacht en eten opeist. En vrouwen nemen in veel Tanzaniaanse samenlevingen niet de meest vooraanstaande positie in, laat staan oude vrouwen. Daarnaast sterven mannen vaak als eerste, en wie heeft die dood op zijn, of liever: haar, geweten? Dat moet de weduwe zijn.

Werden de afgelopen eeuwen heksen verbannen, sinds de jaren zeventig is moord schering en inslag. Waarom worden heksen nu vermoord en vroeger niet? Mihangwa ontrafelt de kluwen van factoren: “Ten eerste veranderde zo’n dertig jaar geleden de Sukuma-samenlevingen ingrijpend. De befaamde Ujaama-politiek van de toenmalige president Nyerere verordende mensen in communes te wonen. De Sukuma leven traditiegetrouw in kleine gehuchtjes met hun familie, maar nu kwamen verschillende families dicht bij elkaar te zitten. Dat bracht grote spanningen met zich mee, en geloof in hekserij werd aangegrepen om tegenstanders uit de weg te ruimen. Daarnaast gold de macht van de dorpsoudste, die voorheen de heksen vertelde te vertrekken of de conflicten op een andere manier regelde, niet meer.”

Een tweede cruciale ontwikkeling is de opkomst van rode ogen. De ontbossing in Shinyanga is de afgelopen decennia zo hard gegaan dat er niet genoeg hout is om op te koken. Mest werd de belangrijkste energiebron. Maar veelvuldig koken op mest doet, in combinatie met slecht geventileerde kookruimtes, oogwit langzaam rood kleuren. Mihangwa: “En nu wordt rood oogwit gezien als een teken van hekserij. Probeer die mensen maar eens uit te leggen dat er ook een wetenschappelijke verklaring is. Ondoenlijk.”

Oogje toeknijpen
Volgens Godfrey Wawa, directeur van de Britse hulporganisatie Oxfam in Shinyanga, is de belangrijkste oorzaak van heksenmoorden gebrek aan economische ontwikkeling. Wawa: “Dit is de armste streek van Tanzania. Zo zijn er nauwelijks scholen. Niet voor niets kent Shinyanga naast de meeste heksenmoorden van Tanzania de hoogste graad van analfabetisme. Ze gaan hand in hand.” Daarnaast is er de slechte kwaliteit van drinkwater, waardoor doodsoorzaak nummer twee – cholera – alle kansen krijgt. Tot overmaat van ramp werd vijf jaar geleden, onder druk van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, de gratis gezondheidszorg in Tanzania afgeschaft, waardoor velen gedwongen werden hun hoop op traditionele genezers te vestigen. Eén universitair opgeleide arts voor tweehonderdduizend inwoners – het is geen uitzondering. Sommigen wijzen erop dat de rechtsstaat niet veel meer voorstelt in Shinyanga, en dat de politie in ruil voor een percentage van het moordgeld een oogje toeknijpt. Wawa: “Al deze ontwikkelingen hebben tot een escalatie geleid. Dit jaar verwacht ik meer heksenmoorden dan ooit.”

Zoals de regering zich momenteel niet veel met het gebied bemoeit, deden de missionarissen dat vroeger ook niet. Volgens Paul Shingi, rooms-katholiek en als arts opgeleid aan de universiteit van Dar es Salaam, is geloof in geesten voorlopig niet uit te roeien. Daarom richtte hij een non-gouvermentele organisatie op die vooral wil sámenwerken met de traditionele genezers, in de hoop hen te kunnen overtuigen van het onrecht dat de oude vrouwen wordt aangedaan. Shingi: “Laat je door niemand wat wijs maken: 99 procent van de bevolking gelooft in de spirituele krachten van de traditionele genezers. Iedereen bezoekt zo nu en dan een traditioneel genezer: artsen als zij een gevaarlijke operatie moeten doen, politici aan de vooravond van verkiezingen en gewone mensen als ze op reis gaan.”

In de catacomben van het voetbalstadion van Shinyanga-stad huist de praktijk van Sangu Matunge, een traditioneel genezer: een modern en verzorgd kantoortje, met in glazen kasten tientallen potjes poeders, bladeren en stronkjes. Dokter Matunge, zo’n dertig jaar oud, draagt een modieus shirt met pantalon en praat enthousiast over zijn werk. “Tuurlijk, iedereen komt bij een traditioneel genezer. Kijk maar naar mijn wachtkamer: ze zit vol met mensen van alle rangen en standen.” Matunge beweert niets met hekserij te maken te hebben: “Ik sta met beide voeten in de moderne wereld en weet dat ziekten niet door geesten veroorzaakt worden. Bovendien ben ik katholiek.” Dat laatste lijkt onwaarschijnlijk, want zo goed als alle katholieken in Tanzania dragen hun christelijke voornaam met trots, en Sangu is duidelijk geen christelijke naam. Evengoed, de toekomst voorspellen doet Matunge wel. “Dat is een speciale gave die ik van mijn voorouders gekregen heb. Het is zonde die niet te gebruiken. De geesten wijzen mij de weg naar de juiste medicijnen en de geesten kunnen ook de toekomst voorspellen.” Het legt Sangu geen windeieren: per week verdient hij gemiddeld honderdduizend shilling. Dat is vele malen het maandsalaris van een universitair opgeleide arts.

“Zal mijn reportage geplaatst worden?” vraagt de journalist zich af. Matunge haalt een ingewikkeld apparaatje te voorschijn. Kleine houten stokjes vormen een aaneenschakeling van kruisjes met aan de kop een stukje koeienhuid en een belletje. “Het hout is sacraal gewijd, de huid niet want dat hoeft niet. Als het belletje rinkelt terwijl ik het apparaat naar jou toe breng, zal je artikel geplaatst worden. Anders niet,” zegt Matunge. Hij sluit de ogen en langzaam rolt hij zijn hoofd over zijn schouders terwijl hij het apparaat behoedzaam beweegt. Het belletje rinkelt.

In Shinyanga bestaat een wildgroei aan traditionele genezers als dokter Matunge, met elk hun eigen werkwijze en ceremonies. De meesten zijn lid van de vereniging Chawatiata. Voorzitter is dokter Swalehe Issa Bukukwe, die naar eigen zeggen zeven jaar lang een opleiding in de traditionele geneeskunde genoot aan een Egyptische universiteit. In zijn huis liggen overal dikke Arabische boeken en in de hoek staat een aantal speren die met stukjes leer en kleurige bandjes zijn versierd. Aan de hand van “een duizend jaar oud boek” en een bijna onnavolgbaar astronomisch systeem vertellen de engelen aan dokter Bukukwe welke kruiden gebruikt moeten worden. “Alle ziekten staan hierin,” zegt dokter Bukukwe. Ook aids? “Geen enkele ziekte is nieuw. Duizend jaar geleden hadden ze andere namen voor aids,” zegt de dokter stellig.
Chawatiata heeft zo’n vierhonderd leden die het hele denkbare spectrum van de traditionele geneeskunde vertegenwoordigen. Dokter Bukukwe: “Ons voornaamste doel is de kwaliteit van de traditionele geneeskunde te bewaken. Niet iedereen is even zorgvuldig. Daarnaast zijn wij een belangenvereniging voor de traditionele genezers, want volgens moderne artsen zijn wij allemaal kwakzalvers, terwijl wij toch al eeuwenlang succesvol genezen, ook voordat de eerste moderne arts voet in Tanzania zette.” Chawatiata is – uiteraard – tegen heksenmoorden en Bukukwe is zich er terdege van bewust dat de toekomst voorspellen bij wet verboden is. Na enig aandringen geeft dokter Bukukwe toe dat veel van zijn leden bij de moorden betrokken zijn. “Een moeilijk punt. Wij proberen met man en macht onze leden op het rechte pad te brengen.” Voor de voorzitter is het als balanceren op een dun koord: “Vele van degenen die betrokken zijn bij de moorden, gebruiken het lidmaatschap van Chawatiata als alibi. Tegelijkertijd kunnen wij niet al te hard tegen hen optreden, omdat we ze willen bekeren en niet van ons vervreemden.”

Dokters als Bukukwe of Sungu zijn typisch stedelijke dokters. Ze weten donders goed waar de grens tussen genezen en moorden ligt en houden zich, naar eigen zeggen, over het algemeen aan de wet. In Shinyanga-stad komen dan ook weinig moorden voor. De moordbrigades opereren voornamelijk op het platteland – een zonnestelsel verwijderd van de stad. En daar leeft de overgrote meerderheid van de Sukuma.

Zo’n drie uur rijden van Shinyanga-stad, over hobbelige wegen door zo goed als lege landschappen, ligt het gehuchtje Shilabela. Na de eerste afslag tegenover de verlaten kerk woont Ng’Wanikindo Linhege – een traditioneel genezer. Rondom wat zwerfkeien liggen de hutjes van zijn boerderij; geiten en kippen scharrelen rond en onder een van de bomen zitten wat mannen te niksen. De vrouwen werken op het veld, in de verte is hun gezang te horen. Tussen de hutjes staat een piramide van takken, zo’n meter hoog: het huis van de overleden voorouders.
Linhege vertrouwt het gezelschap niet helemaal, en het kost enige tijd zijn argwaan weg te halen. Nee, hij weet niets van hekserij en het komt ook niet voor in zijn streek. Hij laat zijn vergunning met enkele stempels zien als bewijs dat hij zich aan de wet houdt. Maar uiteindelijk haalt de ernst van de klacht hem over. De journalist heeft de laatste weken steeds hardnekkiger last van schrijfkramp en het bemoeilijkt zijn werk. Is hij soms behekst? Na enige bedenktijd zwicht Linhege en laat zijn kleinzoon een kip halen. Linhege wil geen geld want zijn voorouders hebben de gave van het genezen niet voor zijn eigen gewin gegeven. Hij moet lachen om de verhalen uit de stad: “Tja, dat hoorde ik laatst, dat sommigen het zonder kippen doen en er geld mee verdienen. Ongelooflijk. Zoals ik het doe is de echte, oude manier. Zo hebben mijn voorouders het mij geleerd.”

De ceremonie begint. De journalist moet in de snavel van de kip spugen waarna Linhege de vogel drie maal op zijn hoofd, schouders en voeten drukt. Tot slot wordt de kip enige tijd bij de arm met krampen gehouden. Linhege voert alle handelingen routineus en in stilte uit. Vervolgens wordt de kip geslacht. Linhege loopt nauwgezet alle lichaamsdelen van de opengesneden vogel af, betast en bestudeert ze uitvoerig en overlegt daarbij uitgebreid met zijn kleinzoon. Na een uurtje richt hij zich tot de journalist: “Je bent niet behekst. De borst van de kip is schoon, er zijn geen sporen van hekserij te vinden. Je ziekte zal overgaan. Ik geef je wat kruiden mee.”

Wat zou Linhege doen als er wel hekserij in het spel was? “Dan had ik je andere kruiden meegegeven, die de vloek zouden laten verdampen en de heks verjagen.”

En als de heks sterker is? Linhege is weer even op zijn hoede, maar kijkt dan zijn patiënt recht in de ogen: “Dan zullen wij hardere maatregelen moeten treffen. Om ons te beschermen.”

Met dank aan Jimmy Luhende.


“Associaties met op een bezemsteel vliegende vrouwen”
-- door Willy van Rooyen

‘Heksen’ en ‘hekserij’ zijn beladen termen onder hedendaagse antropologen. Ze worden vaak gebezigd voor uiteenlopende inheemse termen die met macht en magie te maken hebben. Dit is niet alleen misleidend, maar werkt ook vaagheid in de hand, vinden de wetenschappers. De Amsterdamse antropoloog Peter Pels die in Tanzania onderzoek deed: “In Europa krijgen we bij het woord ‘hekserij’ onmiddellijk associaties met het stereotype van op een bezemsteel vliegende vrouwen. Maar ook mannen en kinderen kunnen van hekserij beticht worden. En er hoeft niet altijd sprake te zijn van (zwarte) magie. Neem het Swahili-woord uchawi dat vaak als tovenarij of hekserij wordt vertaald. Maar uchawi kan ook gewoon kwaadwilligheid of ongeluk betekenen. Uchawi heeft vaak niets met occulte, bovennatuurlijke zaken van doen. Iemands keel afsnijden of vergiftigen heet soms ook uchawi, en daaraan zijn geen magische krachten verbonden.”
In de koloniale tijd was het in Afrika verboden om iemand van hekserij te beschuldigen. Peter Pels: “Iemand van hekserij beschuldigen was al genoeg om in het gevang te belanden. Reden te meer om er niet al te expliciet over te doen.” Het geloof in hekserij verdween hier niet mee, maar werd heimelijk voortgezet. Enerzijds zijn er aanwijzingen dat tegenwoordig in sommige landen het aantal hekserijbeschuldigingen toeneemt, anderzijds brengt het openlijk over hekserij durven praten met zich mee dat het lijkt alsof er tegenwoordig meer dan voorheen sprake is van beschuldigingen.
Volgens Pels nemen in het algemeen de hekserijbeschuldigingen toe. “Dit hangt sterk samen met ideeën over persoonlijke economische ontwikkeling. In Tanzania heeft dat sterk te maken met de liberalisering van de economie, met de grotere verschillen tussen arm en rijk. Jongens die naar de stad trekken blijven even arm. De frustratie van niet ingewilligde verwachtingen wordt dan afgewenteld op mensen die je kunt identificeren met de macht van de oudere generatie. Op vrouwen die bij voorbeeld wel grond bezitten, maar niet de macht hebben zich te verdedigen.”
Volgens collega Peter Geschiere, auteur van Modernity of witchcraft, is het moeilijk te zeggen of er in z’n algemeenheid sprake is van toename van hekserij. “Tot in de jaren zeventig was het not done om er in het openbaar over te praten. Nu zie je een toename van geruchten over hekserij. Er heerst een gevoel dat hekserij niet meer onder controle te houden is; de druk op de overheid neemt toe om tussenbeide te komen in wat wordt gezien als een ongekende verspreiding van hekserij. Verhalen daarover weerspiegelen de onzekerheden die gepaard gaan met modernisering, ze worden steeds meer verbonden met schokkende ongelijkheid, met het vergaren van rijkdom onder de nieuwe rijken. Men denkt: die rijkdom kunnen ze alleen via occulte krachten, via hekserij verkregen hebben.”
Ook een omgekeerde denkwijze komt voor. Antropoloog Birgit Meyer, auteur van Translating the devil, deed onderzoek naar religie en moderniteit onder de Ewe in Ghana: “De Ewe schrijven adze, hekserij, toe aan jaloerse mensen die hun gelukkiger, welvarender familieleden ten val willen brengen. Het is dus niet zo dat – zoals het geval is bij veel andere Afrikaanse bevolkingsgroepen – de rijkeren worden beschuldigd van hekserij. De Ewe denken bij adze aan een macht die gedreven wordt door afgunst, niet door hebzucht. Niet het vergaren van rijkdom wordt als problematisch ervaren, maar de jaloezie die het teweeg kan brengen bij armere mensen wanneer de rijken weigeren die rijkdom te delen.”

© Willy van Rooijen, onzeWereld