maandag 1 april 2019 / Vrij Nederland /

Columns & opinie

Laat de consument een CO2-taks betalen, niet de producent

Zal de CO2-belasting van Rutte III zoden aan de dijk zetten? Ik moet het nog zien. Het kan veel slimmer: laat de consument CO2-taks betalen, niet de producent.

Zoef! Daar draaide Rutte III sneller dan de wieken van een windmolen: de belasting op uitstoot van CO2 komt er toch. Eerst leek het heftige verzet van de zware industrie in Nederland tegen een CO2-belasting zijn vruchten af te werpen: in het concept klimaatakkoord stond een alternatief systeem en politici van coalitiepartijen uitten hun afkeer van een Nederlandse CO2-belasting.

Maar de doorberekening van dat concept Klimaatakkoord door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) was nog geen uur gepresenteerd (belangrijke conclusie: het alternatief voor de CO2-belasting is broddelwerk), of het kabinet maakte tot grote verrassing van vriend en vijand bekend een CO2-belasting in te voeren. De precieze uitwerking van de kabinetsplannen volgt eind april, als het stof van de Provinciale Statenverkiezingen is neergedaald.

Meestribbelen
Goed nieuws? Ja, op het eerste gezicht zeker. Klimaatdrammers pleiten al jaren voor een CO2-belasting. ‘Niets werkt beter om klimaatverandering enigszins binnen de perken te houden dan een mondiale belasting op het uitstoten van CO2,’ schreef ondergetekende vier jaar geleden in Vrij Nederland. Een CO2-taks was toen nog zo onwaarschijnlijk dat zelfs zes grote oliemaatschappijen – waaronder Shell – in een brief aan de Verenigde Naties pleitten voor een CO2-belasting. Een fraaie variant op de beproefde vertragingstactiek ‘meestribbelen’: voorstellen doen waarvan je weet dat ze er toch nooit komen om zo de aandacht af te leiden van meer realistische, maar voor jou onwelkome maatregelen.

Kunnen wij klimaatdrammers nu achteroverleunen?

Nu kondigt premier Rutte alsof het niets is een CO2-belasting aan – het kan verkeren. En bij Shell hebben ze geleerd: be careful what you wish for.

Kunnen wij klimaatdrammers nu achteroverleunen? Allerminst. Want of die CO2-belasting echt zoden aan de dijk gaat zetten, hangt af van de uitwerking die het kabinet eind april bekend maakt. De grote vraag is: zal de CO2-belasting de grote vervuilers – Nederland heeft een van de meest CO2-intensieve economieën van Europa – echt pijn gaan doen? Of maakte Rutte zich voorafgaand aan zijn klimaatdraai meer zorgen over de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen (oppositie: ‘burger betaalt de rekening, bedrijven gaan vrijuit’) dan over de door het KNMI voorspelde zeespiegelstijging van drie meter aan het eind van de eeuw als het klimaatakkoord van Parijs niet wordt gehaald?

Geitenpaadjes
The devil is in the details. Ten eerste: hoe hoog wordt de CO2-taks? Minder dan 50 euro heeft te weinig effect, rekenen economen ons voor. Ook belangrijk is wat er met de energiebelasting gebeurt. De zware industrie betaalt hier nauwelijks energiebelasting, waardoor Nederland niet alleen een belastingparadijs maar ook een koolstofparadijs is. Handhaving van de lage tarieven kan als compensatie van de CO2-belasting dienen, waardoor deze de facto geen effect heeft. En waar gaan de opbrengsten van de CO2-taks heen? Hopelijk (deels) naar subsidies voor de zware industrie om hun verduurzaming te versnellen, en niet naar regelingen die hen blind voor de CO2-belasting compenseren. Tot slot is het van belang welke uitzonderingen, overgangsregelingen en andere geitenpaadjes het kabinet de grootvervuilers gunt.

Het kan ook anders: laat de consument – niet de producent – voor de uitstoot van CO2 betalen

Hoe je zo een op papier prachtige klimaatmaatregel om zeep kunt helpen, laat Zweden zien. Het überboreale Zweden voerde bijna dertig jaar geleden een CO2-taks (Koldioxidskatten) in. De belasting staat nu op 110 euro per ton CO2, waarmee het de hoogste ter wereld is. Klinkt goed, maar bedrijven die van Brussel mee moeten doen aan het Europese emissiehandelsysteem (ETS), zijn gevrijwaard van de Zweedse CO2-taks. Dit betekent dat meer dan 90 procent van de CO2-emissies van de Zweedse industrie vrijgesteld is van deze belasting, volgens een inschatting van onderzoeksbureau CE Delft. Ondertussen is het emissiehandelsysteem met circa 20 euro per ton CO2 (ruim 5 keer minder dan de CO2-belasting) een papieren tijger die onze voeten niet droog zal houden. Reken maar dat de Nederlandse brancheorganisaties van grootvervuilers hun licht bij hun Zweedse collega’s hebben opgestoken.

Koolstoflekkage
Het kan ook anders: laat de consument – niet de producent – voor de uitstoot van CO2 betalen. Dit vraagt om een ander soort belasting die lijkt op de btw.

Bij een klassieke CO2-belasting (zoals nu op tafel ligt) betalen producenten voor CO2-uitstoot die zij in theorie doorberekenen in hun prijzen (dit gebeurt niet altijd omdat ze hun concurrentiepositie niet willen verliezen). Het nadeel is dat Nederlandse producten duurder worden dan producten uit het buitenland waar geen of minder CO2 wordt geheven. Dit is dan ook het belangrijkste argument van de zware industrie tegen een CO2-taks: het benadeelt hun exportpositie. Dit is ‘niet eerlijk’: het zou tot werkloosheid leiden maar niet tot minder CO2-uitstoot, want de productie verplaatst zich naar landen die geen CO2-belasting heffen (‘koolstoflekkage’, in jargon).

Wat nu als niet bedrijven maar consumenten de CO2-belasting betalen? Dit kan als we de CO2-belasting net zo inrichten als ons btw-stelsel. Elke bedrijf dat CO2-produceert, int daarover CO2-belasting. Het bedrijf mag deze belasting niet houden, maar draagt het af aan de overheid. De consument betaalt uiteindelijk de belasting en bedrijven hebben het slechts tijdelijk in kas.

Het grootste voordeel is dat de vervuiler (de consument) rechtstreeks betaalt voor de vervuiling die voor hem wordt veroorzaakt

Stel: een staalproducent koop erts in om er staal van te maken. De fabriek betaalt CO2-belasting over de ijzererts aan de leverancier (die het afdraagt aan de overheid). Het produceren van het staal kost ook CO2, waarover de staalfabriek CO2-belasting int. Beide heffingen (op de ijzererts en op de productie van het staal) berekent de staalfabrikant door aan de koper van zijn product. Als een autofabrikant het staal koopt, berekent hij de door hem betaalde CO2-belasting plus de belasting voor de CO2 die vrijkwam tijdens het maken van de auto, door aan de consument die uiteindelijk de auto koopt. Kortom: alle CO2-belasting is voor rekening van de consument, niet de producent.

Vraag en aanbod
Wat is het grote voordeel van dit systeem? Ten eerste ontstaat er een gelijk speelveld tussen Nederlandse en buitenlandse producenten, waardoor de grootvervuilers hun belangrijkste tegenargument verliezen. Want elke fabrikant die iets aan een Nederlander wil verkopen, moet de CO2-belasting innen en afdragen. Dus op een auto uit het Chinese Shenzhen wordt net zoveel CO2-belasting gegeven als op een auto uit het Limburgse Born. Als de staalproducent wil exporteren naar een buitenlandse autofabriek, kan hij worden vrijgesteld van CO2-belasting (of betaalt een lager tarief), zodat de exportpositie niet geschaad wordt.

Maar het grootste voordeel is dat de vervuiler (de consument) nu zo rechtstreeks mogelijk betaalt voor de vervuiling die voor hem wordt veroorzaakt. Wel zo eerlijk en bovendien worden nu de sterkste wetten van de markt – vraag en aanbod – ingezet om vergroening te versnellen. Vervuilende producten worden immers duurder, waardoor de vraag ernaar daalt. Minder vervuilende producten worden juist goedkoper, zodat de vraag ernaar stijgt.

Minister Wiebes noemde de CO2-btw ‘het ei van Columbus’ maar ook ‘buitengewoon complex’

Innovatie die tot minder CO2-uitstoot leidt, wordt gestimuleerd omdat het producten goedkoper maakt. Ook wordt het voor consumenten inzichtelijker welke producten vervuilender zijn en welke niet, want op de kassabon zie je wat je aan CO2-belasting moet betalen. De economie wordt schoner: arbeid (nauwelijks vervuilend) wordt relatief goedkoper dan grondstoffen. Eindelijk worden – bijvoorbeeld – reparaties aantrekkelijker dan een nieuw product kopen. Het leven hoeft overigens niet duurder te worden, want de btw zou verlaagd kunnen worden zonder dat de overheid inkomsten misloopt.

De gewoonste zaak van de wereld
Deze CO2-taks heeft tot ver buiten de Nederlandse markt zijn effect. Want voor alle producenten die aan Nederlandse consumenten leveren geldt: hoe minder CO2-uitstoot je product heeft veroorzaakt, hoe goedkoper het wordt. Nu zal de Nederlandse markt de meeste Chinese of Amerikaanse producenten niet wakker houden, maar wat als de Europese Unie – de grootste consumentenmarkt ter wereld – dit systeem invoert?

Geen van de nadelen weegt zwaarder dan de nadelen van klimaatverandering

Deze variant van de CO2-taks wordt ook wel de Carbon Added Tax genoemd, naar analogie van de Value Added Tax (btw). Je kunt er ook een Vergoeding Externe Kosten (VEK) van maken en dan niet alleen CO2 belasten maar ook andere soorten vervuiling (externe kosten) die een product veroorzaakt. Onderzoeksbureau CE Delft presenteerde vorig jaar een rapport over de voor- en nadelen van VEK. Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) noemde VEK toen ‘het ei van Columbus’ maar ook ‘buitengewoon complex’.

Over dat eerste heeft Wiebes gelijk, over dat tweede niet. ‘De invoering van btw – in 1969 – stuitte ook op veel verzet,’ vertelde Sander de Bruyn, co-auteur van rapporten over de CAT en VEK, me laatst. ‘De btw zou te complex zijn, maar nu is het de gewoonste zaak van de wereld.’ Er zitten ook nadelen aan deze manier van belasten. Het vaststellen van de hoeveelheid uitgestoten CO2, bijvoorbeeld. De Bruyn: ‘Dit zou ook generiek kunnen, waarbij de overheid een benchmark vaststelt: “Elke ton staal is goed voor zoveel CO2.” Dit vraagt onderzoek, maar onmogelijk is het niet: bij het Europese emissiehandelsysteem ETS gebeurt dat nu ook.’ Als bedrijven innoveren en minder CO2 uitstoten dan de benchmark, worden ze beloond met een korting.

Er zijn ongetwijfeld nog meer nadelen. Maar geen van die nadelen weegt zwaarder dan de nadelen van klimaatverandering. En geen van die nadelen zijn ingewikkelder dan die van btw of ETS, die al lang en breed bestaan. Ondertussen zijn CAT en VEK veel preciezere instrumenten dan een generieke CO2-taks, omdat deze rechtstreeks op het bordje komt van de consument. Voor vervuilende bedrijven blijft een groot nadeel bestaan: hun producten worden duurder dan schonere alternatieven. Vervelend, maar dat was precies de bedoeling.

Dit artikel verscheen ook op vn.nl.