zaterdag 1 juli 2000 / De Groene Amsterdammer / Geschreven met Jeroen Thijs

Reportages & interviews

De koning van Buganda

De koning van Buganda, het grootste van vier koninkrijken van Uganda, was ooit een van de machtigste koningen van Afrika. Nu, met meer dan vier miljoen trouwe onderdanen, neemt Ronald Muwenda Mutebi II een steeds belangrijker plaats in de Ugandese maatschappij. Een exclusief interview aan de vooravond van historische Ugandese verkiezingen.

In een spierwitte Mercedes-Benz rijdt de chauffeur van de koning ons naar het paleis. Na een halfuurtje staan we op een van Kampala’s zeven heuvels en zien het prachtige uitzicht over de eeuwenoude hoofdstad van zijn koninkrijk Buganda. Vroeger stond op elke heuvel een paleis, maar na de onafhankelijkheid van Uganda zijn de meeste verwoest.

Bij de hekken van het paleis aangekomen nemen de veiligheidsprocedures enige tijd in beslag. Een paleis is het niet echt; eerder een riante, moderne villa met grote tuin en witte muren, zoals die staan in de ambassadewijk waar ook president Museveni woont.
Een handvol secretarissen en nog wat assistenten later staan we eindelijk voor kabaka Ronald Muwenda Mutebi II, koning der Baganda. Gekleed in een chique maatpak wacht hij op het bordes. Een joviaal ogende man. Hij is gezet, maar niet dik. Vriendelijke ogen en een zachte stem. Zo nu en dan wisselt hij met een bulderlach zijn vloeiende volzinnen af. De jaren aan de universiteit van Cambridge hebben een onversneden accent achtergelaten. Every inch a gentleman.

De vorst steekt lachend zijn hand uit. Het brengt zijn bezoekers in verwarring: moet je nu wel of niet voor de koning knielen? In de cafés van Kampala, de hoofdstad van Uganda, moesten ze lachen om die vraag. ‘Tuurlijk kniel je! Dat vereist de traditie! Maar maak je geen zorgen, onze koning is zo groots en imponerend, als je hem ziet val je vanzelf op je knieën.’ Daar moet de koning weer om lachen: ‘Ik ben een modern monarch Behandel mij zoals u uw eigen koningin Beatrix behandelt’. We knielen niet, maar schudden zijn hand.

Het kruikje jenever dat we als geschenk uit Nederland hadden meegenomen brengt ons een beetje in verlegenheid. Want we vielen niet spontaan op onze knieën maar het moet gezegd: de man maakt indruk. De koning veinst hoffelijke dankbaarheid voor het kruikje en spoort ons vervolgens vriendelijk aan ter zake te komen.

De kabaka, Luganda voor ‘koning’, is immens populair bij zijn vier miljoen onderdanen en waarschijnlijk een van de meest geliefde monarchen ter wereld. Wat zegt dat volgens de kabaka over de Baganda? Ronald Muwenda Mutebi II: ‘Mijn monarchie heeft zo’n zeven eeuwen Buganda geregeerd, en als na dertig jaar ballingschap de kabaka terugkeert, kunt u begrijpen dat er veel blijdschap onder mijn bevolking is. Daarnaast bespeur ik een groeiende interesse in Afrikaanse tradities in zowel Afrika als Europa, waar veel verbannen en gevluchte Baganda wonen. Veel Baganda vinden dat Buganda en Uganda te westers zijn geworden, dat hun identiteit ondergesneeuwd raakt door wat het kolonialisme heeft achtergelaten. Noem het globalisatie. En het koningshuis is het kloppend hart van de Baganda-cultuur, dus als dat in ere wordt hersteld, heerst er enige euforie.’

Overdrijven doet de kabaka niet. In de straten van Kampala – al eeuwen de hoofdstad van het roemruchte koninkrijk Buganda – zijn overal prenten, schilderijen en kalenders te koop met zijn beeltenis. De kranten drukken bijna elke dag een foto van hem of zijn verse bruid Sylvia af, om welk wissewasje dan ook. Toen de koning de vele kruimeldieven van Uganda vroeg op de dag van zijn trouwerij, afgelopen augustus, voor één dag niet te stelen werd volgens krantenberichten zijn verzoek vrijwel unaniem geëerbiedigd.
Vraag aan een willekeurige voorbijganger: ‘Bent u trots op de kabaka?’
Stralende gezichten.
‘Wat vindt u van zijn vrouw?’
Stralende gezichten.
In een halfleeg voetbalstadion, tijdens een toernooi waar de tweeënvijftig clans van Baganda om de beker strijden, roept de vraag of de koning aanwezig is alom hilariteit op: ‘Tuurlijk niet! Het stadion zou afgeladen zijn, iedereen wil immers de koning zien!’

Buganda gold als een van de machtigste koninkrijken van Afrika. Tussen de vijfhonderd en zevenhonderd jaar geleden werd het rijk gevestigd en vervolgens heeft Buganda eeuwenlang het Grote Meren gebied zowel politiek als cultureel gedomineerd. De ontdekkingsreizigers John Speke en Henry Stanley waren diep onder de indruk toen zij in 1875 de wegen, bruggen en paleizen aanschouwden. Buganda kende een uitgebreid belastingstelsel en de ivoor- en slavenhandel met de Arabieren bracht hen als enige volk in de regio vuurwapens. De kabaka’s, Ronald Mutebe is de 36e, kenden welhaast goddelijke autoriteit en stonden bekend als wrede heersers. De overlevering wil dat overleden kabaka’s geëerd werden met het offer van tweeduizend onderdanen. Wie niesde in het bijzijn van de koning kon de doodstraf verwachten -- evenals degene die verzuimde te knielen.

De Britten troffen eind negentiende eeuw ruim zeventigduizend inwoners in hoofdstad Mengo (nu Kampala) aan, en besloten dat de strak georganiseerde en hiërarchische samenleving ideaal was om te gebruiken als machtsbasis voor hun “protectoraat Uganda”. De Baganda kregen een voorkeursbehandeling ten opzichte van de andere Ugandese volken, en vaak werden Baganda aangesteld om over andere volkeren te heersen. Het leidde tot veel wrevel, die tot op de dag van vandaag in Uganda merkbaar is.

In 1962 kwam de onafhankelijkheid. Milton Obote werd premier en kabaka Mutesa II, de vader van Ronald Mutebe, werd president. Maar na enkele conflicten liet Obote zijn chef-staf Idi Amin, later zelf onwaarschijnlijk wreed dictator, het paleis van de kabaka bestormen. De macht van de Baganda was gebroken en de kabaka vluchtte naar het Verenigd Koninkrijk, waar zijn zoon grotendeels opgroeide. Uganda onderging vervolgens bijna dertig jaar de gruwelregimes van Obote en Amin, beiden geen Baganda.

In 1993 kwam die heugelijke dag: Ronald Muwenda Mutebi II werd gekroond tot kabaka waarmee het koninkrijk in ere werd hersteld. Kampala vierde een week lang feest.

De populariteit van de koning is niet alleen stekend voor de huidige president Museveni, wiens populariteit flauwtjes afsteekt bij die van de kabaka, maar ook voor Ugandezen die niet tot de Baganda behoren. Uganda is etnisch zeer verdeeld, en de bloedige decennia na de onafhankelijkheid kenden etnische onmin als leidraad. Museveni, het best te omschrijven als verlicht despoot, introduceerde na zijn machtsovername daarom een “geen-partijen-democratie”: politieke partijen zijn verboden en elke staatsburger is automatisch lid van de “Movement”. Ugandezen kunnen stemmen op politici die op persoonlijke titel in het parlement zitten en eventueel een mening verkondigen die afwijkt van de hoofdstroming binnen de Movement, maar het is verboden een eigen partij op te richten. President Museveni wil zo voorkomen dat partijen langs etnische of religieuze lijnen ontstaan – want volgens hem zijn het deze etnische polarisaties die gezorgd hebben voor de dood en verderf van na de onafhankelijkheid.
Het maakt het koningshuis van de Baganda omstreden en het leidt tot discussies onder intellectuelen en opinieleiders.

Winnie Byanyima is een van Uganda’s meest prominente politici en overtuigd aanhanger van de Movement-ideologie. Byanyima is duidelijk over de rol van de kabaka: ‘De koning is een belangrijk instrument om Afrikaanse culturen te bewaren in deze tijden van alles verstikkende globalisatie. Beeldende kunst wordt niet gepreserveerd, er verschijnt nauwelijks originele Afrikaanse literatuur en onze identiteit raakt uitgehold. De kabaka ziet die erosie en zijn belangrijkste – en enige – rol moet daarin liggen: het behouden van Afrikaanse cultuur.’

Frank Katusiima is zakenman en als panellid van het wekelijkse, veelbeluisterde praatprogramma “Capital Gang” speelt hij een belangrijke rol in de Ugandese publieke opinie. Katusiima: ‘Dat gedoe over een Afrikaanse identiteit – het is allemaal romantische, opgeklopte onzin. Uiteindelijk zullen alle Afrikaanse culturen verdwijnen. Kijk naar tv of de tijdschriften: globalisatie wat de klok slaat. De mensen willen helemaal niet terug de bush in, ze willen bij de rest van de wereld horen. Waarom zouden wij intellectuelen moeten vertellen wat de identiteit van de gewone mensen is? Echt, de Baganda houden meer van Manchester United dan van hun monarchie. De Baganda zouden het vervelender vinden als het Ugandese voetbal elftal een finale verliest dan dat de kabaka aftreedt.’

De Baganda Waswe Lule, zoon van voormalig president Yosef Lule, behoort tot de oppositie in het parlement. Lule spreekt uit wat vele Baganda denken: ‘Er zijn meerdere mogelijkheden om een land te vormen, bijvoorbeeld een federatie zoals de Verenigde Staten, waarin Buganda een autonome status inneemt. Ik ben een Buganda en ik ben anders dan Ugandezen die dat niet zijn. Essentieel voor mij als Buganda is de monarchie – dat is onze verbindende factor. Mensen hebben het recht hun eigen culturele identiteit te vieren, en als je dat onderdrukt, zoals president Museveni nu doet, riskeer je enorme instabiliteit.’

‘Als persoonlijk politiek adviseur van de kabaka druk ik hem altijd op het hart: blijf weg uit de politiek, want u zult onmiddellijk sterven.’ Proffessor Gilbert Bukenya, parlementslid en prominent hard liner binnen de Movement, lijkt het niet alleen figuurlijk te bedoelen. Bukenya: ‘De kabaka is veel meer dan folklore, en daarom adviseer ik hem uit de politiek te blijven. Het koninkrijk kent een structuur van macht waarvan de koning aan het hoofd staat. Zo zijn er ontwikkelingsprojecten, scholen wegenbouwprojecten, noem maar op. De kabaka moet daarom des te meer beseffen dat we in een democratie leven en dat wij, politici, de democratisch gekozen machthebbers zijn. En niet hij.’

President Museveni heeft eens gezegd: ‘Als de kabaka zich niet met de politiek bemoeit, bemoei ik mij niet met de monarchie.’ Het klinkt haast als een dreigement. Maar in de tuin van zijn villa spreekt de kabaka echter frank en vrij over zijn politieke rol.

Hoogheid, in hoeverre bent u nog een echte kabaka? De politiek heeft uw macht afgenomen, de regering uw grond en de kerken uw religieuze betekenis.
‘Het zit wat gecompliceerder dan u het stelt. Neem de spirituele betekenis van de kabaka. Veel van mijn onderdanen, met name de niet-opgeleiden, combineren Christus of Allah met oude spirituele gebruiken en sommigen geloven nog steeds dat de kabaka goddelijke krachten heeft. Heel merkwaardig eigenlijk: de ene dag zitten ze in de kerk en de volgende dag voeren ze oude spirituele ceremonies uit. Als Anglicaan geloof ikzelf niet dat ik speciale krachten heb, maar er zijn traditionele, geheime ceremonies die ik uitvoer. Voor sommigen van mijn onderdanen heb ik nog steeds religieuze macht.
Maar deels heeft u gelijk: mijn positie is niet dezelfde als in de voorgaande eeuwen. De rol van de kabaka moet gemoderniseerd worden, toegespitst op deze tijd. Ik richt mij daarom op de culturele aspecten van mijn rijk, zoals het behouden van de taal, het terugbrengen van oude gewoonten, et cetera. Daar moet u niet te licht over denken, want Buganda heeft de afgelopen eeuwen een grote invloed gehad op heel Oost-Afrika, van het zuiden van Sudan tot Zanzibar aan toe.’

Ziet u weer zo’n grote rol voor Buganda weggelegd?
Tegenwoordig richt ik mij op het hele continent. Op mijn bruiloft waren er vele Afrikaanse koningen: bijvoorbeeld die van Zululand, Swaziland, Lesotho en van de Ashanti. Daar hebben we besloten een organisatie op te richten waarin wij monarchen de traditionele Afrikaanse cultuur willen uitdragen en beschermen. Buganda zal daarin een belangrijke rol spelen.

Vindt u dat u nog politieke macht heeft?
‘Tja. De grondwet schrijft voor dat de monarchieën niet in de politieke arena mogen stappen en in theorie is dat een goede zaak. Maar in werkelijkheid ben ik veel meer betrokken bij de politiek dan het lijkt. Historisch gezien is de koning een vertegenwoordiger van de mensen, een gids. Hij wijst de richting voor het hele koninkrijk. En in feite is die rol niet veranderd: ik leid de Baganda nog steeds. In verband met het komende referendum, waarin gestemd wordt over de geen-partijen-democratie, zoeken voor- en tegenstanders naar manieren om steun te vinden. En vele denken: als je de kabaka aan je zijde hebt, heb je alle Baganda aan je zijde. Een heleboel Movement-aanhangers kwamen langs om met mijn steun te vragen. Zelfs president Museveni kwam meerdere keren langs. Ik wees zijn verzoeken om hem openlijk te steunen af, want ik moet streven naar een delicaat evenwicht: de regering trekt aan mijn linkerarm en de oppositie aan mijn rechterarm.’

Sommigen zeggen: Museveni heeft zijn geschiedenislessen goed geleerd, want zoals de Britten uw voorvaderen gebruikte, gebruikt hij nu u. Alleen al het toestaan dat uw koninkrijk in ere hersteld mocht worden, heeft hem veel stemmen van Baganda opgeleverd.
(Na een bulderlach:) ‘Het hangt er maar vanaf hoe je de zaak ziet. Ik vraag u: wie gebruikt wie? Het is een wederkerige, voor beide partijen profijtelijke relatie. Elke politicus, en dan bedoel ik ook élke, die aan de macht komt in Uganda zal te maken hebben met Buganda. De twee instituten, de Ugandese regering en de kabaka van Buganda, zullen altijd een manier moeten vinden om samen te werken.’

Heeft u een hechte relatie met Museveni?
‘Oh ja. We praten veel met elkaar en adviseren elkaar. Het is een dialoog. We complementeren elkaar.’

De koning wordt wat onrustig. Het lijkt alsof hij spijt heeft van zijn opmerkelijk vrijpostige uitspraken. In de Ugandese media praat de koning over het algemeen over weinig anders dan het moderniseren van zijn rijk en het belang van behoud van de oude tradities.
Een lakei komt als geroepen en haalt het theeblad weg. De koning glimlacht even. ‘Heren, uw tijd zit erop. Als u mij wilt excuseren…’

Even later onderbreekt hij het poseren voor de foto’s. ‘Wat u goed moetbegrijpen, ik bouw mijn monarchie op vanuit het niets. Het is nog niet met alles ‘erop en eraan’ zoals vroeger, maar we zijn groeiende. Sommigen willen dat de kabaka een politieke partij krijgt en ik zeg hen: “als je dat wilt, ga op campagne, verkondig je mening!” Want de mogelijkheid bestaat dat de kabaka ooit zijn volledige politieke rol terugkrijgt.’

Wil de koning dat ook?
‘Ik ben er niet op tegen. Leiders kunnen de wil van het volk niet naast zich neerleggen.’

En als dat leidt tot onafhankelijkheid en opdeling van Uganda?
De koning is weer op zijn hoede. ‘Het belangrijkste voor mij is dat ik kan doen wat een kabaka hoort te doen: mijn onderdanen leiden. De weg wijzen.’

Nog één foto op het balkon dan. De koning kijk naar het prachtige uitzicht over Kampala en ziet de zes andere heuvels van zijn hoofdstad. Zachtjes zegt hij, alsof hij zich verontschuldigt tegenover zijn voorvaderen: ‘De traditie vereist dat elke nieuwe koning een eigen paleis bouwt, maar ik heb mijn handen vol aan het restaureren van de oude.’