donderdag 4 april 2019 / Vrij Nederland / De Standaard /

Reportages & interviews

David Wallace-Wells: 'Het is erger dan je denkt, veel erger'

‘Enige vorm van apocalyptische opwarming is onvermijdelijk,’ zegt David Wallace-Wells, auteur van De onbewoonbare aarde, een indrukwekkend boek over klimaatverandering. ‘Onze kinderen en kleinkinderen zullen ons vervloeken om wat we gedaan en wat we niet gedaan hebben.’

‘Het is erger dan je denkt, veel erger.’ Het zijn niet de meest uitnodigende openingswoorden voor een boek, maar wie de 368 pagina’s van De onbewoonbare aarde van de Amerikaanse journalist David Wallace-Wells heeft gelezen, kan het alleen maar met hem eens zijn: klimaatverandering wordt het alles overheersende onderwerp van deze eeuw. De wereld wordt steeds instabieler en onaangenamer en niemand kan zich aan de gevolgen onttrekken.

Wallace-Wells kan niet alleen overtuigend en indringend schrijven, hij gooit zijn net ook breed uit. Hij las de wetenschappelijke rapporten, zette nieuwsberichten over recent, afwijkend natuurgeweld op een rij, liet de door de Verenigde Naties opgestelde scenario’s op zich inwerken en bekeek de vorderingen van landen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Hij beschrijft wat klimaatverandering voor de natuur en onze leefomgeving betekent, maar ook hoe klimaatverandering cultuur, geopolitiek, onze relatie tot techniek of kunstuitingen zal beïnvloeden. ‘Enige vorm van apocalyptische opwarming is onvermijdelijk,’ zegt hij in een hotel aan de Amsterdams grachten. ‘Onze kinderen en kleinkinderen zullen ons vervloeken om wat we gedaan en wat we niet gedaan hebben.’

Niet dat Wallace-Wells (36) een sombere man is die vloekend en snoevend doem en schuld predikt. Hij oogt vriendelijk, praat met zachte stem in heldere, goed geformuleerde zinnen en maakt geregeld grapjes (‘Oh echt! Da’s een goeie: dat klimaatwetenschappers Nederlanders adviseert om hun kinderen Duits te leren voor het als het water stijgt en jullie naar het oosten moeten verhuizen’). Hij benadrukt dat hij ook niet alle oplossingen weet en net als zoveel anderen in zijn ‘bubbel van progressieve, relatief welvarende westerling’ ook onderdeel van het probleem is. ‘Ik ben geen activist maar journalist, waarheidsvinding staat bij mij voorop. Toen ik me een paar jaar geleden voor het eerst verdiepte in klimaatverandering, viel me op dat veel wetenschappelijke artikelen veel somberder zijn dan wat ik in tijdschriften en kranten las of op tv zag. Hoe meer wetenschappelijke rapporten ik las, hoe meer ik dacht: waarom vertelt niemand dit? Waarom lees ik nergens dat het zo erg gaat worden?’

Twee jaar geleden schreef Wallace-Wells voor New York Magazine, waar hij als adjunct-hoofdredacteur werkt, een essay met dezelfde titel: Onbewoonbare aarde. Wat nu als het niet meevalt, vroeg hij zich af. Als de wereld inderdaad minimaal 4 graden warmer wordt, zoals voorspelt als we op dezelfde voet doorgaan? Het inktzwarte stuk ging viral, werd in de eerste dagen door 6 miljoen mensen gelezen en was daarmee het best gelezen stuk van New York Magazine ooit (dit record werd later verbroken door een voorpublicatie van Michael Wolffs boek Fire and Fury over president Trump).

Het stuk kreeg naast lof ook kritiek: Wallace-Wells zou paniek zaaien en angst aanjagen. Ook zou hij zich vooral richten op het probleem en oplossingen buiten beschouwing laten. Zijn gelijknamige boek is een uitwerking van dat roemruchte essay, met een belangrijk verschil: hij richt zich voornamelijk op een wereld die 2 tot 4 graden warmer wordt.

Welke feiten moeten volgens u de ogen openen van iemand die het nieuws volgt maar klimaatverandering niet als een immens probleem ziet?
‘Dat verschilt per persoon, denk ik. Ik benadruk vaak de economische impact van klimaatverandering, omdat daarin veel aspecten samenkomen. Als we onze koers niet verleggen, zal de wereld aan het eind van deze eeuw 4 tot 4,3 graden Celsius warmer zijn dan voorafgaand aan de industriële revolutie. De omvang van de mondiale economie zal dan 20 tot 30 procent kleiner zijn dan bij gelijkblijvende temperatuur, een twee keer zo grote verandering als tijdens de Grote Depressie, met het verschil dat dit effect niet tijdelijk maar permanent is. Er is dan 600 biljoen dollar aan schade geleden, dat is twee keer zoveel als alle rijkdom die de wereld nu kent. Dit soort cijfers zijn een samenvatting en vertellen niet het hele verhaal. Zo zullen ook bij 2 graden opwarming grote gebieden rondom de evenaar zo goed als geen economische groei kennen, terwijl de bevolking daar forst toeneemt.

‘Geld is abstract, andere gevolgen zijn schokkender en beangstigender. Veel grote steden in Azië en het Midden-Oosten worden zo heet dat ze in 2050 praktische onleefbaar zijn. Sommige van die steden hebben 10 tot 15 miljoen inwoners. In Calcutta (nu 4,5 miljoen inwoners, red.) kun je dan niet buiten werken zonder een zonnesteek op te lopen. Mekka wordt zo heet dat de hadj – de jaarlijkse pelgrimstocht – onmogelijk wordt. Ongekende migratiestromen zijn onvermijdelijk. De VN verwachten 200 miljoen klimaatvluchtelingen in 2050, misschien wel een miljard. Wat dit allemaal voor de planeet als geheel betekent, is een open vraag. Maar dit zijn de beste, wetenschappelijk gefundeerde voorspelingen en die kun je niet negeren.’

Klimaatverandering is veel ernstiger dan de meeste mensen beseffen, schrijft u. Wat zijn de grootste misverstanden?
‘Er zijn drie belangrijke misvattingen. Ten eerste de snelheid waarmee klimaatverandering zich voltrekt. Veel mensen is verteld dat klimaatverandering een langzaam proces is en dat het daarom zo moeilijk voor ons is om er iets aan te doen: het gaat te langzaam voor de mens om erop te reageren of ervan te schrikken. Maar dat is niet zo: van alle broeikasgassen die de mens ooit heeft uitgestoten, hebben we de helft in de afgelopen drie decennia uitgestoten. Dat is dus slechts in één generatie. Toen ik geboren werd, in 1982, was het klimaat in principe stabiel. De wetenschap waarschuwde, de VN belegde zijn eerste grote conferenties over klimaatverandering en de eerste mondiale verdragen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken werden getekend, maar er werd nog geen alarm geslagen: het klimaat was nog stabiel en zou dat blijven als we op dezelfde voet bleven doorgaan. Ik ben nog lang geen oude man – ik ben slechts 36 jaar – en de planeet is on the brink of total catastrophe: we gaan naar een planeet die instabieler en onaangenamer wordt dan de mensheid ooit heeft gezien. Dat is het gevolg van wat er tijdens mijn korte leven is gebeurd en dat is angstaanjagend.

‘Ook de gevolgen laten zich veel sneller zien dan verwacht. Het aantal extreme weerscalamiteiten neemt toe, zoals zeldzame hittegolven in Europa, tyfoon Mangkhut die in China 3 miljoen mensen heeft laten vluchten, orkaan na orkaan in de Caraïben, ongekend grote en felle wildfires in Californië, Houston heeft nu al drie jaar achter elkaar orkanen meegemaakt van een omvang die zich voorheen slechts eens in de vijfhonderd jaar voordeden – en deze lijst is nog veel langer. Kortom: de gevolgen van klimaatverandering dienen zich nu al aan, niet in een verre toekomst.’

De omvang van klimaatverandering is de tweede misvatting.
‘Inderdaad. Zeespiegelstijging wordt gezien als het belangrijkste gevaar van klimaatverandering. Wie verder van de kust leeft, kan denken: daar kom ik wel mee weg. En wie onder de zeespiegel leeft, zoals veel Nederlanders, denkt waarschijnlijk: we doen wat we altijd deden: extra dijken bouwen. Maar zeespiegelstijging is het topje van de ijsberg. De gevolgen van klimaatverandering zijn overal ter wereld merkbaar en beïnvloeden alle aspecten van onze leven: van biodiversiteit tot voedselvoorziening, volksgezondheid, economie, migratie, geopolitiek, cognitieve vermogens, huiselijk geweld, oorlogen – elke halve graad temperatuurstijging leidt tot 10 tot 20 procent meer geweld, dus met 4 graden Celsius eind deze eeuw hebben we twee keer zoveel oorlog – en nog veel meer.

‘Daarnaast is de oorzaak – excessieve uitstoot van CO2 – diep verweven met onze manier van leven. Fossiele brandstoffen zijn het fundament van onze economie. CO2 is de motor van de welhaast onvoorstelbare welvaartsgroei die rijke landen hebben doorgemaakt en die nu binnen handbereik ligt van een nog veel groter deel van de wereld: de groeiende middenklasse in arme en opkomende landen. We moeten zo ongeveer elk aspect van het moderne leven opnieuw inrichten. Iedereen krijgt te maken met zowel de gevolgen als het aanpakken van de oorzaak.

‘Het inzicht dat klimaatverandering alles en iedereen raakt was voor mij een persoonlijke openbaring. Ik ben een echt stadsmens, heb mijn hele leven in New York gewoond. Natuur is iets dat je in je vakantie opzoekt, verder hebben we de natuur op afstand en onder controle, dacht ik altijd. Dit klinkt mij nu hopeloos naïef in de oren. We maken onderdeel uit van een systeem – het klimaat – en dat systeem verandert nu dramatisch. Wat dat precies betekent, kunnen we nog niet volledig weten of beseffen. Maar het is naïef om te denken dat we door kunnen gaan met hoe we nu leven. We zullen als soort heus wel overleven, maar we moeten onze manier van werken en leven aanpassen.’

De titel van uw boek – ‘De onbewoonbare aarde’ – suggereert iets anders.
‘Grote delen van de aarde worden onleefbaar, ook met 2 graden temperatuurstijging. Honderden miljoenen mensen zullen de desastreuze gevolgen van klimaatverandering aan den lijve ondervinden. De lasten en het leed hangen helaas samen met inkomen: de armste mensen krijgen de hardste klappen. Voor velen wordt hun deel van de wereld onbewoonbaar.’

De hevigheid van klimaatverandering noemt u de derde misvatting.
‘In het publieke debat is 2 graden het belangrijkste referentiepunt, niet toevallig de uiterste grens van het akkoord van Parijs. Twee graden wordt gezien als een drempel voor catastrofes, wat suggereert dat het daaronder nog te doen is. Maar ook nu, met 1,1 graden temperatuurstijging, zijn de gevolgen al groot. En als je naar de data, scenario’s en de snelheid van ons reageren kijkt, moet je concluderen dat 2 graden een best case-scenario is. Het is niet het plafond, maar de vloer. Wat we ook zullen doen, het zal niet bij 2 graden blijven. Er wordt echter nauwelijks gekeken naar wat er boven die 2 graden gebeurt. En er lijkt ook weinig besef te zijn dat elke tiende graad opwarming die we kunnen verhinderen, al enorm veel leed en lijden zal voorkomen. Tweeënhalve graad is al veel beter dan 2,8, en 2,8 is al veel beter dan 3, et cetera. Ik denk dus dat we daarom vooral moeten kijken naar hoe de wereld eruitziet met 2 tot 4 graden opwarming.’

Er zijn klimaatwetenschappers – waaronder de vooraanstaande Michael E. Mann – die vinden dat u zich aan alarmisme schuldig maakt.
‘Sommigen vonden dat ik met mijn essay in New York Magazine onnodige paniek veroorzaakte. Daarin beschreef ik vooral de scenario’s voor een temperatuurstijging tussen 4 en 6 graden Celsius. Ik vind het belangrijk om die onder ogen te zien, omdat we zonder gewijzigd beleid afkoersen op minimaal 4 graden klimaatverandering aan het eind van de eeuw. In mijn boek ga ik voornamelijk in op de scenario’s tussen 2 en 4 graden, de range waarin we ons over tachtig jaar waarschijnlijk bevinden.

‘Ja, mijn boek jaagt angst aan. En ja, ik denk ook dat je bang moet zijn omdat de wetenschap nu eenmaal beangstigend is. Veel wetenschappers die ik heb gesproken, vinden het overigens bevrijdend om te zeggen dat ze zelf ook vreselijk bang zijn. Er lijkt een taboe te rusten op de sombere maar realistische scenario’s. Angst zou niet productief zijn en mensen niet aanzetten tot gedragsverandering. Dat laatste is niet waar: angst motiveert wel degelijk. Kijk naar de geschiedenis: is er ooit massale mobilisatie geweest zonder angst? Van stoppen met roken tot het betreden van de Tweede Wereldoorlog door de Verenigde Staten: angst en paniek motiveerden mensen om kwaad te voorkomen.’

Toch bent u ook enigszins optimistisch.
‘Optimisme over klimaatverandering is een kwestie van perspectief. Als je uitgangspunt is om te blijven leven in een stabiel en mensvriendelijk klimaat, dat de afgelopen eeuwen de mensheid zoveel mogelijkheden tot welvaart heeft gegeven, dan moet ik je teleurstellen: de kans daarop is uiterst klein. Dat zou namelijk betekenen dat de wereld in 2100 minder dan 2 graden warmer is, wat weer betekent dat we de komende tien jaar de mondiale CO2-uitstoot moeten halveren om daarna verder af te bouwen naar nul emissies. Technisch niet onmogelijk, maar de kans daarop is uiterst klein: de trend is precies de andere kant op.

'Maar als je uitgangspunt 4 graden is, denk ik dat er hoop is dat we die temperatuurstijging weten te voorkomen. Ik zie dat de publieke opinie in de westerse wereld omslaat, dat steeds meer mensen – ook door het recente natuurgeweld dat zich wereldwijd manifesteert – inzien dat we alles moeten doen om catastrofale klimaatverandering zo veel mogelijk te voorkomen. Of kijk naar de opkomst van hernieuwbare energie, die in grote delen van de wereld nu al goedkoper is dan vuile energie en over niet al te lange tijd overal goedkoper is dan vuile energie. Of kijk naar…’

… als ik u mag onderbreken: de mogelijkheid om 4 graden opwarming te voorkomen, met alle doemscenario’s die daarbij horen, kun je toch niet optimistisch noemen?
‘De vraag is niet meer of we dramatische klimaatverandering kunnen voorkomen, de vraag is hoe erg het zal worden. Zoals gezegd, elke tiende graad minder is de moeite meer dan waard omdat het heel veel lijden zal besparen. Als het lukt om het klimaat te stabiliseren op – zeg – 2,8 graden en betaalbare technieken te ontwikkelen die CO2 uit de lucht halen, dan zouden we in een jaar of tweehonderd theoretisch gezien de temperatuur weer wat naar beneden kunnen halen. En dat is veel, veel, veel beter dan 4 graden. Dus mijn optimisme is vooral dat het ons zal lukken om onze koers te wijzigen.’

U gelooft niet dat persoonlijke gedragsverandering – minder vliegen, minder vlees eten – veel zoden aan de dijk zet.
‘Voel je vrij om minder vlees te eten, minder te vliegen of op welke manier dan ook je persoonlijke voetafdruk te verkleinen. Maar het probleem is zo groot en alomvattend, dat alleen immense, collectieve actie uitkomst biedt. Beleid staat centraal, dus stem op politici die klimaatverandering de hoogste prioriteit geven en houd ze aan hun beloften.’

Dan moeten we stemmen op politieke partijen die – bijvoorbeeld – reizen per vliegtuig en het eten van vlees duurder maken. Die partijen trekken vooralsnog niet veel stemmen.
‘Ik weet niet of vliegen verboden moet worden, nog los van de vraag of dat met de mondiale, opkomende middenklasse – die ook wil vliegen – mogelijk is. Ik zie liever publieke investeringen in vliegtuigen die elektrisch vliegen of klimaatneutrale brandstof gebruiken. Zo zie ik ook liever publieke investeringen in kweekvlees of hoe we – bijvoorbeeld – koeien kunnen voeden met zeewier, wat volgens sommige onderzoeken hun uitstoot van het broeikasgas methaan kan doen verminderen met 95 tot 99 procent. Het is vervolgens aan regeringen om zeewier als veevoer te verplichten, dan hoeven we ons geen zorgen te maken over het eten van vlees. Ik denk dat in zo ongeveer elke sector dit soort technische oplossingen mogelijk zijn.’

Hoe raken de slechte vooruitzichten u persoonlijk? U kreeg uw eerste kind tijdens het schrijven van dit boek.
‘Dat wisselt. Soms voel ik me bedrukt en somber en soms heb ik de sociopathische neiging om net te doen of er niets aan de hand is. Andere keren ben ik opgewonden over positief nieuws of maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, zoals de internationale klimaatstaking of de ongelooflijk snelle ontwikkelingen rondom de New Green Deal in de VS. Eigenlijk ben ik net als alle andere mensen: ook bij mij is de wens om kinderen te krijgen sterker dan de angst voor een klimaat-Apocalyps.

‘Ik denk dat er ook in wereld met een naar, instabiel klimaat het op individueel niveau goed mogelijk is om een mooi en rijk leven te leiden. En de enorme invloed die wij als mensen op het klimaat hebben, heeft ook een keerzijde: we kunnen het ook ten goede keren. Dat vereist inzet, toewijding en strijd, maar het is niet onmogelijk. Dat maakt dit ook een mooie tijd om in te leven: we kunnen een wezenlijk verschil maken.’

David Wallace-Wells: De onbewoonbare aarde. Vertaling: Aad Janssen en Pon Ruiter. De Bezige Bij, 2019, 368 pagina’s, €22,99.