donderdag 1 juni 2000 / Hivos Magazine / Geschreven met Jeroen Thijs

Reportages & interviews

Keniaanse kunst voor Kenianen

Kuona Trust, gehuisvest aan de voet van het befaamde National Museum of Kenya in Nairobi, brengt Oost-Afrikanen in contact met kunst. Hivos is de enige organisatie die Kuona Trust structureel financieel steunt. “Dat geeft ons veel bewegingsvrijheid”, zegt initiatiefnemer Rob Burnet.

Zeven jaar geleden nodigde de Schot Rob Burnet veertien verschillende Keniaanse kunstenaars uit voor een lang weekend gezamenlijke retraite. Burnet: “Na aankomst stelde ik vrolijk: ‘Wel, ik denk dat iedereen elkaar wel kent, dus introducties zijn niet nodig.’ Grote stilte. Het bleek dat de crème de la crème van de Keniaanse kunstwereld, al enige tijd vertoevend in grote internationale belangstelling, elkaar nauwelijks kent! Het ijs was snel gebroken: ‘Ahhh, dus jouw gezicht hoort bij dat schilderij! Ik bewonder je werk, maar ik wist niet dat jij de maker was!’ Of: ‘Eindelijk ontmoet ik je een keer! Wat ik je al heel lang wil vragen…’” Burnet kan er zich nog over opwinden: “Het is toch onvoorstelbaar? Moderne Keniaanse kunst is wereldberoemd, maar in Kenia kent niemand het. Daarom hebben we Kuona Trust opgericht.”

Kuona Trust, gehuisvest aan de voet van het befaamde National Museum of Kenya in Nairobi, heeft als voornaamste doelstelling ‘het creëren van mogelijkheden voor Oost-Afrikanen om op betekenisvolle wijze in contact te komen met kunst en het integreren van kunst in de lokale gemeenschap.’ Burnet: “Dat klinkt hoogdravend en abstract, maar in de praktijk komt dat neer op zeer concrete activiteiten. Ten eerste verlenen we ‘hands-on support’ aan kunstenaars. Iedereen die zich kunstenaar voelt en tenminste drie werken kan overhandigen die van toewijding getuigen, kan hier materiaal krijgen en gereedschap lenen. Onze studio kan de hele dag gebruikt worden. Ten tweede organiseren we tentoonstellingen waar moderne Keniaanse kunst is te zien voor een groot publiek.” Die tentoonstellingen zijn hard nodig, want moderne kunst is in Kenia nauwelijks zichtbaar. Het National Museum heeft als enig openbaar instituut in het ruim dertig miljoen inwoners tellende Kenia een zaal gewijd aan moderne kunst – volgens ingewijde in de Keniaanse kunstwereld is dat te danken aan de inspanningen van Burnet. Kuona Trust wil ook buiten het museum kunst aan de gewone man/vrouw brengen, door muurschilderingen, beelden, stoelen en andere openbare kunstwerken in Nairobi te plaatsen.

Tot slot zijn er de zogeheten ‘outreach programma’s’, projecten die een wijd bereik beogen. Zo waren er vorig jaar workshops in VN-vluchtelingenkampen in het noorden van Kenia, waar onder andere Somalische en Sudanese vluchtelingen de mogelijkheden kregen om kunst te maken. Het project leidde tot een tentoonstelling in Amsterdam en Tilburg, waar de kunstwerken geveild werden ten bate van de vluchtelingen. Daarnaast organiseert Kuona Trust activiteiten voor de beruchte straatkinderen van Nairobi. Elke maand komt een groep straatkinderen naar de studio om samen met de kunstenaars kunst te maken. Burnet vertelt er met zichtbaar enthousiasme over: “Ik vind het een geweldig project. De kinderen hebben een dag lang iets heel anders aan hun hoofd en ze worden voor een keer serieus genomen. Daarnaast zijn sommigen heel getalenteerd. Zo is er een voormalige straatjongen, Ibrahim Kariuki, die inmiddels een succesvol kunstenaar is, en vrijwel dagelijks in onze studio werkt.”

Een van de problemen waar Kuona Trust mee te kampen heeft, is een tekort aan geld. Burnet: “Onze projecten worden veelal gesponsord door bedrijven of NGO’s. Als het project over is, is het geld op. Maar ondertussen hebben we een secretariaat met drie mensen dat het hele jaar door betaald moet worden. Hivos is de enige die ons structureel financieel steunt, en niet alleen op projectbasis. Dat geeft ons veel bewegingsvrijheid.” Opvallend is de inventiviteit waarmee Kuona Trust aan sponsering komt. Burnet: “Wij geven nooit geld aan onze kunstenaars, alleen ondersteuning en middelen. Maar veel kunstenaars hebben geen geld om vanuit hun woonplaats naar onze studio te komen. Dus besloten we contact te zoeken met een busmaatschappij: wij beschilderen een bus, jullie krijgen publiciteit en een kunstwerk waarmee jullie je klanten kunnen vervoeren, en onze kunstenaars mogen gratis door Kenia reizen. Het werkte, en de busmaatschappij is nu in heel Oost-Afrka bekend. Wij ook, overigens.”