vrijdag 1 september 2000 / Hivos Magazine / Geschreven met Jeroen Thijs

Reportages & interviews

Lopend vuurtje

Tanzania verstookt in hoog tempo zijn bossen. De Afrikaanse niet-gouvernementele organisatie Tatedo ontwerpt en verspreidt oventjes die het huishoudelijk gebruik van hout drastisch verminderen.

De komende honderd jaar zit Tanzania goed. Dan is er nog genoeg bos over om op te stoken. Maar daarna staat er geen Tanzaniaanse boom of struik meer overeind, ook niet in de wereldvermaarde natuurreservaten.

Tatedo (Tanzania Traditional Energy Development and Environment Organisation) wil het tij keren. Met eenvoudige middelen als voorlichting over effectiever energiegebruik en het verspreiden van energiezuinige kooktoestellen, moet de ontbossing worden gestopt. Estomih. N. Sawe, directeur van Tatedo: “De sleutel ligt vooral bij de Tanzaniaanse vrouwen. Zij gebruiken zo’n negentig procent van alle verbruikte energie en die bestaat bijna alleen uit hout en houtskool. Koken, kleren wassen, brood bakken: het kost naar schatting zo’n 400.000 hectare bos per jaar. Kortom: wie iets aan de ontbossing wil doen, moet het huishoudelijk energieverbruik aanpakken.”

Zo heeft Tatedo kooktoestelletjes ontworpen die zorgen voor een verdubbeling van de efficiënt gebruikte energie. Sawe: “Per jaar verbruikt een Tanzaniaan ongeveer duizend kilo hout. De fornuisjes die nu worden gebruikt, gaan heel inefficiënt om met de geproduceerde warmte: slechts vijftien procent gaat naar de ketel of pan. Onze oventjes leveren zo’n vijfendertig procent aan efficiënte warmte op. Per jaar levert dat dus ongeveer 200.000 hectare bos op — tenminste, als alle Tanzanianen de verbeterde kooktoestellen gebruiken.”

Wie door Tanzania reist ziet de oude kale en roestige kooktoestelletjes nog volop in gebruik. Maar een kentering is zichtbaar. Steeds vaker zijn de Tatedo-modellen te zien, met hun strakke diabolovorm en isolatieringen van klei. In Dar es Salaam, Tanzania’s grootste stad, gebruikt volgens Sawe ruim dertig procent van de bevolking de fornuisjes, en naar verwachting zal dat binnen een paar jaar oplopen tot tachtig procent. Maar ook in de provincies zijn de Tatedo-fornuisjes steeds vaker te zien. Werklieden krijgen in workshops uitgelegd hoe ze de verbeterde oventjes en fornuisjes zelf kunnen maken. Op die manier moeten de oventjes zich als een lopend vuurtje door Tanzania verspreiden.

Een ander pad dat Tatedo bewandelt, is het verspreiden van technieken om wind- en zonne-energie om te zetten in elektriciteit. Sawe: “In Tanzania woont 85 procent van de bevolking op het platteland, terwijl maar zes procent elektriciteit heeft. Dat betekent dat vrouwen bijna al het huishoudelijk werk met de hand moeten doen en dat kinderen ‘s avonds niet kunnen studeren omdat het te donker is, terwijl ze na schooltijd ook vaak op het land of in de winkel moeten helpen. Duurzame elektriciteit verhoogt voor hen de kwaliteit van leven aanzienlijk.”

Onder ontwikkelingswerkers is het zogenoemde waterpompsyndroom berucht: de ontwikkelingswerker plaatst een mooie pomp, maar een jaar later werkt deze niet meer omdat de kennis en de onderdelen voor het onderhoud ontbreken. Sawe is er niet bang voor: “We betrekken zoveel mogelijk lokale bedrijfjes bij onze activiteiten. Dat is een belangrijke peiler onder onze organisatie. Want we voorzien vooral in faciliteiten, we initiëren en bemiddelen. We leren bijvoorbeeld de ovenmakers hoe ze de betere ovens kunnen maken, maar we maken ze niet zelf. En we leggen contacten met de bedrijfjes die de windmolens en de zonnepanelen maken, waarna zij verder de service en het onderhoud leveren. Omdat die bedrijfjes daar zelf aan verdienen en er dus van afhankelijk zijn, zorgen ze voor goed onderhoud.” Tatedo trekt de lijn zelfs verder door: het bestudeert momenteel de mogelijkheid om zelfstandig, dus zonder steun van donoren als Hivos, te kunnen bestaan. Sawe: “We willen een commerciële tak opzetten die de ontwikkelingstak financiert. Inkomsten moeten komen uit het verkopen van de energie die bijvoorbeeld onze windmolens genereren. Maar ook de consulten, trainingen en adviezen die we aan de kleine bedrijfjes geven kunnen geld opleveren. Op die manier hopen we een zelfstandig opererende katalysator te zijn.”