zaterdag 30 januari 2010 / Vrij Nederland /

Nieuws & achtergrond

Leve het brandhout!

Heeft u door de kou van deze winter zin in een vuurtje gekregen? Met een houtkachel spaart u het milieu en uw portemonnee.

De heer Sloet gooit nog wat houtblokken in zijn kachel. We staan in de kelder van zijn omvangrijke landhuis, dat hij verwarmt met eiken, Amerikaanse vogelkers en andere bomen. Per dag verdwijnt er een flinke kruiwagen in de kachel, twee of drie tijdens de winterse kou van de afgelopen weken. ‘Deze stronken komen van mijn landgoed’, zegt Sloet (70), nazaat van een oud adelijk geslacht. ‘Allemaal bijgroei, het bos blijft in takt. Dit hout komen uit de jaarlijkse dunningskap, die je uitvoert om het bos gezond te houden. Ik stook dus eigenlijk afval.’

De kachel – een gevaarte zo groot als twee flinke koelkasten – is hypermodern: elektronische displays geven informatie over de temperatuur of de hoeveelheid roetdeeltjes die door de schoorsteen gaat. ‘Alles werkt volautomatisch. Ik gooi er hooguit drie keer per dag hout in en vervolgens blijft het hele huis warm.’ De Fröling 3000 Turbo is aangesloten op twee vaten met vierduizend liter water die als een soort warmteaccu dienen. Van hieruit stroomt de warmte door de radiatoren en de vloerverwarming, tot de zolder aan toe.

Stijgende energiekosten waren niet de enige reden voor Sloet om over te stappen op hout. Zorgen over klimaatverandering speelden mee (hout stoken is CO2-neutraal, zie Vraag 3), maar ook het streven naar ‘onafhankelijkheid van energiemaatschappijen en bijna monopolistische gasleveranciers als Rusland’, zegt hij. ‘En in tegenstelling tot hout, zullen olie en gas ooit op zijn. Ik zie het nog wel zover komen dat ik mijn houtvoorraad moet laten bewaken omdat mensen ermee vandoor willen gaan.’

Voorlopig levert landgoed Eikenlust – what’s in a name – meer dan genoeg hout op voor zijn bewoners. ‘Een gedeelte van de bijgroei geef ik aan vrijwilligers die helpen met het onderhoud van het bos. Die stoken het weer in hun kachel.’ Daar gaat de vlam in de stapel brandhout. ‘En ach, ik heb er ook schik in. In het huis van mijn ouders stonden elf hout gestookte kachels en haarden. Als klein ventje werd ik het bos in gestuurd om hout te sprokkelen. Nu pak ik het wat moderner en efficiënter aan.’

Is Sloet heraut van de modernste warmtevoorziening? Een rondgang langs verkopers en importeurs leert dat de vraag naar houtkachels de afgelopen jaren sterk is toegenomen. Klanten kiezen voor hout om dezelfde redenen als Sloet: sfeer, kostenbesparing en onafhankelijkheid van energiemaatschappijen. De recessie heeft nauwelijks roet in het eten gegooid. De Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche beschikt niet over harde cijfers, maar secretaris Gerard Benen zegt ‘dit beeld zeer wel te herkennen’.

Daarom: alles wat u altijd al wilde weten – en meer – over houtkachels in acht vragen.
 

1. Wat heb ik nodig?
U hoeft geen landgoed of een computergestuurde kachel te hebben om aanzienlijk op uw gasnota te besparen of klimaat neutraal te stoken. Ook met een eenvoudige houtkachel in een doodgewoon rijtjeshuis kunt u er voortaan warmpjes bij zitten.

Veel kachels hebben een hoog Wim Bosboom-gehalte maar gelukkig zijn er ook strakke ontwerpen van getalenteerde designers. Goedkoop is duurkoop: van een kachel die minder dan vijfhonderd euro kost, krijgt u vroeg of laat spijt.

Essentieel is een goed rookkanaal dat u laat aanleggen door een gecertificeerd bedrijf. Minimaal een keer per jaar moet de schoorsteen geveegd worden, al was het maar omdat uw brandverzekering dat waarschijnlijk eist. Surf naar www.sfeerverwarming.nl van de Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche voor een lijst van erkende verkopers en installateurs. Op www.aspb.nl vindt u betrouwbare bedrijven die lid zijn van Algemene Schoorsteenvegers Patroons Bond.

 
2. Wat zijn er voor kachels te koop?
Alles wat duur is en met houtkachels te maken heeft, heet al snel ‘Scandinavisch’. Maar het moet gezegd: daar in het noorden weten ze hoe je een kachel moet maken. Uw verslaggever is zeer tevreden over zijn Deense Svendsen Pejse. Efficiënt, gebruiksvriendelijk en mooi. Ook het Noorse Morsø maakt sinds 1853 eersteklas kachels. Beneden het Kattegat bevinden zich natuurlijk ook vaklui, zoals de Nederlander Harrie Leenders.

Ontwerper Dick van Hoff beschrijft zijn Stone Stove als ‘een groot huisdier, dat nooit op de achtergrond is’. Deze massief betonnen kachel is inderdaad alom aanwezig, maar zonder opdringerig te zijn dankzij de ronde, zachte lijnen. Prachtig. Een mooi eigenwijs kacheltje is de Duitse Firetube. Futuristisch (en peperduur) is de Ray van het Zwitserse Sikken.

Voor de nostalgisch ingestelde stoker restaureert de Amsterdammer Harrie van Gennip oude en antieke kachels. Er zitten schitterende exemplaren tussen, maar verwacht geen hoog rendement. Zie www.harrievangennip.nl.

Zeer efficiënt zijn kachels bedekt met speksteen of leem. Na een paar uur stoken heb je een etmaal lang warmte omdat speksteen en leem de warmte opslaan en langzaam weer afgeven. Een variant zijn ouderwetse tegelkachels die menig alpenhut warm houdt. Controleer eerst even of de fundering van uw huis de enorme gevaartes kan dragen; een speksteenkachel kan tussen de vijfhonderd en vierduizend kilo wegen. Zie bijvoorbeeld www.vuurmeesters.nl, www.energiekproduct.nl of www.tegelkachel.nl.

De heer Sloet heeft een joekel van een hout gestookte cv-kachel in de kelder staan, maar u kunt ook een bescheidener exemplaar in de woonkamer plaatsen. Ze lijken op normale houtkachels maar zijn voorzien van een warmtewisselaar die wordt aangesloten op een reguliere cv-installatie. Heeft u zin in een fikkie? Dan worden alle radiatoren in het huis verwarmd met het water dat door uw houtkachel loopt. Zonder vuur neemt de gewone, gasgestookte cv-ketel het werk over. Het Britse Hunter Stoves is op dit gebied een gerenommeerd merk, maar het uiterlijk van deze kachels doet een beetje denken aan, tja, Wim Bosboom.


3. Hoe groen is hout stoken?
Moderne houtkachels hebben net zo’n hoog rendement als gaskachels. Dat komt door stuw- en keerschotten bovenin de kachel die onverbrande gassen alsnog laten ontvlammen. Daarnaast wordt de warmte via verschillende luchtkamers aan de omgeving afgegeven voordat deze door de schoorsteen kan verdwijnen. Leem- en speksteenkachels (zie Vraag 2) zijn zelfs efficiënter dan een gewone cv-ketel omdat ze de warmte goed opnemen en lang vasthouden. Slechts tien procent van de energie gaat bij deze kachels door de schoorsteen de lucht in. Bij een gewone, vrijstaande houtkachel is dat circa 25 procent. Een open haard is sfeervol, maar heeft een erbarmelijk rendement: tachtig tot negentig procent van de warmte gaat door de schoorsteen direct naar buiten. En omdat ‘meer doen aan duurzaamheid’ een van uw goede voornemens is, kunnen we de open haard als serieuze optie afschrijven.

Het grote voordeel van hout stoken is dat het CO2-neutraal is. Bomen nemen CO2 uit de lucht op, en deze komt weer vrij als u de boom verbrandt. Er komen dus geen broeikasgassen in de lucht die al miljoenen jaren onder de grond zaten – zoals bij fossiele brandstoffen – en zo een precair evenwicht verstoren. Bovendien was de CO2 die u door uw schoorsteen jaagt ook vrijgekomen als u het hout liet wegrotten, dus waarom deze niet eerst uw huis laten verwarmen? Voorwaarde is dat er voor elke boom die de lucht in gaat, een nieuwe wordt geplant. Volgens een nota van het ministerie van VROM ‘worden er in Nederland voldoende bomen herbeplant’ waardoor hout stoken ‘broeikasneutraal’ is.

Maar hout is niet brandschoon. Naast CO2 komen er bij verbranding ook stikstofdioxiden, zwaveldioxide en fijnstof vrij. Wie slecht stookt (als het vuur niet heet genoeg is, het hout nat is of te weinig zuurstof wordt toegediend – zie Vraag 8), kan verhoogde hoeveelheden giftige of kankerverwekkende stoffen produceren, zoals koolmonoxide, teer en koolwaterstoffen. Moderne kachels moeten aan strenge EU-eisen voldoen waardoor de kans hierop aanzienlijk verkleind wordt.
Ook al heeft u een moderne kachel en stookt u voorbeeldige vuurtjes, dan nog kunnen buren, met name CARA- of astmapatiënten, last hebben van de rook. Doe hen een lol: laat de kachel uit bij windstilte, zeker als u in een dichtbebouwd gebied woont.

4. Is hout goedkoper dan gas?
Twee kilo droog hout levert ongeveer evenveel warmte als een kuub gas. Wie hout koopt (wat niet nodig is, zie Vraag 5), betaalt circa vijftig euro per kuub, wat gelijk is aan 400 kilo. Dit is goed voor ongeveer evenveel warmte als 200 kuub gas, waarvoor een huishouden ruim honderd euro betaalt. Met andere woorden: hout is de helft goedkoper dan gas.

Een gemiddeld huishouden verbruikt per jaar 1600 kuub gas, waarvan circa 1200 kuub op gaat aan verwarming (goed voor ongeveer 600 euro). Hoeveel u hiervan bespaart, hangt natuurlijk af van hoe vaak u de houtkachel laat branden.

Gas en hout met elkaar vergelijken is niet helemaal eerlijk. Het comfort van gas gestooke cv-ketels is groter omdat deze zich veel beter laten reguleren. Daar staat tegenover dat gas een stuk duurder wordt als je de CO2 wilt compenseren, wat bij hout niet nodig is.

5. Hoe kom ik aan hout?
Gratis hout is er in overvloed. Wie in de buurt van een bos of natuurgebied woont, vindt tijdens een fietstocht moeiteloos een verloren stammetje dat achterop de bagagedrager mee naar huis kan. Ook in de stad valt heel wat hout te sprokkelen: afvalcontainers op bouwterreinen puilen vaak uit met prima stookhout. Met name afgezaagde steunbalken branden lekker lang.

Vergeet ook niet aan uw vrienden, familie en collega’s te vertellen over uw stookpret. Na enige tijd komt het hout letterlijk uw kant op: er is altijd wel iemand die een boom heeft moeten omzagen of van grote takken af wil na een storm of flinke snoeibeurt. Zo nu en dan deelt Staatsbosbeheer hout uit. Bijvoorbeeld bomen die ongeschikt zijn om als planken te worden verkocht en daarom mag u ze het gratis ophalen. Informeer bij een boswachterij bij u in de buurt of bezoek www.staatsbosbeheer.nl. 

Bent u lui of heeft u al genoeg hobby's, dan kunt u terecht bij bedrijven die droog en gekloofd hout gestapeld en al bij u aan huis leveren. De zoekterm ‘open haardhout’ levert op www.marktplaats.nl vele aanbieders op. Sommige timmerfabrieken verkopen voor een prikkie hun houtrestjes via de achterdeur. Dit is vaak eersteklas hardhout waar bijvoorbeeld raamkozijnen van gemaakt worden. Ook boeren en fruittelers (kersen- en perenhout brandt prachtig) willen in het najaar van hun kaphout af, al dan niet tegen betaling. Er zijn ook briketten geperst hout op de markt. Ze gloeien urenlang en zijn zeer duurzaam, omdat ze van afval uit de houtindustrie worden gemaakt. Wat u nooit en te nimmer doet, is briketten bruinkool door uw schoorsteen jagen – zelfs in Oost-Europa schamen ze zich tegenwoordig voor dergelijke milieuvervuiling.

6. Hoe kloof ik het hout?
Houthakken is heerlijk werk. Niets mooier dan een grote berg stammen door uw noeste arbeid te zien veranderen in een keurige stapel stronkjes die later uren gemoedelijke warmte geven. Met name pennenlikkers, papierschuivers en andere bureauslaven knappen zichtbaar op van een uurtje houthakken. U klooft hout het makkelijkst als het nat is, dus vlak nadat u de boom heeft gekapt. Als het flink vriest is hakken helemaal een feest: met een lome klap van uw bijl springt het hout gewillig uit elkaar.

Wat heeft u nodig? Ten eerste een zaagbok om de stammen of takken op maat te zagen. Bouwmarkten verkopen voor een paar tientjes stalen zaagbokken met een gekartelde bek. Ziet er degelijk uit, maar ze blijken broddelwerk van pisbakkenstaal. Een goede bok is van stevig hout, bijvoorbeeld te koop via www.zaagbok.nl (helaas niet inklapbaar). Overigens is het een koud kunstje om zelf een zaagbok te maken die een leven lang meegaat. Daarnaast heeft u een trekzaag nodig en – geen overbodige luxe – een degelijke kettingzaag.

Goed, de stammen zijn op maat en nu moeten ze worden gekloofd. Als u grote partijen moet splijten, last van uw rug heeft of gewoon niet van zwaar werk houdt, biedt een kloofmachine uitkomst (vanaf 230 euro, te huur voor 30 euro per dag). U legt de stam in het apparaat, drukt op een knop en hop! de stam valt in de stronken uiteen. Voordeel: het werkt snel en makkelijk. Nadeel: u ontneemt uzelf het genot van houthakken.

Om met de hand te kloven heeft u een hakblok en kloofbijl nodig. Het hakblok moet ongeveer de hoogte van uw onderbeen hebben zodat de bijl het hout goed kan raken. Een kloofbijl heeft een zware, brede kop, in tegenstelling tot een hakbijl die juist slank en scherp is. Mijd goedkope troep van de Praxis of Gamma en investeer in een degelijke kloofbijl als uw ledematen u dierbaar zijn.

Met een bijl hout kloven vergt enige oefening, maar u zult zien dat u na een halve boom de slag te pakken heeft. Zet uw voeten uit elkaar zodat een schampende bijl niet in uw scheenbeen belandt. Leg de bijl op de plek waar die neer moet komen, hef hem langzaam boven uw hoofd en met beheerste kracht slaat u de bijl op de te splijten stam. Dikke stammen, met name als ze van de onderkant van de boom komen, geven zich niet zomaar gewonnen. Een oude houthakkerstruc is om eerst een paar slagen dwars op de buitenste ring van het hout te geven, zodat inwaartse scheuren ontstaan. Vervolgens mikt u op deze scheuren, en valt het blok na een paar klappen alsnog in stronken uiteen. Met moed, beleid en beheerste kracht wint u altijd, zelfs van het meest weerbarstige hout.

7. Hoe sla ik mijn hout op?
Elk goed vuurtje begint met droog hout – echt droog hout. Vers gekapt hout bestaat voor  circa vijftig procent uit vocht, en het kost veel energie om dit al brandend te laten verdampen. Droog hout levert dan ook twee keer meer warmte op dan nat hout. Bovendien leidt de verbranding van nat hout tot de uitstoot van aanzienlijk meer giftige stoffen en wordt u knap chagrijnig van stronken die almaar geen vlam willen vatten.

Na de kap hebben de meeste houtsoorten minimaal anderhalf à twee jaar nodig om gortdroog te worden. Het intercellulaire vocht verdampt vanzelf als u het hout buiten bewaart. Liefst onder en afdakje in de zon, maar in ieder geval op de wind. Nat hout binnen bewaren geeft schimmel en kans op houtwormen die ook de rest van uw huis lekker vinden.

8. Een goed vuurtje stoken
Een goede vuurmeester streeft naar heldere, witte vlammen die rustig aan het hout likken. Dat betekent door-en-door droog hout stoken en voldoende zuurstof geven. Wordt het te warm in de woonkamer? Dan legt u voortaan minder hout in de kachel. Het vuur temperen door zuurstof af te knijpen leidt tot onnodige milieuvervuiling, verhoogt de kans op giftige stoffen en een schoorsteenbrand.

Zo bouwt u een mooi vuur: grote stronken onderop, kleinere blokken of takken daarop en helemaal bovenop houtsnippers en eventueel een aanmaakblokje. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, steekt u het vuur dus bovenop aan, en niet onderop. Hiermee voorkomt u dat het hout te snel brandt en kostbare energie verloren gaat. Het vuur trekt dus van boven naar beneden, en nieuwe blokken legt u naast het vuur zodat het er langzaam in kan trekken. Onstuimige, wilde vlammen ogen mooi, maar duiden op verspilling. Bovendien is het vuurfeest snel voorbij omdat uw woonkamer in mum van tijd net zo warm wordt als het reptielenhuis in Artis. Uw gezelschap gaat morren en u moet het vuur doven.