maandag 1 maart 2004 / onzeWereld / Geschreven met John Verhoeven

Reportages & interviews

World Social Forum: Groot, maar machtig?

Het Wereld Sociaal Forum (WSF) in India was een doorslaand succes, juichen de aanwezigen. Tegelijkertijd werden de grenzen duidelijk: nog groter zal niet per se beter zijn. En de kloof tussen de ongeduldige activisten, de wetenschappers en de maatschappelijke organisaties groeit. Quo vadis, WSF?

'Wat. Een. Chaos.'
Gelaten en licht wanhopig stond de Nederlandse ex-politicus na afloop van de workshop voor de uit doek en bamboe opgetrokken vergadertent op het drukke, stoffige terrein van het Wereld Sociaal Forum. De sessie waarvoor hij uit Nederland was overgevlogen, was te laat begonnen. De vier sprekers uit alle delen van de wereld hadden grote moeite gehad zich verstaanbaar te maken boven de geluiden uit aangrenzende tenten, en het lawaai op het terrein. Daar trok permanent een stoet van etnische groepen en activisten langs die, vergezeld van trommelaars, hun leuzen scandeerden. Tenslotte was na de speeches een schamel begin van een debat op gang gekomen: maar zonder vertaling, zodat veel voorbij ging aan de enkele tientallen aanwezigen. Dit was geen plaats voor een goed debat, dat was zeker. Maar voor wat dan wel?

Met de ruim 100.000 deelnemers uit meer dan 130 landen reikte het Forum in Mumbai in deze vorm een grens. Misschien wordt het vijfdaagse evenement van debat, ontmoeting en feest volgend jaar in Porto Alegre nóg groter, maar wat betekent dat dan? Het Wereld Sociaal Forum heeft sinds de start in 2001, nog niet geleid tot een aanwijsbare invloed op nationale mondiale politieke besluitvorming. Toch zal niemand van de aanwezigen durven beweren dat de samenkomst van zoveel verschillende activisten, maatschappelijke organisaties, etnische groepen en vakbonden uit alle delen van de wereld een zinloze exercitie is geweest. De vraag is dus: hoe nu verder?

Scheidslijnen
Er zijn een paar duidelijke schisma’s te ontwaren. Er loopt scheidslijn tussen de academici, de activisten en de wetenschappers enerzijds, en anderzijds de verdrukte burgers van de wereld en degenen voor wie het Forum een plaats is voor manifestatie en een feest van de vrije meningsuiting. In die eerste groep van academici en bestuurders is nog een tweede helft te ontwaren. De ene omhelst de vrije ruimte van het forum en gebruikt deze om allianties aan te gaan, en om zich te laten verbazen en verrassen door de energie die uitgaat van zoveel gedeelde sympathie en solidariteit. Voor deze groep is het Forum een soort alternatieve wereldtop. Maar voor de andere helft van deze kosmopolitische intellectuelen gaat dit alles niet ver genoeg. Ze willen een duidelijke agenda en politieke invloed, ze willen macht. Zij ontwaren in de mensenmassa van het WSF een enorm raderwerk, dat de machinerie van de neoliberale globalisering, van Wereldbank, WTO en IMF, kan breken. Deze groep van ongeduldige intellectuelen, vaak oudere heren met een activistisch en vaak ook politiek verleden, wil macht mobiliseren en ten strijde trekken.

Tot in het Internationaal Comité dat dit Forum heeft opgericht en het nu met losse handen ‘stuurt’, is de verdeeldheid zichtbaar. Roberto Savio, stichter van het derdewereld-persbureau IPS, stelde in een column vast dat ‘deze beweging tot op heden is genegeerd door het politieke stelsel’. ‘Het stelsel’, zegt hij, ‘dat steeds verder verwijderd raakt van haar burgers in een democratie die steeds verder wordt beperkt en gecontroleerd door een klasse van politieke professionals.’ Zo denkt ook de Franse medeoprichter Bernard Cassen, hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique. Cassen vindt dat het WSF de kweekvijver dient te zijn van politiek activisme en stelt daarom de oprichting van enkele nieuwe politieke partijen voor.

Van alles een beetje
Een ding is duidelijk. Het huidige Forum vertegenwoordigt voor iedere aanwezige weer iets anders: het is een ‘vrije ruimte’ in de ware betekenis van het woord. Een manifestatie, een verbroedering, een publiek debat, een ontmoeting met gelijkgestemden, een gezellige globo-kermis, een mega-brainstormsessie. Het is van alles een beetje, en dus voor sommigen van alles net te weinig. De wetenschappers en onderzoekers die van over de hele wereld door ngo’s worden ingevlogen om een wetenschappelijke ‘meeting of minds’ te bewerkstelligen, werden op het voormalige fabrieksterrein in Mumbai geconfronteerd met hitte, stof, provisorische vergaderruimten, een gebrek aan vertalers, weinig goed ingevoerde toehoorders, en vooral veel lawaai. Vandana Shiva, de Indiase bioloog van wereldfaam, was in de week voorafgaand aan het WSF de drijvende kracht geweest achter een World Water Forum, maar zag tijdens het WSF weinig gelegenheid om daar voor een groot publiek dieper op door te gaan. ‘Ik zou het best vinden als het Forum in deze vorm voortaan nog maar eens in de tien jaar wordt gehouden’, zei ze na afloop in de India Times dan ook.

Maar voor de Dalitvrouwen, de landarbeiders van Tamil Nadu, de aanhangers van de Falun Gong, de Tibetaanse monniken en voor zoveel andere groepen was het Forum iets heel anders: de gelegenheid om zich te laten zien aan de wereld, zonder het risico te lopen en om door agenten uiteen geslagen te worden of in de gevangenis te belanden. Ze hadden er vaak duizenden kilometers voor moeten reizen. De kleine Dalitvrouwen hadden zich omwikkeld met een spandoek van een meter of vijftig waarop ze een reeks primitieve, glasheldere tekeningen hadden gemaakt, met harde scènes uit hun moeilijke leven. Het was een scherp, ontroerend beeld, dat veel meer duidelijk maakte dan welke praatsessie ook. En wat te denken van de meer dan honderd leden van het Pakistan Social Forum die hier voor vrede in Kasjmir kwamen pleiten? Ze werden vooral aangesproken door nieuwsgierige Indiërs. En een van hen werd, terwijl hij met een spandoek naar het terrein van het WSF liep, door mensen op straat aangeklampt en tot zijn verbijstering uitgenodigd voor een maaltijd thuis. Na terugkeer raakten de Pakistani op een persconferentie, volgens de Pakistaanse krant Daily Times, niet uitgepraat over wat ze zelf ‘the most wonderful event of their life’ noemden. Wie durft te beweren dat dergelijke gebeurtenissen van minder belang zijn dan een goed debat?

De roep van de critici om meer concrete actieplannen dateert al van het begin. Misschien komt het omdat de reguliere media nog vaak beweren dat de deelnemers vooral tegen van alles zijn, maar geen gezamenlijke, eigen agenda hebben. Dat beeld klopt al echter lang niet meer. Het is niet moeilijk om uit de talloze campagnes die onder de paraplu van het WSF worden gevoerd, een actielijst te destilleren waar veel organisaties aan zouden kunnen meewerken. Juan Somavia, het hoofd van de International Labour Organisation ILO), somde tijdens een sessie in Mumbai een paar van die ‘universele’ WSF-agendapunten op: recht op waardige arbeid, recht op sociale zekerheid, recht op organisatie en recht op vrije meningsuiting. Walden Bello, directeur van Focus on the Global South, voegde daar aan toe: uniforme arbeidsrechten in, het stimuleren van echte buitenlandse investeringen in lokale economie en het belemmeren van speculatieve investeringen, de plicht van westerse bedrijven tot opleiding van personeel, de plicht tot de overdracht van knowhow, enzovoorts.

Zo’n gezamenlijke WSF-agenda geeft organisaties de kans hun lokale en nationale politici te bestoken met concrete voorstellen. De andersglobalisten worden daarmee ook op lokaal en nationaal niveau een politieke factor van belang, want als de WSF-visie op een andere wereld wordt vertaald in concreet stemgedrag zullen de politieke partijen deze beweging niet langer kunnen negeren - voor zover ze dat nog deden. Dus een WSF-actieagenda lijkt nog niet zo’n slecht idee, en bovendien heel haalbaar.

Voortbouwen
Het Forum heeft trouwens nu al veel meer bereikt dan veel betrokkenen zich realiseren. De energie van het WSF blijft al lang niet meer beperkt tot de jaarlijkse vijfdaagse bijeenkomst. Er bestaan inmiddels diverse regionale, nationale, lokale, en thematische Fora, zoals het Afrikaans forum, het Social Forum of the Americas, het Europees Sociaal Forum, het Mediterranean Social Forum, het Asian Social Forum, en het Wereld Water Forum. Allemaal proberen ze bij hun eigen regeringen de kernthema’s van deze bewegingen op de politieke agenda te krijgen. Dat gaat snel, sneller dan je denkt. Ook zonder regie van bovenaf bouwen de deelnemers voort op de energie van het Forum. Vorig jaar spraken we in Porto Alegre met een Indonesische vrouw, die met een tiental landgenoten en gesponsord door de Ford Foundation naar het Forum was gereisd. Ze vertelde geëmotioneerd dat ze zou proberen ook in Indonesië een Sociaal Forum van de grond te krijgen. In Mumbai hebben we haar niet getroffen. Maar al op de eerste dag viel ons oog op een spandoek van het Indonesian Social Forum, dat een paar workshops had georganiseerd en de aanwezigen van harte uitnodigde. De werkelijke kracht van het WSF wordt gevormd door de deelnemers, en door niemand anders. Dat mag wat ons betreft zo blijven.